Naar de inhoud

islamiseren

de maatschappij organiseren volgens islamitische principes

islamiseren

werkwoord

Betekenis

  1. de maatschappij organiseren volgens islamitische principes

Vervoeging van islamiseren

islamiserenhele werkwoord — islamiseerdeverleden tijd enkelvoud — islamiseerdenverleden tijd meervoud — geïslamiseerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik islamiseer islamiseerde
jij islamiseert islamiseerde
hij, zij, het islamiseert islamiseerde
wij islamiseren islamiseerden
jullie islamiseren islamiseerden
zij islamiseren islamiseerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben geïslamiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent geïslamiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is geïslamiseerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geïslamiseerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geïslamiseerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geïslamiseerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geïslamiseerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geïslamiseerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geïslamiseerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geïslamiseerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geïslamiseerd verleden tijd, deelwoord
geïslamiseerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geïslamiseerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geïslamiseerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geïslamiseerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geïslamiseerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geïslamiseerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geïslamiseerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geïslamiseerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geïslamiseerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geïslamiseerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geïslamiseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geïslamiseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geïslamiseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geïslamiseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geïslamiseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geïslamiseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geïslamiseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geïslamiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geïslamiseerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geïslamiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geïslamiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geïslamiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geïslamiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geïslamiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geïslamiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is geïslamiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is geïslamiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
islamiseer gebiedende wijs
islamiseerde verleden tijd
islamisere aanvoegende wijs
islamiserend onvoltooid, deelwoord
te hebben geïslamiseerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te islamiseren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen islamiseren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart geïslamiseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geïslamiseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren geïslamiseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geïslamiseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geïslamiseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was geïslamiseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was geïslamiseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd geïslamiseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd geïslamiseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd geïslamiseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden geïslamiseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden geïslamiseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden geïslamiseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt geïslamiseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word geïslamiseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden geïslamiseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden geïslamiseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden geïslamiseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geïslamiseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt geïslamiseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal geïslamiseerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geïslamiseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geïslamiseerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geïslamiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geïslamiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geïslamiseerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geïslamiseerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal islamiseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal islamiseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal islamiseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn geïslamiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn geïslamiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn geïslamiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt geïslamiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou geïslamiseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geïslamiseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geïslamiseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geïslamiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geïslamiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geïslamiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geïslamiseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geïslamiseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geïslamiseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou islamiseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou islamiseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou islamiseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geïslamiseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geïslamiseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geïslamiseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geïslamiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden geïslamiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden geïslamiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geïslamiseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geïslamiseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geïslamiseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden islamiseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden islamiseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden islamiseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geïslamiseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geïslamiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geïslamiseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt islamiseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geïslamiseerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geïslamiseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geïslamiseerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geïslamiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen geïslamiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen geïslamiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geïslamiseerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geïslamiseerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geïslamiseerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen islamiseren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen islamiseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen islamiseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen islamiseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geïslamiseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geïslamiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geïslamiseerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult islamiseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van het Franse islamiser met het achtervoegsel -iseren

Woordfamilie van islamiseren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geïslamiseerd voltooid deelwoord islamiseren
geïslamiseerde woordvorm islamiseren
islamiseer gebiedende wijs islamiseren
islamiseerde verleden tijd islamiseren
islamiseerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon islamiseren
islamiseert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon islamiseren
islamisere aanvoegende wijs islamiseren
islamiserend onvoltooid deelwoord islamiseren
islamiserende woordvorm islamiseren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van islamiseren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over islamiseren

Wat is de betekenis van islamiseren?
Islamiseren is een werkwoord. De betekenis is: de maatschappij organiseren volgens islamitische principes.
Hoe vervoeg ik islamiseren?
Zo vervoeg je islamiseren zo: de tegenwoordige tijd is islamiseer, de verleden tijd is islamiseerde en het voltooid deelwoord is geïslamiseerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord islamiseren is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. I 1
  2. S 2
  3. L 3
  4. A 1
  5. M 3
  6. I 1
  7. S 2
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

islamiseren levert met Wordfeud minimaal 20 en maximaal 78 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. I 2
  2. S 2
  3. L 3
  4. A 1
  5. M 3
  6. I 2
  7. S 2
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 20 zonder bonus
  13. 78 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (L) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

islamiseren in het kort

islamiseren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van islamiseren staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort islamiseren bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

islamiseren: de maatschappij organiseren volgens islamitische principes
Deel islamiseren — standaardnederlands.nl