jokeren
werkwoordBetekenis
- een spel waarin kaarten in groepen van drie of meer verzameld worden
Vervoeging van jokeren
jokerenhele werkwoord — jokerdeverleden tijd enkelvoud — jokerdenverleden tijd meervoud — gejokerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | joker | jokerde |
| jij | jokert | jokerde |
| hij, zij, het | jokert | jokerde |
| wij | jokeren | jokerden |
| jullie | jokeren | jokerden |
| zij | jokeren | jokerden |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is gejokerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gejokerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gejokerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gejokerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gejokerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gejokerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gejokerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gejokerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gejokerd | verleden tijd, deelwoord |
| gejokerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gejokerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gejokerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gejokerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gejokerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gejokerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gejokerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gejokerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gejokerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gejokerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gejokerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gejokerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gejokerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gejokerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gejokerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gejokerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gejokerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| joker | gebiedende wijs |
| jokerde | verleden tijd |
| jokere | aanvoegende wijs |
| jokerend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gejokerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te jokeren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen jokeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal gejokerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gejokerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gejokerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal jokeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal jokeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal jokeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gejokerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gejokerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gejokerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou jokeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou jokeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou jokeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gejokerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gejokerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gejokerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden jokeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden jokeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden jokeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gejokerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt jokeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gejokerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gejokerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gejokerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen jokeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen jokeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen jokeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen jokeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gejokerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult jokeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van het Franse joker ?? (met het achtervoegsel -eren)
Woordfamilie van jokeren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gejokerd | voltooid deelwoord | jokeren |
| jokerde | verleden tijd | jokeren |
| jokerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | jokeren |
| jokere | aanvoegende wijs | jokeren |
| jokerend | onvoltooid deelwoord | jokeren |
| jokerende | woordvorm | jokeren |
| jokert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | jokeren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van jokeren zijn vastgelegd.