Naar de inhoud

kalanderen

tussen rollen machinaal glad en glanzend persen

kalanderen

werkwoord

Betekenis

  1. tussen rollen machinaal glad en glanzend persen

Vervoeging van kalanderen

kalanderenhele werkwoord — kalanderdeverleden tijd enkelvoud — kalanderdenverleden tijd meervoud — gekalanderdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik kalander kalanderde
jij kalandert kalanderde
hij, zij, het kalandert kalanderde
wij kalanderen kalanderden
jullie kalanderen kalanderden
zij kalanderen kalanderden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gekalanderd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gekalanderd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gekalanderd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gekalanderd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gekalanderd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gekalanderd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gekalanderd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gekalanderd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gekalanderd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gekalanderd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gekalanderd verleden tijd, deelwoord
gekalanderd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gekalanderd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gekalanderd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gekalanderd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gekalanderd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gekalanderd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gekalanderd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gekalanderd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gekalanderd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gekalanderd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gekalanderd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gekalanderd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gekalanderd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gekalanderd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gekalanderd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gekalanderd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gekalanderd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gekalanderd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gekalanderd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gekalanderd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gekalanderd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gekalanderd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gekalanderd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gekalanderd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gekalanderd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gekalanderd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gekalanderd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
kalander gebiedende wijs
kalanderde verleden tijd
kalandere aanvoegende wijs
kalanderend onvoltooid, deelwoord
te hebben gekalanderd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te kalanderen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen kalanderen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gekalanderd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gekalanderd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gekalanderd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gekalanderd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gekalanderd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gekalanderd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gekalanderd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gekalanderd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gekalanderd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gekalanderd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gekalanderd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gekalanderd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gekalanderd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gekalanderd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gekalanderd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gekalanderd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gekalanderd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gekalanderd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gekalanderd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gekalanderd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gekalanderd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gekalanderd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gekalanderd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gekalanderd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gekalanderd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gekalanderd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gekalanderd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal kalanderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal kalanderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal kalanderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gekalanderd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gekalanderd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gekalanderd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gekalanderd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gekalanderd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gekalanderd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gekalanderd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gekalanderd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gekalanderd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gekalanderd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gekalanderd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gekalanderd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gekalanderd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou kalanderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou kalanderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou kalanderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gekalanderd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gekalanderd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gekalanderd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gekalanderd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gekalanderd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gekalanderd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gekalanderd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gekalanderd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gekalanderd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden kalanderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden kalanderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden kalanderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gekalanderd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gekalanderd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gekalanderd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt kalanderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gekalanderd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gekalanderd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gekalanderd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gekalanderd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gekalanderd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gekalanderd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gekalanderd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gekalanderd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gekalanderd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen kalanderen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen kalanderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen kalanderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen kalanderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gekalanderd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gekalanderd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gekalanderd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult kalanderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van het Franse calandre (met het achtervoegsel -eren)

Woordfamilie van kalanderen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gekalanderd voltooid deelwoord kalanderen
gekalanderde woordvorm kalanderen
kalanderde verleden tijd kalanderen
kalanderden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon kalanderen
kalandere aanvoegende wijs kalanderen
kalanderend onvoltooid deelwoord kalanderen
kalanderende woordvorm kalanderen
kalandert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon kalanderen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kalanderen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over kalanderen

Wat is de betekenis van kalanderen?
Kalanderen is een werkwoord. De betekenis is: tussen rollen machinaal glad en glanzend persen.
Hoe vervoeg ik kalanderen?
Zo vervoeg je kalanderen zo: de tegenwoordige tijd is kalander, de verleden tijd is kalanderde en het voltooid deelwoord is gekalanderd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord kalanderen is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. K 3
  2. A 1
  3. L 3
  4. A 1
  5. N 1
  6. D 2
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

kalanderen levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 66 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. K 3
  2. A 1
  3. L 3
  4. A 1
  5. N 1
  6. D 2
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 16 zonder bonus
  12. 66 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (K) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

kalanderen in het kort

kalanderen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van kalanderen staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort kalanderen bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

kalanderen: tussen rollen machinaal glad en glanzend persen
Deel kalanderen — standaardnederlands.nl