Naar de inhoud

isomeriseren

overgaan in een isomeer

isomeriseren

werkwoord

Betekenis

  1. overgaan in een isomeer

Vervoeging van isomeriseren

isomeriserenhele werkwoord — isomeriseerdeverleden tijd enkelvoud — isomeriseerdenverleden tijd meervoud — geïsomeriseerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik isomeriseer isomeriseerde
jij isomeriseert isomeriseerde
hij, zij, het isomeriseert isomeriseerde
wij isomeriseren isomeriseerden
jullie isomeriseren isomeriseerden
zij isomeriseren isomeriseerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben geïsomeriseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent geïsomeriseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is geïsomeriseerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geïsomeriseerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geïsomeriseerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geïsomeriseerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geïsomeriseerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geïsomeriseerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geïsomeriseerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geïsomeriseerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geïsomeriseerd verleden tijd, deelwoord
geïsomeriseerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geïsomeriseerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geïsomeriseerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geïsomeriseerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geïsomeriseerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geïsomeriseerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geïsomeriseerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geïsomeriseerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geïsomeriseerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geïsomeriseerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geïsomeriseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geïsomeriseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geïsomeriseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geïsomeriseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geïsomeriseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geïsomeriseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geïsomeriseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geïsomeriseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geïsomeriseerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geïsomeriseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geïsomeriseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geïsomeriseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geïsomeriseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geïsomeriseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geïsomeriseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is geïsomeriseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is geïsomeriseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
isomeriseer gebiedende wijs
isomeriseerde verleden tijd
isomerisere aanvoegende wijs
isomeriserend onvoltooid, deelwoord
te hebben geïsomeriseerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te isomeriseren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen isomeriseren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart geïsomeriseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geïsomeriseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren geïsomeriseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geïsomeriseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geïsomeriseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was geïsomeriseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was geïsomeriseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd geïsomeriseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd geïsomeriseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd geïsomeriseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden geïsomeriseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden geïsomeriseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden geïsomeriseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt geïsomeriseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word geïsomeriseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden geïsomeriseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden geïsomeriseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden geïsomeriseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geïsomeriseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt geïsomeriseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal geïsomeriseerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geïsomeriseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geïsomeriseerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geïsomeriseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geïsomeriseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geïsomeriseerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geïsomeriseerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal isomeriseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal isomeriseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal isomeriseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn geïsomeriseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn geïsomeriseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn geïsomeriseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt geïsomeriseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou geïsomeriseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geïsomeriseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geïsomeriseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geïsomeriseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geïsomeriseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geïsomeriseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geïsomeriseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geïsomeriseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geïsomeriseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou isomeriseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou isomeriseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou isomeriseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geïsomeriseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geïsomeriseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geïsomeriseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geïsomeriseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden geïsomeriseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden geïsomeriseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geïsomeriseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geïsomeriseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geïsomeriseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden isomeriseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden isomeriseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden isomeriseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geïsomeriseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geïsomeriseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geïsomeriseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt isomeriseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geïsomeriseerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geïsomeriseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geïsomeriseerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geïsomeriseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen geïsomeriseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen geïsomeriseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geïsomeriseerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geïsomeriseerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geïsomeriseerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen isomeriseren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen isomeriseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen isomeriseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen isomeriseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geïsomeriseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geïsomeriseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geïsomeriseerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult isomeriseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van isomerisch met het achtervoegsel -iseren

Woordfamilie van isomeriseren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geïsomeriseerd voltooid deelwoord isomeriseren
geïsomeriseerde woordvorm isomeriseren
isomeriseer gebiedende wijs isomeriseren
isomeriseerde verleden tijd isomeriseren
isomeriseerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon isomeriseren
isomeriseert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon isomeriseren
isomerisere aanvoegende wijs isomeriseren
isomeriserend onvoltooid deelwoord isomeriseren
isomeriserende woordvorm isomeriseren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van isomeriseren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over isomeriseren

Wat is de betekenis van isomeriseren?
Isomeriseren is een werkwoord. De betekenis is: overgaan in een isomeer.
Hoe vervoeg ik isomeriseren?
Zo vervoeg je isomeriseren zo: de tegenwoordige tijd is isomeriseer, de verleden tijd is isomeriseerde en het voltooid deelwoord is geïsomeriseerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord isomeriseren is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. I 1
  2. S 2
  3. O 1
  4. M 3
  5. E 1
  6. R 2
  7. I 1
  8. S 2
  9. E 1
  10. R 2
  11. E 1
  12. N 1
  13. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

isomeriseren levert met Wordfeud minimaal 20 en maximaal 78 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. I 2
  2. S 2
  3. O 1
  4. M 3
  5. E 1
  6. R 2
  7. I 2
  8. S 2
  9. E 1
  10. R 2
  11. E 1
  12. N 1
  13. 20 zonder bonus
  14. 78 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (M) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

isomeriseren in het kort

isomeriseren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van isomeriseren staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort isomeriseren bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

isomeriseren: overgaan in een isomeer
Deel isomeriseren — standaardnederlands.nl