aanvoer
zelfstandig naamwoord, werkwoord ˈaɱvurBetekenis
- het aanbrengen met een leiding of voertuig
- het aangevoerde
- voor aanvoer dienend
Hoe spreek je aanvoer uit?
/ˈamvur/
Aanvoer bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| a | maan |
| m | maan |
| v | vis |
| u | boek |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
Woordvorm
- enkelvoud verleden tijd van aanvaren
Vervoeging van aanvoer
aanvoerhele werkwoord
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van aanvoeren
Vervoeging van aanvoer
aanvoerhele werkwoord
Herkomst
samenstelling van aan bw en voer ww "van varen"