inwilligen
werkwoord /ˈɪɱwɪləɣə(n)/Betekenis
- aan een verzoek voldoen
Hoe spreek je inwilligen uit?
/ˈɪmwɪləxən/
Inwilligen bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɪ | pit |
| m | maan |
| w | quiz |
| l | land |
| ə | de |
| x | acht |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van inwilligen
inwilligenhele werkwoord — willigde inverleden tijd enkelvoud — willigden inverleden tijd meervoud — ingewilligdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | willig in | willigde in |
| jij | willigt in | willigde in |
| hij, zij, het | willigt in | willigde in |
| wij | willigen in | willigden in |
| jullie | willigen in | willigden in |
| zij | willigen in | willigden in |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben ingewilligd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent ingewilligd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is ingewilligd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was ingewilligd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd ingewilligd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt ingewilligd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal ingewilligd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal ingewilligd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou ingewilligd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou ingewilligd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had ingewilligd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had ingewilligd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had ingewilligd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden ingewilligd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden ingewilligd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden ingewilligd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt ingewilligd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb ingewilligd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ingewilligd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben ingewilligd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ingewilligd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben ingewilligd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt ingewilligd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ingewilligd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ingewilligd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| in te willigen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| in te zullen willigen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| in zal willigen | bijzin, toekomende tijd |
| in zou willigen | bijzin, voorwaardelijk |
| in zouden willigen | bijzin, voorwaardelijk |
| in zoudt willigen | bijzin, voorwaardelijk |
| in zullen willigen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| in zullen willigen | bijzin, toekomende tijd |
| in zult willigen | bijzin, toekomende tijd |
| ingewilligd | verleden tijd, deelwoord |
| ingewilligd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| ingewilligd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| ingewilligd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingewilligd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingewilligd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingewilligd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| ingewilligd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| ingewilligd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ingewilligd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ingewilligd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| inwillig | bijzin, tegenwoordige tijd |
| inwilligde | bijzin, verleden tijd |
| inwilligden | bijzin, verleden tijd |
| inwilligend | onvoltooid, deelwoord |
| inwilligt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| is ingewilligd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is ingewilligd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben ingewilligd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen inwilligen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart ingewilligd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ingewilligd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren ingewilligd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ingewilligd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was ingewilligd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was ingewilligd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was ingewilligd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd ingewilligd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd ingewilligd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd ingewilligd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden ingewilligd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden ingewilligd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden ingewilligd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt ingewilligd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| willig in | gebiedende wijs |
| willigde in | verleden tijd |
| word ingewilligd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden ingewilligd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden ingewilligd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden ingewilligd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt ingewilligd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt ingewilligd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal ingewilligd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingewilligd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal ingewilligd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal ingewilligd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingewilligd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal ingewilligd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingewilligd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal inwilligen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal inwilligen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal inwilligen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal inwilligen | bijzin, toekomende tijd |
| zijn ingewilligd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn ingewilligd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn ingewilligd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt ingewilligd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou ingewilligd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingewilligd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingewilligd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou ingewilligd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingewilligd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou ingewilligd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingewilligd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingewilligd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingewilligd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou inwilligen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou inwilligen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou inwilligen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou inwilligen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) inwilligen in zou(dt) willigen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden ingewilligd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ingewilligd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ingewilligd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ingewilligd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden ingewilligd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden ingewilligd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ingewilligd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ingewilligd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ingewilligd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden inwilligen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden inwilligen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden inwilligen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden inwilligen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt ingewilligd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt ingewilligd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt ingewilligd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt inwilligen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt inwilligen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen ingewilligd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ingewilligd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ingewilligd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ingewilligd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen ingewilligd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen ingewilligd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ingewilligd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ingewilligd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ingewilligd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen inwilligen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen inwilligen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen inwilligen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen inwilligen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen inwilligen | bijzin, toekomende tijd |
| zult ingewilligd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘toestaan’ voor het eerst aangetroffen in 1647
Woordfamilie van inwilligen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ingewilligd | voltooid deelwoord | inwilligen |
| ingewilligde | woordvorm | inwilligen |
| inwillig | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | inwilligen |
| inwilligde | subordinate-clause, verleden tijd | inwilligen |
| inwilligden | subordinate-clause, verleden tijd | inwilligen |
| inwillige | with-subordinate-clause | inwilligen |
| inwilligend | onvoltooid deelwoord | inwilligen |
| inwilligende | woordvorm | inwilligen |
| inwilligt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | inwilligen |
| willig in | gebiedende wijs | inwilligen |
| willigde in | verleden tijd | inwilligen |
| willigden in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | inwilligen |
| willige in | woordvorm | inwilligen |
| willigen in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | inwilligen |
| willigt in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | inwilligen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van inwilligen zijn vastgelegd.