kasjeren
werkwoord /'kɑʃərən/Betekenis
- koosjer maken, ritueel geoorloofd maken
Hoe spreek je kasjeren uit?
/ˈkɑʃərən/
Kasjeren bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| ɑ | bad |
| ʃ | sjaal |
| ə | de |
| r | rood |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van kasjeren
kasjerenhele werkwoord — kasjerdeverleden tijd enkelvoud — kasjerdenverleden tijd meervoud — gekasjerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | kasjer | kasjerde |
| jij | kasjert | kasjerde |
| hij, zij, het | kasjert | kasjerde |
| wij | kasjeren | kasjerden |
| jullie | kasjeren | kasjerden |
| zij | kasjeren | kasjerden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| gekasjerd | verleden tijd, deelwoord |
| gekasjerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gekasjerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gekasjerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gekasjerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gekasjerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gekasjerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gekasjerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gekasjerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gekasjerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gekasjerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gekasjerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gekasjerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gekasjerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gekasjerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gekasjerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gekasjerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gekasjerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| kasjer | gebiedende wijs |
| kasjerde | verleden tijd |
| kasjere | aanvoegende wijs |
| kasjerend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gekasjerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te kasjeren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen kasjeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal gekasjerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gekasjerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gekasjerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal kasjeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal kasjeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal kasjeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gekasjerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gekasjerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gekasjerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou kasjeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou kasjeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou kasjeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gekasjerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gekasjerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gekasjerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden kasjeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden kasjeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden kasjeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gekasjerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt kasjeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gekasjerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gekasjerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gekasjerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen kasjeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen kasjeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen kasjeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen kasjeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gekasjerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult kasjeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Herkomst: Jiddisj
Woordfamilie van kasjeren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gekasjerd | voltooid deelwoord | kasjeren |
| kasjer | gebiedende wijs | kasjeren |
| kasjerde | verleden tijd | kasjeren |
| kasjerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | kasjeren |
| kasjere | aanvoegende wijs | kasjeren |
| kasjerend | onvoltooid deelwoord | kasjeren |
| kasjerende | woordvorm | kasjeren |
| kasjert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | kasjeren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kasjeren zijn vastgelegd.