jan-in-de-zak
zelfstandig naamwoord ˈjɑnɪndəˌzɑkBetekenis
- gerecht uit bloem, gist en rozijnen, in een toegebonden zak of doek in heet water gekookt en met stroop geserveerd
Hoe spreek je jan-in-de-zak uit?
/ˈjɑnɪndəˌzɑk/
Jan-in-de-zak bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| j | ja |
| ɑ | bad |
| n | nek |
| ɪ | pit |
| d | dak |
| ə | de |
| z | zon |
| k | kat |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| jan-in-de-zakken | meervoud |
Herkomst
(samenkoppeling) van Jan, in, de en zak
Woordfamilie van jan-in-de-zak
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| jan-in-de-zakken | meervoud | jan-in-de-zak |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van jan-in-de-zak zijn vastgelegd.