kastijding
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een lijfelijke afstraffing
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kastijdingen | meervoud |
| kastijdinkje | verkleinwoord, enkelvoud |
| kastijdinkjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van kastijden met het achtervoegsel -ing
Woordfamilie van kastijding
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kastijdingen | meervoud | kastijding |
| kastijdinkje | verkleinwoord | kastijding |
| kastijdinkjes | verkleinwoord meervoud | kastijding |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kastijding zijn vastgelegd.