kastrol
zelfstandig naamwoordBetekenis
- kasserol
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kastrollen | meervoud |
| kastrolletje | verkleinwoord, enkelvoud |
| kastrolletjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘braadpan’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1778
Woordfamilie van kastrol
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kastrollen | meervoud | kastrol |
| kastrolletje | verkleinwoord | kastrol |
| kastrolletjes | verkleinwoord meervoud | kastrol |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kastrol zijn vastgelegd.