kapitaliseren
werkwoordBetekenis
- bij het kapitaal voegen
- ~ op groter en machtiger worden door profijt van iets te trekken
- zich gaan baseren op kapitaal
Vervoeging van kapitaliseren
kapitaliserenhele werkwoord — kapitaliseerdeverleden tijd enkelvoud — kapitaliseerdenverleden tijd meervoud — gekapitaliseerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | kapitaliseer | kapitaliseerde |
| jij | kapitaliseert | kapitaliseerde |
| hij, zij, het | kapitaliseert | kapitaliseerde |
| wij | kapitaliseren | kapitaliseerden |
| jullie | kapitaliseren | kapitaliseerden |
| zij | kapitaliseren | kapitaliseerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gekapitaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gekapitaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gekapitaliseerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gekapitaliseerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gekapitaliseerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gekapitaliseerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gekapitaliseerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gekapitaliseerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gekapitaliseerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gekapitaliseerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gekapitaliseerd | verleden tijd, deelwoord |
| gekapitaliseerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gekapitaliseerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gekapitaliseerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gekapitaliseerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gekapitaliseerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gekapitaliseerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gekapitaliseerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gekapitaliseerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gekapitaliseerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gekapitaliseerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gekapitaliseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gekapitaliseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gekapitaliseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gekapitaliseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gekapitaliseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gekapitaliseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gekapitaliseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gekapitaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gekapitaliseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gekapitaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gekapitaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gekapitaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gekapitaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gekapitaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gekapitaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gekapitaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gekapitaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| kapitaliseer | gebiedende wijs |
| kapitaliseerde | verleden tijd |
| kapitalisere | aanvoegende wijs |
| kapitaliserend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gekapitaliseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te kapitaliseren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen kapitaliseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gekapitaliseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gekapitaliseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gekapitaliseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gekapitaliseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gekapitaliseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gekapitaliseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gekapitaliseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gekapitaliseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gekapitaliseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gekapitaliseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gekapitaliseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gekapitaliseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gekapitaliseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gekapitaliseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gekapitaliseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gekapitaliseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gekapitaliseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gekapitaliseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gekapitaliseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gekapitaliseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gekapitaliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gekapitaliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gekapitaliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gekapitaliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gekapitaliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gekapitaliseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gekapitaliseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal kapitaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal kapitaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal kapitaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gekapitaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gekapitaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gekapitaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gekapitaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gekapitaliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gekapitaliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gekapitaliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gekapitaliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gekapitaliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gekapitaliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gekapitaliseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gekapitaliseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gekapitaliseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou kapitaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou kapitaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou kapitaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gekapitaliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gekapitaliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gekapitaliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gekapitaliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gekapitaliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gekapitaliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gekapitaliseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gekapitaliseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gekapitaliseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden kapitaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden kapitaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden kapitaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gekapitaliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gekapitaliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gekapitaliseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt kapitaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gekapitaliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gekapitaliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gekapitaliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gekapitaliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gekapitaliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gekapitaliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gekapitaliseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gekapitaliseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gekapitaliseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen kapitaliseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen kapitaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen kapitaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen kapitaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gekapitaliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gekapitaliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gekapitaliseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult kapitaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van het Franse capitaliser (met het achtervoegsel -iseren)
Woordfamilie van kapitaliseren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gekapitaliseerd | voltooid deelwoord | kapitaliseren |
| gekapitaliseerde | woordvorm | kapitaliseren |
| kapitaliseer | gebiedende wijs | kapitaliseren |
| kapitaliseerde | verleden tijd | kapitaliseren |
| kapitaliseerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | kapitaliseren |
| kapitaliseert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | kapitaliseren |
| kapitalisere | aanvoegende wijs | kapitaliseren |
| kapitaliserend | onvoltooid deelwoord | kapitaliseren |
| kapitaliserende | woordvorm | kapitaliseren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kapitaliseren zijn vastgelegd.