Naar de inhoud

inzinken

zinken in iets anders

inzinken

werkwoord

Betekenis

  1. zinken in iets anders

Vervoeging van inzinken

inzinkenhele werkwoord — zonk inverleden tijd enkelvoud — zonken inverleden tijd meervoud — ingezonkenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik zink in zonk in
jij zinkt in zonk in
hij, zij, het zinkt in zonk in
wij zinken in zonken in
jullie zinken in zonken in
zij zinken in zonken in
Alle 75 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ben ingezonken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent ingezonken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
ev. gebiedende wijs
in te zinken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
in te zullen zinken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
in zal zinken bijzin, toekomende tijd
in zou zinken bijzin, voorwaardelijk
in zouden zinken bijzin, voorwaardelijk
in zoudt zinken bijzin, voorwaardelijk
in zullen zinken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
in zullen zinken bijzin, toekomende tijd
in zult zinken bijzin, toekomende tijd
ingezonken verleden tijd, deelwoord
ingezonken te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingezonken zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
inzink bijzin, tegenwoordige tijd
inzinkend onvoltooid, deelwoord
inzinkt bijzin, tegenwoordige tijd
inzonk bijzin, verleden tijd
inzonken bijzin, verleden tijd
is ingezonken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is ingezonken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te zijn ingezonken actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen inzinken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart ingezonken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ingezonken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren ingezonken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ingezonken voltooid, verleden tijd, derde persoon
was ingezonken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was ingezonken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was ingezonken voltooid, verleden tijd, derde persoon
zal ingezonken zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingezonken zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ingezonken zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal inzinken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal inzinken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal inzinken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal inzinken bijzin, toekomende tijd
zijn ingezonken actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn ingezonken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn ingezonken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn ingezonken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt ingezonken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zink in gebiedende wijs
zonk in verleden tijd
zou ingezonken zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingezonken zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingezonken zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou inzinken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou inzinken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou inzinken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou inzinken bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) inzinken in zou(dt) zinken bijzin, voorwaardelijk
zouden ingezonken zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ingezonken zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ingezonken zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden inzinken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden inzinken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden inzinken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden inzinken bijzin, voorwaardelijk
zoudt ingezonken zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt inzinken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt inzinken bijzin, voorwaardelijk
zullen ingezonken zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ingezonken zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ingezonken zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen inzinken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen inzinken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen inzinken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen inzinken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen inzinken bijzin, toekomende tijd
zult ingezonken zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult inzinken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult inzinken bijzin, toekomende tijd
zult/zal inzinken in zult/zal zinken bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van in en zinken

Woordfamilie van inzinken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
ingezonken voltooid deelwoord inzinken
inzink subordinate-clause, tegenwoordige tijd inzinken
inzinke with-subordinate-clause inzinken
inzinkend onvoltooid deelwoord inzinken
inzinkende woordvorm inzinken
inzinkt subordinate-clause, tegenwoordige tijd inzinken
inzonk subordinate-clause, verleden tijd inzinken
inzonken subordinate-clause, verleden tijd inzinken
zink in gebiedende wijs inzinken
zinke in woordvorm inzinken
zinken in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon inzinken
zinkt in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon inzinken
zonk in verleden tijd inzinken
zonken in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon inzinken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van inzinken zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over inzinken

Wat betekent inzinken?
Inzinken is een werkwoord. Het woord betekent: zinken in iets anders.
Hoe vervoeg je inzinken?
Je vervoegt inzinken als volgt: het voltooid deelwoord is ingezonken. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord inzinken is 13 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. I 1
  2. N 1
  3. Z 4
  4. I 1
  5. N 1
  6. K 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 13 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

inzinken levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 78 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. I 2
  2. N 1
  3. Z 5
  4. I 2
  5. N 1
  6. K 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 16 zonder bonus
  10. 78 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

inzinken in het kort

inzinken staat in dit woordenboek als werkwoord. Van inzinken zijn 46 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort inzinken bij een woordfamilie van 14 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

inzinken: zinken in iets anders
Deel inzinken — standaardnederlands.nl