jeu-de-boulen
werkwoordBetekenis
- het spel jeu de boules spelen
Vervoeging van jeu-de-boulen
jeu-de-boulenhele werkwoord — jeu-de-bouldeverleden tijd enkelvoud — jeu-de-bouldenverleden tijd meervoud — gejeu-de-bouldvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | jeu-de-boul | jeu-de-boulde |
| jij | jeu-de-boult | jeu-de-boulde |
| hij, zij, het | jeu-de-boult | jeu-de-boulde |
| wij | jeu-de-boulen | jeu-de-boulden |
| jullie | jeu-de-boulen | jeu-de-boulden |
| zij | jeu-de-boulen | jeu-de-boulden |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is gejeu-de-bould | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gejeu-de-bould | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gejeu-de-bould | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gejeu-de-bould | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gejeu-de-bould worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gejeu-de-bould zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gejeu-de-bould worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gejeu-de-bould zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gejeu-de-bould | verleden tijd, deelwoord |
| gejeu-de-bould te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gejeu-de-bould zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gejeu-de-bould | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gejeu-de-bould | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gejeu-de-bould | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gejeu-de-bould | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gejeu-de-bould | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gejeu-de-bould | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gejeu-de-bould | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gejeu-de-bould | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gejeu-de-bould | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gejeu-de-bould | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gejeu-de-bould | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gejeu-de-bould | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gejeu-de-bould | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gejeu-de-bould | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gejeu-de-bould | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| jeu-de-boul | gebiedende wijs |
| jeu-de-boulde | verleden tijd |
| jeu-de-boule | aanvoegende wijs |
| jeu-de-boulend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gejeu-de-bould | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te jeu-de-boulen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen jeu-de-boulen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal gejeu-de-bould hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gejeu-de-bould hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gejeu-de-bould hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal jeu-de-boulen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal jeu-de-boulen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal jeu-de-boulen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gejeu-de-bould hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gejeu-de-bould hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gejeu-de-bould hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou jeu-de-boulen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou jeu-de-boulen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou jeu-de-boulen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gejeu-de-bould hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gejeu-de-bould hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gejeu-de-bould hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden jeu-de-boulen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden jeu-de-boulen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden jeu-de-boulen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gejeu-de-bould hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt jeu-de-boulen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gejeu-de-bould hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gejeu-de-bould hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gejeu-de-bould hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen jeu-de-boulen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen jeu-de-boulen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen jeu-de-boulen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen jeu-de-boulen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gejeu-de-bould hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult jeu-de-boulen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
(samenkoppeling) van het Franse 'jeu de boules' (spel met zware ballen)
Woordfamilie van jeu-de-boulen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gejeu-de-bould | voltooid deelwoord | jeu-de-boulen |
| jeu-de-boul | gebiedende wijs | jeu-de-boulen |
| jeu-de-boulde | verleden tijd | jeu-de-boulen |
| jeu-de-boulden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | jeu-de-boulen |
| jeu-de-boule | aanvoegende wijs | jeu-de-boulen |
| jeu-de-boulend | onvoltooid deelwoord | jeu-de-boulen |
| jeu-de-boulende | woordvorm | jeu-de-boulen |
| jeu-de-boult | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | jeu-de-boulen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van jeu-de-boulen zijn vastgelegd.