Naar de inhoud

kennismaken

het voor de eerste keer begroeten van een persoon

kennismaken

werkwoord

Betekenis

  1. het voor de eerste keer begroeten van een persoon
  2. het voor de eerste keer in aanraking komen met iets

Vervoeging van kennismaken

kennismakenhele werkwoord — maakte kennisverleden tijd enkelvoud — maakten kennisverleden tijd meervoud — kennisgemaaktvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik maak kennis maakte kennis
jij maakt kennis maakte kennis
hij, zij, het maakt kennis maakte kennis
wij maken kennis maakten kennis
jullie maken kennis maakten kennis
zij maken kennis maakten kennis
Alle 82 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is kennisgemaakt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was kennisgemaakt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd kennisgemaakt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt kennisgemaakt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal kennisgemaakt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal kennisgemaakt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou kennisgemaakt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou kennisgemaakt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had kennisgemaakt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had kennisgemaakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had kennisgemaakt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden kennisgemaakt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden kennisgemaakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden kennisgemaakt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt kennisgemaakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb kennisgemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben kennisgemaakt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben kennisgemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben kennisgemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben kennisgemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt kennisgemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft kennisgemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft kennisgemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
kennis te maken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
kennis te zullen maken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
kennis zal maken bijzin, toekomende tijd
kennis zou maken bijzin, voorwaardelijk
kennis zouden maken bijzin, voorwaardelijk
kennis zoudt maken bijzin, voorwaardelijk
kennis zullen maken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
kennis zullen maken bijzin, toekomende tijd
kennis zult maken bijzin, toekomende tijd
kennisgemaakt verleden tijd, deelwoord
kennisgemaakt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
kennisgemaakt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
kennismaak bijzin, tegenwoordige tijd
kennismaakt bijzin, tegenwoordige tijd
kennismaakte bijzin, verleden tijd
kennismaakten bijzin, verleden tijd
kennismakend onvoltooid, deelwoord
maak kennis gebiedende wijs
maakte kennis verleden tijd
te hebben kennisgemaakt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen kennismaken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal kennisgemaakt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal kennisgemaakt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal kennisgemaakt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal kennismaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal kennismaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal kennismaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal kennismaken bijzin, toekomende tijd
zou kennisgemaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou kennisgemaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou kennisgemaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou kennismaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou kennismaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou kennismaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou kennismaken bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) kennismaken kennis zou(dt) maken bijzin, voorwaardelijk
zouden kennisgemaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden kennisgemaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden kennisgemaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden kennismaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden kennismaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden kennismaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden kennismaken bijzin, voorwaardelijk
zoudt kennisgemaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt kennismaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt kennismaken bijzin, voorwaardelijk
zullen kennisgemaakt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen kennisgemaakt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen kennisgemaakt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen kennismaken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen kennismaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen kennismaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen kennismaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen kennismaken bijzin, toekomende tijd
zult kennisgemaakt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult kennismaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult kennismaken bijzin, toekomende tijd
zult/zal kennismaken kennis zult/zal maken bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van kennis en maken

Woordfamilie van kennismaken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
kennisgemaakt voltooid deelwoord kennismaken
kennismaak subordinate-clause, tegenwoordige tijd kennismaken
kennismaakt subordinate-clause, tegenwoordige tijd kennismaken
kennismaakte subordinate-clause, verleden tijd kennismaken
kennismaakten subordinate-clause, verleden tijd kennismaken
kennismake with-subordinate-clause kennismaken
kennismakend onvoltooid deelwoord kennismaken
kennismakende woordvorm kennismaken
maak kennis gebiedende wijs kennismaken
maakt kennis aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon kennismaken
maakte kennis verleden tijd kennismaken
maakten kennis aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon kennismaken
make kennis woordvorm kennismaken
maken kennis aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon kennismaken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kennismaken zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over kennismaken

Wat is de betekenis van kennismaken?
Kennismaken is een werkwoord. De betekenis is: het voor de eerste keer begroeten van een persoon. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik kennismaken?
Zo vervoeg je kennismaken zo: het voltooid deelwoord is kennisgemaakt. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord kennismaken is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. K 3
  2. E 1
  3. N 1
  4. N 1
  5. I 1
  6. S 2
  7. M 3
  8. A 1
  9. K 3
  10. E 1
  11. N 1
  12. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

kennismaken levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 75 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. K 3
  2. E 1
  3. N 1
  4. N 1
  5. I 2
  6. S 2
  7. M 3
  8. A 1
  9. K 3
  10. E 1
  11. N 1
  12. 19 zonder bonus
  13. 75 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (K) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

kennismaken in het kort

kennismaken staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van kennismaken staan er 53 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort kennismaken bij een woordfamilie van 14 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

kennismaken: het voor de eerste keer begroeten van een persoon
Deel kennismaken — standaardnederlands.nl