ketelkoek
zelfstandig naamwoordBetekenis
- gerecht uit meel, melk en stroop, in een toegebonden zak of doek in de ketel gekookt
- boerengerecht dat vooral als dessert wordt gegeten, in een blikken trommel of puddingvorm bereid
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ketelkoeken | meervoud |
| ketelkoekje | verkleinwoord, enkelvoud |
| ketelkoekjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van ketel en koek
Woordfamilie van ketelkoek
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ketelkoeken | meervoud | ketelkoek |
| ketelkoekje | verkleinwoord | ketelkoek |
| ketelkoekjes | verkleinwoord meervoud | ketelkoek |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ketelkoek zijn vastgelegd.