kaffer
zelfstandig naamwoord, werkwoord ˈkɑfərBetekenis
- lomperd, stommeling
- zwarte Zuid-Afrikaan (vroeger), Bantoe in Zuid-Afrika
- onder woonwagenbewoners benaming voor iemand die niet uit een familie van woonwagenbewoners afkomstig is
Hoe spreek je kaffer uit?
/ˈkɑfər/
Kaffer bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| ɑ | bad |
| f | fiets |
| ə | de |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kaffers | meervoud |
| kaffertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| kaffertjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kafferen
- gebiedende wijs van kafferen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kafferen
Vervoeging van kaffer
kafferhele werkwoord
Herkomst
Leenwoord uit het Jiddisch, in de betekenis van ‘boer, lomperd’ voor het eerst aangetroffen in 1724
Woordfamilie van kaffer
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kaffers | meervoud | kaffer |
| kaffertje | verkleinwoord | kaffer |
| kaffertjes | verkleinwoord meervoud | kaffer |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kaffer zijn vastgelegd.