Naar de inhoud

invullen

een daarvoor opengelaten plek beschrijven met desbetreffende informatie

invullen

werkwoord ˈɪɱvʏlə(n)

Betekenis

  1. een daarvoor opengelaten plek beschrijven met desbetreffende informatie
  2. tweede betekenisomschrijving
  3. enz.

Hoe spreek je invullen uit?

/ˈɪmvʏlən/

Invullen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈɪmvʏlən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
ɪ pit
m maan
v vis
ʏ put
l land
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. iets volmaken wat anders leeg zou blijven

Vervoeging van invullen

invullenhele werkwoord — vulde inverleden tijd enkelvoud — vulden inverleden tijd meervoud — ingevuldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik vul in vulde in
jij vult in vulde in
hij, zij, het vult in vulde in
wij vullen in vulden in
jullie vullen in vulden in
zij vullen in vulden in
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben ingevuld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent ingevuld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is ingevuld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was ingevuld impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd ingevuld impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt ingevuld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal ingevuld worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal ingevuld zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou ingevuld worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou ingevuld zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had ingevuld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had ingevuld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had ingevuld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden ingevuld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden ingevuld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden ingevuld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt ingevuld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb ingevuld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingevuld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben ingevuld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingevuld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben ingevuld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt ingevuld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingevuld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingevuld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
in te vullen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
in te zullen vullen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
in zal vullen bijzin, toekomende tijd
in zou vullen bijzin, voorwaardelijk
in zouden vullen bijzin, voorwaardelijk
in zoudt vullen bijzin, voorwaardelijk
in zullen vullen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
in zullen vullen bijzin, toekomende tijd
in zult vullen bijzin, toekomende tijd
ingevuld verleden tijd, deelwoord
ingevuld te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ingevuld te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ingevuld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingevuld te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingevuld te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingevuld worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ingevuld zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ingevuld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ingevuld zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
ingevuld zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
invul bijzin, tegenwoordige tijd
invulde bijzin, verleden tijd
invulden bijzin, verleden tijd
invullend onvoltooid, deelwoord
invult bijzin, tegenwoordige tijd
is ingevuld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is ingevuld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben ingevuld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen invullen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
vul in gebiedende wijs
vulde in verleden tijd
waart ingevuld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ingevuld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren ingevuld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ingevuld voltooid, verleden tijd, derde persoon
was ingevuld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was ingevuld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was ingevuld voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd ingevuld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd ingevuld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd ingevuld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden ingevuld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden ingevuld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden ingevuld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt ingevuld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word ingevuld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden ingevuld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden ingevuld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden ingevuld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt ingevuld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt ingevuld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal ingevuld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingevuld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ingevuld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ingevuld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingevuld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal ingevuld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingevuld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal invullen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal invullen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal invullen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal invullen bijzin, toekomende tijd
zijn ingevuld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn ingevuld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn ingevuld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt ingevuld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou ingevuld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingevuld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingevuld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ingevuld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingevuld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou ingevuld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingevuld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingevuld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingevuld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou invullen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou invullen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou invullen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou invullen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) invullen in zou(dt) vullen bijzin, voorwaardelijk
zouden ingevuld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ingevuld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ingevuld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ingevuld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ingevuld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ingevuld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ingevuld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ingevuld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ingevuld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden invullen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden invullen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden invullen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden invullen bijzin, voorwaardelijk
zoudt ingevuld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ingevuld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ingevuld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt invullen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt invullen bijzin, voorwaardelijk
zullen ingevuld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ingevuld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ingevuld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ingevuld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ingevuld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ingevuld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ingevuld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ingevuld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ingevuld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen invullen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen invullen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen invullen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen invullen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen invullen bijzin, toekomende tijd
zult ingevuld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van in bw en vullen ww

Woordfamilie van invullen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
invul subordinate-clause, tegenwoordige tijd invullen
invulde subordinate-clause, verleden tijd invullen
invulden subordinate-clause, verleden tijd invullen
invulle with-subordinate-clause invullen
invullend onvoltooid deelwoord invullen
invullende woordvorm invullen
invult subordinate-clause, tegenwoordige tijd invullen
vul in gebiedende wijs invullen
vulde in verleden tijd invullen
vulden in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon invullen
vulle in woordvorm invullen
vullen in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon invullen
vult in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon invullen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van invullen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over invullen

Hoe spreek je invullen uit?
De uitspraak van invullen is: /ˈɪɱvʏlə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent invullen?
Invullen is een werkwoord. Het woord betekent: een daarvoor opengelaten plek beschrijven met desbetreffende informatie. Deze pagina beschrijft 4 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je invullen?
Je vervoegt invullen als volgt: het voltooid deelwoord is ingevuld. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord invullen is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. I 1
  2. N 1
  3. V 4
  4. U 4
  5. L 3
  6. L 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

invullen levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 75 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. I 2
  2. N 1
  3. V 4
  4. U 2
  5. L 3
  6. L 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 17 zonder bonus
  10. 75 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

invullen in het kort

invullen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 4 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van invullen zijn 88 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort invullen bij een woordfamilie van 13 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

invullen: een daarvoor opengelaten plek beschrijven met desbetreffende informatie
Deel invullen — standaardnederlands.nl