Naar de inhoud

kantelen

omvallen door onevenwicht

kantelen is meer dan één woord

kantelen

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈkɑntələ(n)

Betekenis

  1. omvallen door onevenwicht

Hoe spreek je kantelen uit?

/ˈkɑntələn/

Kantelen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈkɑntələn/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
k kat
ɑ bad
n nek
t tak
ə de
l land
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. wat verdraaien om een horizontale as transitive

Vervoeging van kantelen

kantelenhele werkwoord — kanteldeverleden tijd enkelvoud — kanteldenverleden tijd meervoud — gekanteldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik kantel kantelde
jij kantelt kantelde
hij, zij, het kantelt kantelde
wij kantelen kantelden
jullie kantelen kantelden
zij kantelen kantelden
Alle 127 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
[A] kántelen canonical
ben gekanteld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gekanteld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gekanteld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gekanteld impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gekanteld impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gekanteld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gekanteld worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gekanteld zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gekanteld worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gekanteld zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gekanteld verleden tijd, deelwoord
gekanteld te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gekanteld te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gekanteld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gekanteld te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gekanteld te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gekanteld worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gekanteld zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gekanteld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gekanteld zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gekanteld zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gekanteld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gekanteld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gekanteld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gekanteld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gekanteld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gekanteld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gekanteld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gekanteld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gekanteld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gekanteld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gekanteld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gekanteld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gekanteld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gekanteld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gekanteld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gekanteld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gekanteld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
kantel gebiedende wijs
kantelde verleden tijd
kantele aanvoegende wijs
kantelend onvoltooid, deelwoord
te hebben gekanteld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te kantelen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen kantelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gekanteld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gekanteld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gekanteld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gekanteld voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gekanteld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gekanteld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gekanteld voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gekanteld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gekanteld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gekanteld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gekanteld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gekanteld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gekanteld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gekanteld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gekanteld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gekanteld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gekanteld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gekanteld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gekanteld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gekanteld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gekanteld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gekanteld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gekanteld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gekanteld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gekanteld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gekanteld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gekanteld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal kantelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal kantelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal kantelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gekanteld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gekanteld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gekanteld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gekanteld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gekanteld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gekanteld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gekanteld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gekanteld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gekanteld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gekanteld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gekanteld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gekanteld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gekanteld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou kantelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou kantelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou kantelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gekanteld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gekanteld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gekanteld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gekanteld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gekanteld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gekanteld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gekanteld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gekanteld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gekanteld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden kantelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden kantelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden kantelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gekanteld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gekanteld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gekanteld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt kantelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gekanteld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gekanteld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gekanteld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gekanteld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gekanteld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gekanteld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gekanteld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gekanteld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gekanteld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen kantelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen kantelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen kantelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen kantelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gekanteld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gekanteld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gekanteld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult kantelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord kanteel

Woordfamilie van kantelen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gekanteld voltooid deelwoord kantelen
kantel gebiedende wijs kantelen
kantelde verleden tijd kantelen
kantelden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon kantelen
kantele aanvoegende wijs kantelen
kantelend onvoltooid deelwoord kantelen
kantelende woordvorm kantelen
kantelt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon kantelen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kantelen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over kantelen

Hoe spreek ik kantelen uit?
Zo spreek je kantelen uit: /ˈkɑntələ(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van kantelen?
Kantelen is een werkwoord. De betekenis is: omvallen door onevenwicht. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik kantelen?
Zo vervoeg je kantelen zo: de tegenwoordige tijd is kantel, de verleden tijd is kantelde en het voltooid deelwoord is gekanteld. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord kantelen is 13 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. K 3
  2. A 1
  3. N 1
  4. T 2
  5. E 1
  6. L 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 13 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

kantelen levert met Wordfeud minimaal 13 en maximaal 57 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. K 3
  2. A 1
  3. N 1
  4. T 2
  5. E 1
  6. L 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 13 zonder bonus
  10. 57 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (K) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

kantelen in het kort

kantelen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van kantelen staan er 76 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort kantelen bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

kantelen: omvallen door onevenwicht
Deel kantelen — standaardnederlands.nl