kaalplukken
werkwoordBetekenis
- door plukken kaal maken
- iemand van zijn bezit ontdoen, afzetten, rippen
- criminelen van hun illegaal verkregen bezit ontdoen
Vervoeging van kaalplukken
kaalplukkenhele werkwoord — plukte kaalverleden tijd enkelvoud — plukten kaalverleden tijd meervoud — kaalgepluktvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | pluk kaal | plukte kaal |
| jij | plukt kaal | plukte kaal |
| hij, zij, het | plukt kaal | plukte kaal |
| wij | plukken kaal | plukten kaal |
| jullie | plukken kaal | plukten kaal |
| zij | plukken kaal | plukten kaal |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben kaalgeplukt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent kaalgeplukt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is kaalgeplukt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was kaalgeplukt | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd kaalgeplukt | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt kaalgeplukt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal kaalgeplukt worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal kaalgeplukt zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou kaalgeplukt worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou kaalgeplukt zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had kaalgeplukt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had kaalgeplukt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had kaalgeplukt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden kaalgeplukt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden kaalgeplukt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden kaalgeplukt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt kaalgeplukt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb kaalgeplukt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben kaalgeplukt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben kaalgeplukt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben kaalgeplukt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben kaalgeplukt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt kaalgeplukt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft kaalgeplukt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft kaalgeplukt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is kaalgeplukt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is kaalgeplukt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| kaal te plukken | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| kaal te zullen plukken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| kaal zal plukken | bijzin, toekomende tijd |
| kaal zou plukken | bijzin, voorwaardelijk |
| kaal zouden plukken | bijzin, voorwaardelijk |
| kaal zoudt plukken | bijzin, voorwaardelijk |
| kaal zullen plukken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| kaal zullen plukken | bijzin, toekomende tijd |
| kaal zult plukken | bijzin, toekomende tijd |
| kaalgeplukt | verleden tijd, deelwoord |
| kaalgeplukt te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| kaalgeplukt te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| kaalgeplukt te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| kaalgeplukt te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| kaalgeplukt te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| kaalgeplukt worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| kaalgeplukt zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| kaalgeplukt zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| kaalgeplukt zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| kaalgeplukt zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| kaalpluk | bijzin, tegenwoordige tijd |
| kaalplukkend | onvoltooid, deelwoord |
| kaalplukt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| kaalplukte | bijzin, verleden tijd |
| kaalplukten | bijzin, verleden tijd |
| pluk kaal | gebiedende wijs |
| plukte kaal | verleden tijd |
| te hebben kaalgeplukt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen kaalplukken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart kaalgeplukt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren kaalgeplukt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren kaalgeplukt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren kaalgeplukt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was kaalgeplukt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was kaalgeplukt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was kaalgeplukt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd kaalgeplukt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd kaalgeplukt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd kaalgeplukt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden kaalgeplukt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden kaalgeplukt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden kaalgeplukt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt kaalgeplukt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word kaalgeplukt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden kaalgeplukt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden kaalgeplukt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden kaalgeplukt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt kaalgeplukt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt kaalgeplukt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal kaalgeplukt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal kaalgeplukt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal kaalgeplukt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal kaalgeplukt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal kaalgeplukt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal kaalgeplukt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal kaalgeplukt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal kaalplukken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal kaalplukken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal kaalplukken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal kaalplukken | bijzin, toekomende tijd |
| zijn kaalgeplukt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn kaalgeplukt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn kaalgeplukt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt kaalgeplukt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou kaalgeplukt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou kaalgeplukt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou kaalgeplukt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou kaalgeplukt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou kaalgeplukt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou kaalgeplukt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou kaalgeplukt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou kaalgeplukt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou kaalgeplukt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou kaalplukken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou kaalplukken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou kaalplukken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou kaalplukken | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) kaalplukken kaal zou(dt) plukken | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden kaalgeplukt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden kaalgeplukt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden kaalgeplukt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden kaalgeplukt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden kaalgeplukt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden kaalgeplukt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden kaalgeplukt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden kaalgeplukt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden kaalgeplukt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden kaalplukken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden kaalplukken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden kaalplukken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden kaalplukken | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt kaalgeplukt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt kaalgeplukt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt kaalgeplukt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt kaalplukken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt kaalplukken | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen kaalgeplukt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen kaalgeplukt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen kaalgeplukt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen kaalgeplukt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen kaalgeplukt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen kaalgeplukt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen kaalgeplukt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen kaalgeplukt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen kaalgeplukt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen kaalplukken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen kaalplukken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen kaalplukken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen kaalplukken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen kaalplukken | bijzin, toekomende tijd |
| zult kaalgeplukt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van kaal en plukken
Woordfamilie van kaalplukken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kaalgeplukt | voltooid deelwoord | kaalplukken |
| kaalgeplukte | woordvorm | kaalplukken |
| kaalpluk | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | kaalplukken |
| kaalplukke | with-subordinate-clause | kaalplukken |
| kaalplukkend | onvoltooid deelwoord | kaalplukken |
| kaalplukkende | woordvorm | kaalplukken |
| kaalplukt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | kaalplukken |
| kaalplukte | subordinate-clause, verleden tijd | kaalplukken |
| kaalplukten | subordinate-clause, verleden tijd | kaalplukken |
| pluk kaal | gebiedende wijs | kaalplukken |
| plukke kaal | woordvorm | kaalplukken |
| plukken kaal | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | kaalplukken |
| plukt kaal | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | kaalplukken |
| plukte kaal | verleden tijd | kaalplukken |
| plukten kaal | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | kaalplukken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kaalplukken zijn vastgelegd.