Naar de inhoud

inzaaien

zaaien in een daarvoor voorbereide ondergrond

inzaaien

werkwoord ˈɪnzajə(n)

Betekenis

  1. zaaien in een daarvoor voorbereide ondergrond

Hoe spreek je inzaaien uit?

/ˈɪnzajən/

Inzaaien bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈɪnzajən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
ɪ pit
n nek
z zon
a maan
j ja
ə de
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van inzaaien

inzaaienhele werkwoord — zaaide inverleden tijd enkelvoud — zaaiden inverleden tijd meervoud — ingezaaidvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik zaai in zaaide in
jij zaait in zaaide in
hij, zij, het zaait in zaaide in
wij zaaien in zaaiden in
jullie zaaien in zaaiden in
zij zaaien in zaaiden in
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben ingezaaid voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent ingezaaid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is ingezaaid impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was ingezaaid impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd ingezaaid impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt ingezaaid impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal ingezaaid worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal ingezaaid zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou ingezaaid worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou ingezaaid zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had ingezaaid voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had ingezaaid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had ingezaaid voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden ingezaaid voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden ingezaaid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden ingezaaid voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt ingezaaid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb ingezaaid voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingezaaid actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben ingezaaid voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingezaaid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben ingezaaid voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt ingezaaid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingezaaid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingezaaid voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
in te zaaien actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
in te zullen zaaien actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
in zal zaaien bijzin, toekomende tijd
in zou zaaien bijzin, voorwaardelijk
in zouden zaaien bijzin, voorwaardelijk
in zoudt zaaien bijzin, voorwaardelijk
in zullen zaaien actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
in zullen zaaien bijzin, toekomende tijd
in zult zaaien bijzin, toekomende tijd
ingezaaid verleden tijd, deelwoord
ingezaaid te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ingezaaid te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ingezaaid te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingezaaid te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingezaaid te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingezaaid worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ingezaaid zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ingezaaid zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ingezaaid zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
ingezaaid zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
inzaai bijzin, tegenwoordige tijd
inzaaide bijzin, verleden tijd
inzaaiden bijzin, verleden tijd
inzaaiend onvoltooid, deelwoord
inzaait bijzin, tegenwoordige tijd
is ingezaaid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is ingezaaid voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben ingezaaid actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen inzaaien actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart ingezaaid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ingezaaid voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren ingezaaid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ingezaaid voltooid, verleden tijd, derde persoon
was ingezaaid voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was ingezaaid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was ingezaaid voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd ingezaaid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd ingezaaid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd ingezaaid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden ingezaaid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden ingezaaid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden ingezaaid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt ingezaaid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word ingezaaid enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden ingezaaid enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden ingezaaid enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden ingezaaid enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt ingezaaid enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt ingezaaid enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zaai in gebiedende wijs
zaaide in verleden tijd
zal ingezaaid hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingezaaid hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ingezaaid hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ingezaaid worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingezaaid worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal ingezaaid zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingezaaid zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal inzaaien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal inzaaien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal inzaaien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal inzaaien bijzin, toekomende tijd
zijn ingezaaid voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn ingezaaid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn ingezaaid voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt ingezaaid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou ingezaaid hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingezaaid hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingezaaid hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ingezaaid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingezaaid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou ingezaaid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingezaaid zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingezaaid zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingezaaid zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou inzaaien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou inzaaien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou inzaaien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou inzaaien bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) inzaaien in zou(dt) zaaien bijzin, voorwaardelijk
zouden ingezaaid hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ingezaaid hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ingezaaid hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ingezaaid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ingezaaid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ingezaaid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ingezaaid zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ingezaaid zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ingezaaid zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden inzaaien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden inzaaien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden inzaaien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden inzaaien bijzin, voorwaardelijk
zoudt ingezaaid hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ingezaaid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ingezaaid zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt inzaaien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt inzaaien bijzin, voorwaardelijk
zullen ingezaaid hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ingezaaid hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ingezaaid hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ingezaaid worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ingezaaid worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ingezaaid worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ingezaaid zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ingezaaid zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ingezaaid zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen inzaaien actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen inzaaien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen inzaaien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen inzaaien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen inzaaien bijzin, toekomende tijd
zult ingezaaid hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van in bw en zaaien ww

Woordfamilie van inzaaien

Woordvorm Relatie Afgeleid van
ingezaaid voltooid deelwoord inzaaien
ingezaaide woordvorm inzaaien
inzaai subordinate-clause, tegenwoordige tijd inzaaien
inzaaide subordinate-clause, verleden tijd inzaaien
inzaaiden subordinate-clause, verleden tijd inzaaien
inzaaie with-subordinate-clause inzaaien
inzaaiend onvoltooid deelwoord inzaaien
inzaaiende woordvorm inzaaien
inzaait subordinate-clause, tegenwoordige tijd inzaaien
zaai in gebiedende wijs inzaaien
zaaide in verleden tijd inzaaien
zaaiden in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon inzaaien
zaaie in woordvorm inzaaien
zaaien in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon inzaaien
zaait in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon inzaaien

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van inzaaien zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over inzaaien

Hoe spreek ik inzaaien uit?
Zo spreek je inzaaien uit: /ˈɪnzajə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van inzaaien?
Inzaaien is een werkwoord. De betekenis is: zaaien in een daarvoor voorbereide ondergrond.
Hoe vervoeg ik inzaaien?
Zo vervoeg je inzaaien zo: het voltooid deelwoord is ingezaaid. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord inzaaien is 11 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. I 1
  2. N 1
  3. Z 4
  4. A 1
  5. A 1
  6. I 1
  7. E 1
  8. N 1
  9. 11 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

inzaaien levert met Wordfeud minimaal 14 en maximaal 72 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. I 2
  2. N 1
  3. Z 5
  4. A 1
  5. A 1
  6. I 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 14 zonder bonus
  10. 72 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

inzaaien in het kort

inzaaien staat in dit woordenboek als werkwoord. Van inzaaien staan er 88 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort inzaaien bij een woordfamilie van 15 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

inzaaien: zaaien in een daarvoor voorbereide ondergrond
Deel inzaaien — standaardnederlands.nl