kaalslaan
werkwoord ˈkalslanBetekenis
- een gebied ontdoen van alles wat erop staat
Hoe spreek je kaalslaan uit?
/ˈkalslan/
Kaalslaan bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| a | maan |
| l | land |
| s | sok |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van kaalslaan
kaalslaanhele werkwoord — sloeg kaalverleden tijd enkelvoud — sloegen kaalverleden tijd meervoud — kaalgeslagenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | sla kaal | sloeg kaal |
| jij | slaat kaal | sloeg kaal |
| hij, zij, het | slaat kaal | sloeg kaal |
| wij | slaan kaal | sloegen kaal |
| jullie | slaan kaal | sloegen kaal |
| zij | slaan kaal | sloegen kaal |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben kaalgeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent kaalgeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is kaalgeslagen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was kaalgeslagen | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd kaalgeslagen | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt kaalgeslagen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal kaalgeslagen worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal kaalgeslagen zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou kaalgeslagen worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou kaalgeslagen zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had kaalgeslagen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had kaalgeslagen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had kaalgeslagen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden kaalgeslagen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden kaalgeslagen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden kaalgeslagen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt kaalgeslagen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb kaalgeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben kaalgeslagen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben kaalgeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben kaalgeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben kaalgeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt kaalgeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft kaalgeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft kaalgeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is kaalgeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is kaalgeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| kaal te slaan | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| kaal te zullen slaan | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| kaal zal slaan | bijzin, toekomende tijd |
| kaal zou slaan | bijzin, voorwaardelijk |
| kaal zouden slaan | bijzin, voorwaardelijk |
| kaal zoudt slaan | bijzin, voorwaardelijk |
| kaal zullen slaan | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| kaal zullen slaan | bijzin, toekomende tijd |
| kaal zult slaan | bijzin, toekomende tijd |
| kaalgeslagen | verleden tijd, deelwoord |
| kaalgeslagen te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| kaalgeslagen te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| kaalgeslagen te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| kaalgeslagen te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| kaalgeslagen te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| kaalgeslagen worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| kaalgeslagen zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| kaalgeslagen zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| kaalgeslagen zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| kaalgeslagen zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| kaalsla | bijzin, tegenwoordige tijd |
| kaalslaand | onvoltooid, deelwoord |
| kaalslaat | bijzin, tegenwoordige tijd |
| kaalsloeg | bijzin, verleden tijd |
| kaalsloegen | bijzin, verleden tijd |
| sla kaal | gebiedende wijs |
| sloeg kaal | verleden tijd |
| te hebben kaalgeslagen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen kaalslaan | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart kaalgeslagen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren kaalgeslagen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren kaalgeslagen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren kaalgeslagen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was kaalgeslagen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was kaalgeslagen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was kaalgeslagen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd kaalgeslagen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd kaalgeslagen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd kaalgeslagen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden kaalgeslagen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden kaalgeslagen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden kaalgeslagen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt kaalgeslagen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word kaalgeslagen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden kaalgeslagen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden kaalgeslagen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden kaalgeslagen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt kaalgeslagen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt kaalgeslagen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal kaalgeslagen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal kaalgeslagen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal kaalgeslagen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal kaalgeslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal kaalgeslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal kaalgeslagen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal kaalgeslagen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal kaalslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal kaalslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal kaalslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal kaalslaan | bijzin, toekomende tijd |
| zijn kaalgeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn kaalgeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn kaalgeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt kaalgeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou kaalgeslagen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou kaalgeslagen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou kaalgeslagen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou kaalgeslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou kaalgeslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou kaalgeslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou kaalgeslagen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou kaalgeslagen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou kaalgeslagen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou kaalslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou kaalslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou kaalslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou kaalslaan | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) kaalslaan kaal zou(dt) slaan | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden kaalgeslagen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden kaalgeslagen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden kaalgeslagen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden kaalgeslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden kaalgeslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden kaalgeslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden kaalgeslagen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden kaalgeslagen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden kaalgeslagen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden kaalslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden kaalslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden kaalslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden kaalslaan | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt kaalgeslagen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt kaalgeslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt kaalgeslagen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt kaalslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt kaalslaan | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen kaalgeslagen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen kaalgeslagen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen kaalgeslagen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen kaalgeslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen kaalgeslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen kaalgeslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen kaalgeslagen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen kaalgeslagen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen kaalgeslagen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen kaalslaan | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen kaalslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen kaalslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen kaalslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen kaalslaan | bijzin, toekomende tijd |
| zult kaalgeslagen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van kaal en slaan
Woordfamilie van kaalslaan
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kaalgeslagen | voltooid deelwoord | kaalslaan |
| kaalsla | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | kaalslaan |
| kaalslaand | onvoltooid deelwoord | kaalslaan |
| kaalslaande | woordvorm | kaalslaan |
| kaalslaat | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | kaalslaan |
| kaalsloeg | subordinate-clause, verleden tijd | kaalslaan |
| kaalsloegen | subordinate-clause, verleden tijd | kaalslaan |
| sla kaal | gebiedende wijs | kaalslaan |
| slaan kaal | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | kaalslaan |
| slaat kaal | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | kaalslaan |
| sloeg kaal | verleden tijd | kaalslaan |
| sloegen kaal | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | kaalslaan |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kaalslaan zijn vastgelegd.