jonassen
werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈjonɑsə(n)Betekenis
- aan armen en benen heen en weer slingeren
Hoe spreek je jonassen uit?
/ˈjonɑsən/
Jonassen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| j | ja |
| o | boot |
| n | nek |
| ɑ | bad |
| s | sok |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van jonassen
jonassenhele werkwoord — jonasteverleden tijd enkelvoud — jonastenverleden tijd meervoud — gejonastvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | jonas | jonaste |
| jij | jonast | jonaste |
| hij, zij, het | jonast | jonaste |
| wij | jonassen | jonasten |
| jullie | jonassen | jonasten |
| zij | jonassen | jonasten |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gejonast | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gejonast | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gejonast | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gejonast | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gejonast | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gejonast | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gejonast worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gejonast zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gejonast worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gejonast zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gejonast | verleden tijd, deelwoord |
| gejonast te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gejonast te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gejonast te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gejonast te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gejonast te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gejonast worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gejonast zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gejonast zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gejonast zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gejonast zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gejonast | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gejonast | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gejonast | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gejonast | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gejonast | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gejonast | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gejonast | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gejonast | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gejonast | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gejonast | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gejonast | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gejonast | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gejonast | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gejonast | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gejonast | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gejonast | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gejonast | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| jonas | gebiedende wijs |
| jonasse | aanvoegende wijs |
| jonassend | onvoltooid, deelwoord |
| jonaste | verleden tijd |
| te hebben gejonast | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te jonassen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen jonassen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gejonast | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gejonast | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gejonast | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gejonast | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gejonast | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gejonast | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gejonast | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gejonast | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gejonast | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gejonast | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gejonast | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gejonast | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gejonast | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gejonast | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gejonast | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gejonast | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gejonast | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gejonast | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gejonast | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gejonast | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gejonast hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gejonast hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gejonast hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gejonast worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gejonast worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gejonast zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gejonast zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal jonassen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal jonassen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal jonassen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gejonast | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gejonast | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gejonast | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gejonast | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gejonast hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gejonast hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gejonast hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gejonast worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gejonast worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gejonast worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gejonast zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gejonast zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gejonast zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou jonassen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou jonassen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou jonassen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gejonast hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gejonast hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gejonast hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gejonast worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gejonast worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gejonast worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gejonast zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gejonast zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gejonast zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden jonassen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden jonassen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden jonassen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gejonast hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gejonast worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gejonast zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt jonassen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gejonast hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gejonast hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gejonast hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gejonast worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gejonast worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gejonast worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gejonast zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gejonast zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gejonast zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen jonassen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen jonassen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen jonassen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen jonassen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gejonast hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gejonast worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gejonast zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult jonassen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord jonas
Herkomst
eponiem, afgeleid van Jonas en met het achtervoegsel -en, een verwijzing naar de profeet Jonas uit het boek Jona in de Bijbel, in de betekenis van ‘iemand met zijn tweeën horizontaal vasthouden en heen en weer slingeren’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1669
Woordfamilie van jonassen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gejonast | voltooid deelwoord | jonassen |
| gejonaste | woordvorm | jonassen |
| jonasse | aanvoegende wijs | jonassen |
| jonassend | onvoltooid deelwoord | jonassen |
| jonassende | woordvorm | jonassen |
| jonast | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | jonassen |
| jonaste | verleden tijd | jonassen |
| jonasten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | jonassen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van jonassen zijn vastgelegd.