Naar de inhoud

jureren

als jury optreden, beoordelen als jurylid

jureren

werkwoord

Betekenis

  1. als jury optreden, beoordelen als jurylid

Vervoeging van jureren

jurerenhele werkwoord — jureerdeverleden tijd enkelvoud — jureerdenverleden tijd meervoud — gejureerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik jureer jureerde
jij jureert jureerde
hij, zij, het jureert jureerde
wij jureren jureerden
jullie jureren jureerden
zij jureren jureerden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gejureerd verleden tijd, deelwoord
gejureerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gejureerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gejureerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gejureerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gejureerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gejureerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gejureerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gejureerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gejureerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gejureerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gejureerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gejureerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gejureerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gejureerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gejureerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gejureerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gejureerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
jureer gebiedende wijs
jureerde verleden tijd
jurere aanvoegende wijs
jurerend onvoltooid, deelwoord
te hebben gejureerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te jureren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen jureren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gejureerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gejureerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gejureerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal jureren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal jureren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal jureren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gejureerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gejureerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gejureerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou jureren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou jureren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou jureren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gejureerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gejureerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gejureerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden jureren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden jureren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden jureren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gejureerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt jureren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gejureerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gejureerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gejureerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen jureren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen jureren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen jureren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen jureren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gejureerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult jureren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van het Franse jurer (met het achtervoegsel -eren)

Woordfamilie van jureren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gejureerd voltooid deelwoord jureren
jureer gebiedende wijs jureren
jureerde verleden tijd jureren
jureerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon jureren
jureert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon jureren
jurere aanvoegende wijs jureren
jurerend onvoltooid deelwoord jureren
jurerende woordvorm jureren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van jureren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over jureren

Wat betekent jureren?
Jureren is een werkwoord. Het woord betekent: als jury optreden, beoordelen als jurylid.
Hoe vervoeg je jureren?
Je vervoegt jureren als volgt: de tegenwoordige tijd is jureer, de verleden tijd is jureerde en het voltooid deelwoord is gejureerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord jureren is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. J 4
  2. U 4
  3. R 2
  4. E 1
  5. R 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

jureren levert met Wordfeud minimaal 13 en maximaal 103 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. J 4
  2. U 2
  3. R 2
  4. E 1
  5. R 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 13 zonder bonus
  9. 103 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (J) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

jureren telt 7 letters, waarvan 5 verschillende, want 2 letters komen er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

jureren in het kort

jureren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van jureren zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort jureren bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

jureren: als jury optreden, beoordelen als jurylid
Deel jureren — standaardnederlands.nl