kantwerk
zelfstandig naamwoord, werkwoord ˈkɑntwɛrᵊkBetekenis
- licht, in patronen opengewerkt weefsel, vaak gebruikt als versiering van randen
- vervaardiging van licht, in patronen opengewerkt weefsel
- iets dat veel lijkt op kant maar gemaakt is van een ander materiaal
Hoe spreek je kantwerk uit?
/ˈkɑntwɛrək/
Kantwerk bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| ɑ | bad |
| n | nek |
| t | tak |
| w | quiz |
| ɛ | bed |
| r | rood |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kantwerken | meervoud |
| kantwerkje | verkleinwoord, enkelvoud |
| kantwerkjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kantwerken
- gebiedende wijs van kantwerken
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kantwerken
Vervoeging van kantwerk
kantwerkhele werkwoord
Herkomst
[1] samenstelling van kant zn en werk zn
Woordfamilie van kantwerk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kantwerkje | verkleinwoord | kantwerk |
| kantwerkjes | verkleinwoord meervoud | kantwerk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kantwerk zijn vastgelegd.