judo
zelfstandig naamwoord, werkwoord /'jy.do/Betekenis
- een Japanse vechtsport, heden ten dage beoefend als wedstrijdsport
Hoe spreek je judo uit?
/ˈjydo/
Judo bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| j | ja |
| y | fuut |
| d | dak |
| o | boot |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van judoën
- gebiedende wijs van judoën
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van judoën
Vervoeging van judo
judohele werkwoord
Herkomst
Leenwoord uit het Japans, in de betekenis van ‘verdedigingssport’ voor het eerst aangetroffen in 1948