invochten
werkwoordBetekenis
- vochtig maken
Vervoeging van invochten
invochtenhele werkwoord — vochtte inverleden tijd enkelvoud — vochtten inverleden tijd meervoud — ingevochtvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | vocht in | vochtte in |
| jij | vocht in | vochtte in |
| hij, zij, het | vocht in | vochtte in |
| wij | vochten in | vochtten in |
| jullie | vochten in | vochtten in |
| zij | vochten in | vochtten in |
Alle 144 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben ingevocht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent ingevocht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is ingevocht | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was ingevocht | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd ingevocht | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt ingevocht | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal ingevocht worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal ingevocht zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou ingevocht worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou ingevocht zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had ingevocht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had ingevocht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had ingevocht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden ingevocht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden ingevocht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden ingevocht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt ingevocht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb ingevocht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ingevocht | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben ingevocht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ingevocht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben ingevocht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt ingevocht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ingevocht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ingevocht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| in te vochten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| in te zullen vochten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| in zal vochten | bijzin, toekomende tijd |
| in zou vochten | bijzin, voorwaardelijk |
| in zouden vochten | bijzin, voorwaardelijk |
| in zoudt vochten | bijzin, voorwaardelijk |
| in zullen vochten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| in zullen vochten | bijzin, toekomende tijd |
| in zult vochten | bijzin, toekomende tijd |
| ingevocht | verleden tijd, deelwoord |
| ingevocht te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| ingevocht te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| ingevocht te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingevocht te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingevocht te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingevocht worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| ingevocht zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| ingevocht zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ingevocht zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ingevocht zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| invocht | bijzin, tegenwoordige tijd |
| invochtend | onvoltooid, deelwoord |
| invochtte | bijzin, verleden tijd |
| invochtten | bijzin, verleden tijd |
| is ingevocht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is ingevocht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben ingevocht | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen invochten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vocht in | gebiedende wijs |
| vochtte in | verleden tijd |
| waart ingevocht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ingevocht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren ingevocht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ingevocht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was ingevocht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was ingevocht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was ingevocht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd ingevocht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd ingevocht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd ingevocht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden ingevocht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden ingevocht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden ingevocht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt ingevocht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word ingevocht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden ingevocht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden ingevocht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden ingevocht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt ingevocht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt ingevocht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal ingevocht hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingevocht hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal ingevocht hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal ingevocht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingevocht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal ingevocht zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingevocht zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal invochten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal invochten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal invochten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal invochten | bijzin, toekomende tijd |
| zijn ingevocht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn ingevocht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn ingevocht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt ingevocht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou ingevocht hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingevocht hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingevocht hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou ingevocht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingevocht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou ingevocht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingevocht zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingevocht zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingevocht zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou invochten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou invochten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou invochten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou invochten | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) invochten in zou(dt) vochten | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden ingevocht hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ingevocht hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ingevocht hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ingevocht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden ingevocht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden ingevocht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ingevocht zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ingevocht zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ingevocht zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden invochten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden invochten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden invochten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden invochten | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt ingevocht hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt ingevocht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt ingevocht zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt invochten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt invochten | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen ingevocht hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ingevocht hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ingevocht hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ingevocht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen ingevocht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen ingevocht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ingevocht zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ingevocht zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ingevocht zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen invochten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen invochten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen invochten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen invochten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen invochten | bijzin, toekomende tijd |
| zult ingevocht hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult ingevocht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud verleden tijd van invechten
Vervoeging van invochten
invochtenhele werkwoord — vochtte inverleden tijd enkelvoud — vochtten inverleden tijd meervoud — ingevochtvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | vocht in | vochtte in |
| jij | vocht in | vochtte in |
| hij, zij, het | vocht in | vochtte in |
| wij | vochten in | vochtten in |
| jullie | vochten in | vochtten in |
| zij | vochten in | vochtten in |
Alle 144 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben ingevocht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent ingevocht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is ingevocht | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was ingevocht | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd ingevocht | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt ingevocht | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal ingevocht worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal ingevocht zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou ingevocht worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou ingevocht zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had ingevocht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had ingevocht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had ingevocht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden ingevocht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden ingevocht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden ingevocht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt ingevocht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb ingevocht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ingevocht | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben ingevocht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ingevocht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben ingevocht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt ingevocht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ingevocht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ingevocht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| in te vochten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| in te zullen vochten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| in zal vochten | bijzin, toekomende tijd |
| in zou vochten | bijzin, voorwaardelijk |
| in zouden vochten | bijzin, voorwaardelijk |
| in zoudt vochten | bijzin, voorwaardelijk |
| in zullen vochten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| in zullen vochten | bijzin, toekomende tijd |
| in zult vochten | bijzin, toekomende tijd |
| ingevocht | verleden tijd, deelwoord |
| ingevocht te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| ingevocht te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| ingevocht te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingevocht te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingevocht te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingevocht worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| ingevocht zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| ingevocht zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ingevocht zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ingevocht zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| invocht | bijzin, tegenwoordige tijd |
| invochtend | onvoltooid, deelwoord |
| invochtte | bijzin, verleden tijd |
| invochtten | bijzin, verleden tijd |
| is ingevocht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is ingevocht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben ingevocht | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen invochten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vocht in | gebiedende wijs |
| vochtte in | verleden tijd |
| waart ingevocht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ingevocht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren ingevocht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ingevocht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was ingevocht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was ingevocht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was ingevocht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd ingevocht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd ingevocht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd ingevocht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden ingevocht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden ingevocht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden ingevocht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt ingevocht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word ingevocht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden ingevocht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden ingevocht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden ingevocht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt ingevocht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt ingevocht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal ingevocht hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingevocht hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal ingevocht hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal ingevocht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingevocht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal ingevocht zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingevocht zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal invochten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal invochten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal invochten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal invochten | bijzin, toekomende tijd |
| zijn ingevocht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn ingevocht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn ingevocht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt ingevocht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou ingevocht hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingevocht hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingevocht hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou ingevocht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingevocht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou ingevocht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingevocht zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingevocht zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingevocht zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou invochten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou invochten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou invochten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou invochten | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) invochten in zou(dt) vochten | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden ingevocht hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ingevocht hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ingevocht hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ingevocht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden ingevocht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden ingevocht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ingevocht zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ingevocht zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ingevocht zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden invochten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden invochten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden invochten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden invochten | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt ingevocht hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt ingevocht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt ingevocht zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt invochten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt invochten | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen ingevocht hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ingevocht hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ingevocht hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ingevocht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen ingevocht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen ingevocht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ingevocht zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ingevocht zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ingevocht zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen invochten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen invochten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen invochten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen invochten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen invochten | bijzin, toekomende tijd |
| zult ingevocht hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult ingevocht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van in bw en vochten ww
Woordfamilie van invochten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ingevocht | voltooid deelwoord | invochten |
| ingevochte | woordvorm | invochten |
| invochte | with-subordinate-clause | invochten |
| invochtend | onvoltooid deelwoord | invochten |
| invochtende | woordvorm | invochten |
| invochtte | subordinate-clause, verleden tijd | invochten |
| invochtten | subordinate-clause, verleden tijd | invochten |
| vochte in | woordvorm | invochten |
| vochtte in | verleden tijd | invochten |
| vochtten in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | invochten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van invochten zijn vastgelegd.