kalefaten
werkwoordBetekenis
- opknappen, herstellen van een schip door de kieren tussen de gangen van de huid of tussen de planken van het bovendek dicht te maken met behulp van uitgeplozen touw (hennep) en pek of teer
Vervoeging van kalefaten
kalefatenhele werkwoord — kalefaatteverleden tijd enkelvoud — kalefaattenverleden tijd meervoud — gekalefaatvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | kalefaat | kalefaatte |
| jij | kalefaat | kalefaatte |
| hij, zij, het | kalefaat | kalefaatte |
| wij | kalefaten | kalefaatten |
| jullie | kalefaten | kalefaatten |
| zij | kalefaten | kalefaatten |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| gekalefaat | verleden tijd, deelwoord |
| gekalefaat te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gekalefaat zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gekalefaat | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gekalefaat | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gekalefaat | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gekalefaat | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gekalefaat | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gekalefaat | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gekalefaat | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gekalefaat | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gekalefaat | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gekalefaat | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gekalefaat | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gekalefaat | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gekalefaat | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gekalefaat | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gekalefaat | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| kalefaat | gebiedende wijs |
| kalefaatte | verleden tijd |
| kalefate | aanvoegende wijs |
| kalefatend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gekalefaat | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te kalefaten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen kalefaten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal gekalefaat hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gekalefaat hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gekalefaat hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal kalefaten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal kalefaten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal kalefaten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gekalefaat hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gekalefaat hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gekalefaat hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou kalefaten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou kalefaten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou kalefaten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gekalefaat hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gekalefaat hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gekalefaat hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden kalefaten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden kalefaten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden kalefaten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gekalefaat hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt kalefaten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gekalefaat hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gekalefaat hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gekalefaat hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen kalefaten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen kalefaten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen kalefaten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen kalefaten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gekalefaat hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult kalefaten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘herstellen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1530
Woordfamilie van kalefaten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gekalefaat | voltooid deelwoord | kalefaten |
| kalefaat | gebiedende wijs | kalefaten |
| kalefaatte | verleden tijd | kalefaten |
| kalefaatten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | kalefaten |
| kalefate | aanvoegende wijs | kalefaten |
| kalefatend | onvoltooid deelwoord | kalefaten |
| kalefatende | woordvorm | kalefaten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kalefaten zijn vastgelegd.