jaarmarkt
zelfstandig naamwoord ˈjarmɑrᵊktBetekenis
- markt die elk jaar op een vaste tijd wordt gehouden
Hoe spreek je jaarmarkt uit?
/ˈjarmɑrəkt/
Jaarmarkt bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| j | ja |
| a | maan |
| r | rood |
| m | maan |
| ɑ | bad |
| ə | de |
| k | kat |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| jaarmarkten | meervoud |
| jaarmarktje | verkleinwoord, enkelvoud |
| jaarmarktjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van jaar en markt
Woordfamilie van jaarmarkt
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| jaarmarkten | meervoud | jaarmarkt |
| jaarmarktje | verkleinwoord | jaarmarkt |
| jaarmarktjes | verkleinwoord meervoud | jaarmarkt |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van jaarmarkt zijn vastgelegd.