Naar de inhoud

invochten

vochtig maken

invochten

werkwoord

Betekenis

  1. vochtig maken

Vervoeging van invochten

invochtenhele werkwoord — vochtte inverleden tijd enkelvoud — vochtten inverleden tijd meervoud — ingevochtvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik vocht in vochtte in
jij vocht in vochtte in
hij, zij, het vocht in vochtte in
wij vochten in vochtten in
jullie vochten in vochtten in
zij vochten in vochtten in
Alle 144 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben ingevocht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent ingevocht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is ingevocht impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was ingevocht impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd ingevocht impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt ingevocht impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal ingevocht worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal ingevocht zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou ingevocht worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou ingevocht zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had ingevocht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had ingevocht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had ingevocht voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden ingevocht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden ingevocht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden ingevocht voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt ingevocht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb ingevocht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingevocht actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben ingevocht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingevocht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben ingevocht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt ingevocht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingevocht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingevocht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
in te vochten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
in te zullen vochten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
in zal vochten bijzin, toekomende tijd
in zou vochten bijzin, voorwaardelijk
in zouden vochten bijzin, voorwaardelijk
in zoudt vochten bijzin, voorwaardelijk
in zullen vochten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
in zullen vochten bijzin, toekomende tijd
in zult vochten bijzin, toekomende tijd
ingevocht verleden tijd, deelwoord
ingevocht te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ingevocht te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ingevocht te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingevocht te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingevocht te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingevocht worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ingevocht zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ingevocht zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ingevocht zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
ingevocht zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
invocht bijzin, tegenwoordige tijd
invochtend onvoltooid, deelwoord
invochtte bijzin, verleden tijd
invochtten bijzin, verleden tijd
is ingevocht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is ingevocht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben ingevocht actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen invochten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
vocht in gebiedende wijs
vochtte in verleden tijd
waart ingevocht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ingevocht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren ingevocht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ingevocht voltooid, verleden tijd, derde persoon
was ingevocht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was ingevocht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was ingevocht voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd ingevocht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd ingevocht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd ingevocht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden ingevocht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden ingevocht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden ingevocht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt ingevocht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word ingevocht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden ingevocht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden ingevocht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden ingevocht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt ingevocht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt ingevocht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal ingevocht hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingevocht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ingevocht hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ingevocht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingevocht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal ingevocht zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingevocht zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal invochten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal invochten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal invochten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal invochten bijzin, toekomende tijd
zijn ingevocht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn ingevocht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn ingevocht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt ingevocht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou ingevocht hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingevocht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingevocht hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ingevocht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingevocht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou ingevocht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingevocht zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingevocht zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingevocht zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou invochten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou invochten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou invochten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou invochten bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) invochten in zou(dt) vochten bijzin, voorwaardelijk
zouden ingevocht hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ingevocht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ingevocht hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ingevocht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ingevocht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ingevocht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ingevocht zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ingevocht zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ingevocht zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden invochten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden invochten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden invochten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden invochten bijzin, voorwaardelijk
zoudt ingevocht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ingevocht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ingevocht zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt invochten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt invochten bijzin, voorwaardelijk
zullen ingevocht hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ingevocht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ingevocht hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ingevocht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ingevocht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ingevocht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ingevocht zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ingevocht zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ingevocht zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen invochten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen invochten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen invochten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen invochten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen invochten bijzin, toekomende tijd
zult ingevocht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult ingevocht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud verleden tijd van invechten

Vervoeging van invochten

invochtenhele werkwoord — vochtte inverleden tijd enkelvoud — vochtten inverleden tijd meervoud — ingevochtvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik vocht in vochtte in
jij vocht in vochtte in
hij, zij, het vocht in vochtte in
wij vochten in vochtten in
jullie vochten in vochtten in
zij vochten in vochtten in
Alle 144 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben ingevocht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent ingevocht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is ingevocht impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was ingevocht impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd ingevocht impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt ingevocht impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal ingevocht worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal ingevocht zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou ingevocht worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou ingevocht zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had ingevocht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had ingevocht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had ingevocht voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden ingevocht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden ingevocht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden ingevocht voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt ingevocht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb ingevocht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingevocht actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben ingevocht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingevocht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben ingevocht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt ingevocht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingevocht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingevocht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
in te vochten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
in te zullen vochten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
in zal vochten bijzin, toekomende tijd
in zou vochten bijzin, voorwaardelijk
in zouden vochten bijzin, voorwaardelijk
in zoudt vochten bijzin, voorwaardelijk
in zullen vochten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
in zullen vochten bijzin, toekomende tijd
in zult vochten bijzin, toekomende tijd
ingevocht verleden tijd, deelwoord
ingevocht te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ingevocht te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ingevocht te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingevocht te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingevocht te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingevocht worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ingevocht zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ingevocht zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ingevocht zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
ingevocht zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
invocht bijzin, tegenwoordige tijd
invochtend onvoltooid, deelwoord
invochtte bijzin, verleden tijd
invochtten bijzin, verleden tijd
is ingevocht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is ingevocht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben ingevocht actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen invochten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
vocht in gebiedende wijs
vochtte in verleden tijd
waart ingevocht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ingevocht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren ingevocht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ingevocht voltooid, verleden tijd, derde persoon
was ingevocht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was ingevocht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was ingevocht voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd ingevocht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd ingevocht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd ingevocht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden ingevocht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden ingevocht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden ingevocht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt ingevocht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word ingevocht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden ingevocht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden ingevocht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden ingevocht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt ingevocht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt ingevocht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal ingevocht hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingevocht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ingevocht hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ingevocht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingevocht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal ingevocht zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingevocht zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal invochten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal invochten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal invochten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal invochten bijzin, toekomende tijd
zijn ingevocht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn ingevocht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn ingevocht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt ingevocht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou ingevocht hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingevocht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingevocht hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ingevocht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingevocht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou ingevocht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingevocht zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingevocht zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingevocht zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou invochten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou invochten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou invochten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou invochten bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) invochten in zou(dt) vochten bijzin, voorwaardelijk
zouden ingevocht hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ingevocht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ingevocht hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ingevocht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ingevocht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ingevocht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ingevocht zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ingevocht zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ingevocht zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden invochten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden invochten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden invochten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden invochten bijzin, voorwaardelijk
zoudt ingevocht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ingevocht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ingevocht zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt invochten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt invochten bijzin, voorwaardelijk
zullen ingevocht hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ingevocht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ingevocht hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ingevocht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ingevocht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ingevocht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ingevocht zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ingevocht zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ingevocht zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen invochten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen invochten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen invochten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen invochten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen invochten bijzin, toekomende tijd
zult ingevocht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult ingevocht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van in bw en vochten ww

Woordfamilie van invochten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
ingevocht voltooid deelwoord invochten
ingevochte woordvorm invochten
invochte with-subordinate-clause invochten
invochtend onvoltooid deelwoord invochten
invochtende woordvorm invochten
invochtte subordinate-clause, verleden tijd invochten
invochtten subordinate-clause, verleden tijd invochten
vochte in woordvorm invochten
vochtte in verleden tijd invochten
vochtten in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon invochten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van invochten zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over invochten

Wat betekent invochten?
Invochten is een werkwoord. Het woord betekent: vochtig maken.
Hoe vervoeg je invochten?
Je vervoegt invochten als volgt: het voltooid deelwoord is ingevocht. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord invochten is 20 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. I 1
  2. N 1
  3. V 4
  4. O 1
  5. C 5
  6. H 4
  7. T 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 20 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

invochten levert met Wordfeud minimaal 21 en maximaal 93 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. I 2
  2. N 1
  3. V 4
  4. O 1
  5. C 5
  6. H 4
  7. T 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 21 zonder bonus
  11. 93 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

invochten in het kort

invochten staat in dit woordenboek als werkwoord. Van invochten zijn 86 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort invochten bij een woordfamilie van 10 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

invochten: vochtig maken
Deel invochten — standaardnederlands.nl