Naar de inhoud

kaatsen

een (vooral in Friesland beoefende) balsport spelen waarbij twee teams met de hand een balletje naar de tegenpartij slaan en daarbij op bepaalde manieren punten kunnen scoren

kaatsen

werkwoord

Betekenis

  1. een (vooral in Friesland beoefende) balsport spelen waarbij twee teams met de hand een balletje naar de tegenpartij slaan en daarbij op bepaalde manieren punten kunnen scoren
  2. een min of meer elastische botsing ondergaan

Vervoeging van kaatsen

kaatsenhele werkwoord — kaatsteverleden tijd enkelvoud — kaatstenverleden tijd meervoud — gekaatstvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik kaats kaatste
jij kaatst kaatste
hij, zij, het kaatst kaatste
wij kaatsen kaatsten
jullie kaatsen kaatsten
zij kaatsen kaatsten
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gekaatst voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gekaatst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gekaatst impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gekaatst impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gekaatst impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gekaatst impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gekaatst worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gekaatst zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gekaatst worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gekaatst zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gekaatst verleden tijd, deelwoord
gekaatst te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gekaatst te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gekaatst te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gekaatst te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gekaatst te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gekaatst worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gekaatst zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gekaatst zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gekaatst zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gekaatst zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gekaatst voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gekaatst voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gekaatst voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gekaatst voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gekaatst voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gekaatst voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gekaatst voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gekaatst voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gekaatst actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gekaatst voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gekaatst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gekaatst voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gekaatst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gekaatst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gekaatst voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gekaatst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gekaatst voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
kaats gebiedende wijs
kaatse aanvoegende wijs
kaatsend onvoltooid, deelwoord
kaatste verleden tijd
te hebben gekaatst actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te kaatsen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen kaatsen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gekaatst voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gekaatst voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gekaatst voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gekaatst voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gekaatst voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gekaatst voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gekaatst voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gekaatst enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gekaatst enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gekaatst enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gekaatst enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gekaatst enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gekaatst enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gekaatst enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gekaatst enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gekaatst enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gekaatst enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gekaatst enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gekaatst enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gekaatst enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gekaatst hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gekaatst hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gekaatst hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gekaatst worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gekaatst worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gekaatst zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gekaatst zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal kaatsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal kaatsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal kaatsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gekaatst voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gekaatst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gekaatst voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gekaatst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gekaatst hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gekaatst hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gekaatst hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gekaatst worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gekaatst worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gekaatst worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gekaatst zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gekaatst zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gekaatst zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou kaatsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou kaatsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou kaatsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gekaatst hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gekaatst hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gekaatst hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gekaatst worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gekaatst worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gekaatst worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gekaatst zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gekaatst zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gekaatst zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden kaatsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden kaatsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden kaatsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gekaatst hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gekaatst worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gekaatst zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt kaatsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gekaatst hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gekaatst hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gekaatst hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gekaatst worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gekaatst worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gekaatst worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gekaatst zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gekaatst zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gekaatst zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen kaatsen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen kaatsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen kaatsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen kaatsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gekaatst hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gekaatst worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gekaatst zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult kaatsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘balslaan’ voor het eerst aangetroffen in 1374

Woordfamilie van kaatsen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gekaatst voltooid deelwoord kaatsen
gekaatste woordvorm kaatsen
kaats gebiedende wijs kaatsen
kaatse aanvoegende wijs kaatsen
kaatsend onvoltooid deelwoord kaatsen
kaatsende woordvorm kaatsen
kaatst aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon kaatsen
kaatste verleden tijd kaatsen
kaatsten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon kaatsen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kaatsen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over kaatsen

Wat is de betekenis van kaatsen?
Kaatsen is een werkwoord. De betekenis is: een (vooral in Friesland beoefende) balsport spelen waarbij twee teams met de hand een balletje naar de tegenpartij slaan en daarbij op bepaalde manieren punten kunnen scoren. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik kaatsen?
Zo vervoeg je kaatsen zo: de tegenwoordige tijd is kaats, de verleden tijd is kaatste en het voltooid deelwoord is gekaatst. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spreekwoorden en gezegden met kaatsen

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord kaatsen is 11 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. K 3
  2. A 1
  3. A 1
  4. T 2
  5. S 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 11 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

kaatsen levert met Wordfeud minimaal 11 en maximaal 91 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. K 3
  2. A 1
  3. A 1
  4. T 2
  5. S 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 11 zonder bonus
  9. 91 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (K) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

kaatsen telt 7 letters, waarvan 6 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

kaatsen in het kort

kaatsen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van kaatsen staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort kaatsen bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

kaatsen: een (vooral in Friesland beoefende) balsport spelen waarbij twee teams met de hand een balletje naar de tegenpartij slaan en daarbij op bepaalde manieren punten kunnen scoren
Deel kaatsen — standaardnederlands.nl