Naar de inhoud

kapitaliseren

bij het kapitaal voegen

kapitaliseren

werkwoord

Betekenis

  1. bij het kapitaal voegen
  2. ~ op groter en machtiger worden door profijt van iets te trekken
  3. zich gaan baseren op kapitaal

Vervoeging van kapitaliseren

kapitaliserenhele werkwoord — kapitaliseerdeverleden tijd enkelvoud — kapitaliseerdenverleden tijd meervoud — gekapitaliseerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik kapitaliseer kapitaliseerde
jij kapitaliseert kapitaliseerde
hij, zij, het kapitaliseert kapitaliseerde
wij kapitaliseren kapitaliseerden
jullie kapitaliseren kapitaliseerden
zij kapitaliseren kapitaliseerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gekapitaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gekapitaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gekapitaliseerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gekapitaliseerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gekapitaliseerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gekapitaliseerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gekapitaliseerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gekapitaliseerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gekapitaliseerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gekapitaliseerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gekapitaliseerd verleden tijd, deelwoord
gekapitaliseerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gekapitaliseerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gekapitaliseerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gekapitaliseerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gekapitaliseerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gekapitaliseerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gekapitaliseerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gekapitaliseerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gekapitaliseerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gekapitaliseerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gekapitaliseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gekapitaliseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gekapitaliseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gekapitaliseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gekapitaliseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gekapitaliseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gekapitaliseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gekapitaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gekapitaliseerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gekapitaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gekapitaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gekapitaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gekapitaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gekapitaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gekapitaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gekapitaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gekapitaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
kapitaliseer gebiedende wijs
kapitaliseerde verleden tijd
kapitalisere aanvoegende wijs
kapitaliserend onvoltooid, deelwoord
te hebben gekapitaliseerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te kapitaliseren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen kapitaliseren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gekapitaliseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gekapitaliseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gekapitaliseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gekapitaliseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gekapitaliseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gekapitaliseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gekapitaliseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gekapitaliseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gekapitaliseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gekapitaliseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gekapitaliseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gekapitaliseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gekapitaliseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gekapitaliseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gekapitaliseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gekapitaliseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gekapitaliseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gekapitaliseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gekapitaliseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gekapitaliseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gekapitaliseerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gekapitaliseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gekapitaliseerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gekapitaliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gekapitaliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gekapitaliseerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gekapitaliseerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal kapitaliseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal kapitaliseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal kapitaliseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gekapitaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gekapitaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gekapitaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gekapitaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gekapitaliseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gekapitaliseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gekapitaliseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gekapitaliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gekapitaliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gekapitaliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gekapitaliseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gekapitaliseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gekapitaliseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou kapitaliseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou kapitaliseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou kapitaliseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gekapitaliseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gekapitaliseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gekapitaliseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gekapitaliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gekapitaliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gekapitaliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gekapitaliseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gekapitaliseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gekapitaliseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden kapitaliseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden kapitaliseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden kapitaliseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gekapitaliseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gekapitaliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gekapitaliseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt kapitaliseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gekapitaliseerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gekapitaliseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gekapitaliseerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gekapitaliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gekapitaliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gekapitaliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gekapitaliseerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gekapitaliseerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gekapitaliseerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen kapitaliseren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen kapitaliseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen kapitaliseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen kapitaliseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gekapitaliseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gekapitaliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gekapitaliseerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult kapitaliseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van het Franse capitaliser (met het achtervoegsel -iseren)

Woordfamilie van kapitaliseren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gekapitaliseerd voltooid deelwoord kapitaliseren
gekapitaliseerde woordvorm kapitaliseren
kapitaliseer gebiedende wijs kapitaliseren
kapitaliseerde verleden tijd kapitaliseren
kapitaliseerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon kapitaliseren
kapitaliseert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon kapitaliseren
kapitalisere aanvoegende wijs kapitaliseren
kapitaliserend onvoltooid deelwoord kapitaliseren
kapitaliserende woordvorm kapitaliseren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kapitaliseren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over kapitaliseren

Wat is de betekenis van kapitaliseren?
Kapitaliseren is een werkwoord. De betekenis is: bij het kapitaal voegen. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik kapitaliseren?
Zo vervoeg je kapitaliseren zo: de tegenwoordige tijd is kapitaliseer, de verleden tijd is kapitaliseerde en het voltooid deelwoord is gekapitaliseerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord kapitaliseren is 22 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. K 3
  2. A 1
  3. P 3
  4. I 1
  5. T 2
  6. A 1
  7. L 3
  8. I 1
  9. S 2
  10. E 1
  11. R 2
  12. E 1
  13. N 1
  14. 22 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

kapitaliseren levert met Wordfeud minimaal 25 en maximaal 99 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. K 3
  2. A 1
  3. P 4
  4. I 2
  5. T 2
  6. A 1
  7. L 3
  8. I 2
  9. S 2
  10. E 1
  11. R 2
  12. E 1
  13. N 1
  14. 25 zonder bonus
  15. 99 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

kapitaliseren in het kort

kapitaliseren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van kapitaliseren staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort kapitaliseren bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

kapitaliseren: bij het kapitaal voegen
Deel kapitaliseren — standaardnederlands.nl