kaatsen
werkwoordBetekenis
- een (vooral in Friesland beoefende) balsport spelen waarbij twee teams met de hand een balletje naar de tegenpartij slaan en daarbij op bepaalde manieren punten kunnen scoren
- een min of meer elastische botsing ondergaan
Vervoeging van kaatsen
kaatsenhele werkwoord — kaatsteverleden tijd enkelvoud — kaatstenverleden tijd meervoud — gekaatstvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | kaats | kaatste |
| jij | kaatst | kaatste |
| hij, zij, het | kaatst | kaatste |
| wij | kaatsen | kaatsten |
| jullie | kaatsen | kaatsten |
| zij | kaatsen | kaatsten |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gekaatst | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gekaatst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gekaatst | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gekaatst | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gekaatst | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gekaatst | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gekaatst worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gekaatst zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gekaatst worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gekaatst zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gekaatst | verleden tijd, deelwoord |
| gekaatst te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gekaatst te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gekaatst te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gekaatst te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gekaatst te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gekaatst worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gekaatst zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gekaatst zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gekaatst zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gekaatst zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gekaatst | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gekaatst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gekaatst | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gekaatst | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gekaatst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gekaatst | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gekaatst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gekaatst | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gekaatst | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gekaatst | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gekaatst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gekaatst | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gekaatst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gekaatst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gekaatst | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gekaatst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gekaatst | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| kaats | gebiedende wijs |
| kaatse | aanvoegende wijs |
| kaatsend | onvoltooid, deelwoord |
| kaatste | verleden tijd |
| te hebben gekaatst | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te kaatsen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen kaatsen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gekaatst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gekaatst | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gekaatst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gekaatst | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gekaatst | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gekaatst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gekaatst | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gekaatst | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gekaatst | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gekaatst | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gekaatst | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gekaatst | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gekaatst | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gekaatst | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gekaatst | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gekaatst | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gekaatst | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gekaatst | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gekaatst | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gekaatst | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gekaatst hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gekaatst hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gekaatst hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gekaatst worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gekaatst worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gekaatst zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gekaatst zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal kaatsen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal kaatsen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal kaatsen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gekaatst | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gekaatst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gekaatst | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gekaatst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gekaatst hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gekaatst hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gekaatst hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gekaatst worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gekaatst worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gekaatst worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gekaatst zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gekaatst zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gekaatst zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou kaatsen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou kaatsen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou kaatsen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gekaatst hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gekaatst hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gekaatst hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gekaatst worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gekaatst worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gekaatst worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gekaatst zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gekaatst zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gekaatst zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden kaatsen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden kaatsen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden kaatsen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gekaatst hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gekaatst worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gekaatst zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt kaatsen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gekaatst hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gekaatst hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gekaatst hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gekaatst worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gekaatst worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gekaatst worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gekaatst zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gekaatst zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gekaatst zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen kaatsen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen kaatsen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen kaatsen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen kaatsen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gekaatst hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gekaatst worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gekaatst zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult kaatsen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘balslaan’ voor het eerst aangetroffen in 1374
Woordfamilie van kaatsen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gekaatst | voltooid deelwoord | kaatsen |
| gekaatste | woordvorm | kaatsen |
| kaats | gebiedende wijs | kaatsen |
| kaatse | aanvoegende wijs | kaatsen |
| kaatsend | onvoltooid deelwoord | kaatsen |
| kaatsende | woordvorm | kaatsen |
| kaatst | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | kaatsen |
| kaatste | verleden tijd | kaatsen |
| kaatsten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | kaatsen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kaatsen zijn vastgelegd.