Naar de inhoud

italianiseren

Italiaans worden; de levenswijze, gewoonten, taal e.d. van de Italianen overnemen

italianiseren

werkwoord

Betekenis

  1. Italiaans worden; de levenswijze, gewoonten, taal e.d. van de Italianen overnemen
  2. de Italiaanse schildertrant navolgen
  3. Italiaans maken

Vervoeging van italianiseren

italianiserenhele werkwoord — italianiseerdeverleden tijd enkelvoud — italianiseerdenverleden tijd meervoud — geïtalianiseerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik italianiseer italianiseerde
jij italianiseert italianiseerde
hij, zij, het italianiseert italianiseerde
wij italianiseren italianiseerden
jullie italianiseren italianiseerden
zij italianiseren italianiseerden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
geïtalianiseerd verleden tijd, deelwoord
geïtalianiseerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geïtalianiseerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geïtalianiseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geïtalianiseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geïtalianiseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geïtalianiseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geïtalianiseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geïtalianiseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geïtalianiseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geïtalianiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geïtalianiseerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geïtalianiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geïtalianiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geïtalianiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geïtalianiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geïtalianiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geïtalianiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
italianiseer gebiedende wijs
italianiseerde verleden tijd
italianisere aanvoegende wijs
italianiserend onvoltooid, deelwoord
te hebben geïtalianiseerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te italianiseren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen italianiseren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal geïtalianiseerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geïtalianiseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geïtalianiseerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal italianiseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal italianiseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal italianiseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou geïtalianiseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geïtalianiseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geïtalianiseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou italianiseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou italianiseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou italianiseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geïtalianiseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geïtalianiseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geïtalianiseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden italianiseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden italianiseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden italianiseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geïtalianiseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt italianiseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geïtalianiseerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geïtalianiseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geïtalianiseerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen italianiseren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen italianiseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen italianiseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen italianiseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geïtalianiseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult italianiseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van het Franse italianiser (met het achtervoegsel -iseren)

Woordfamilie van italianiseren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geïtalianiseerd voltooid deelwoord italianiseren
geïtalianiseerde woordvorm italianiseren
italianiseer gebiedende wijs italianiseren
italianiseerde verleden tijd italianiseren
italianiseerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon italianiseren
italianiseert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon italianiseren
italianisere aanvoegende wijs italianiseren
italianiserend onvoltooid deelwoord italianiseren
italianiserende woordvorm italianiseren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van italianiseren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over italianiseren

Wat is de betekenis van italianiseren?
Italianiseren is een werkwoord. De betekenis is: Italiaans worden; de levenswijze, gewoonten, taal e.d. van de Italianen overnemen. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik italianiseren?
Zo vervoeg je italianiseren zo: de tegenwoordige tijd is italianiseer, de verleden tijd is italianiseerde en het voltooid deelwoord is geïtalianiseerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord italianiseren is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. I 1
  2. T 2
  3. A 1
  4. L 3
  5. I 1
  6. A 1
  7. N 1
  8. I 1
  9. S 2
  10. E 1
  11. R 2
  12. E 1
  13. N 1
  14. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

italianiseren levert met Wordfeud minimaal 21 en maximaal 81 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. I 2
  2. T 2
  3. A 1
  4. L 3
  5. I 2
  6. A 1
  7. N 1
  8. I 2
  9. S 2
  10. E 1
  11. R 2
  12. E 1
  13. N 1
  14. 21 zonder bonus
  15. 81 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (L) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

italianiseren in het kort

italianiseren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van italianiseren staan er 32 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort italianiseren bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

italianiseren: Italiaans worden; de levenswijze, gewoonten, taal e.d. van de Italianen overnemen
Deel italianiseren — standaardnederlands.nl