keutel
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- Ontlasting in de vorm van kleine ronde kogeltjes
- onbeduidend persoon
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| keutels | meervoud |
| keuteltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| keuteltjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van keutelen
- gebiedende wijs van keutelen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van keutelen
Vervoeging van keutel
keutelhele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘drekballetje’ voor het eerst aangetroffen in 1351
Woordfamilie van keutel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| keutels | meervoud | keutel |
| keuteltje | verkleinwoord | keutel |
| keuteltjes | verkleinwoord meervoud | keutel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van keutel zijn vastgelegd.