Naar de inhoud

invliegen

vliegend binnengaan

invliegen

werkwoord

Betekenis

  1. vliegend binnengaan
  2. tweede betekenisomschrijving
  3. enz.

Vervoeging van invliegen

invliegenhele werkwoord — vloog inverleden tijd enkelvoud — vlogen inverleden tijd meervoud — ingevlogenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik vlieg in vloog in
jij vliegt in vloog in
hij, zij, het vliegt in vloog in
wij vliegen in vlogen in
jullie vliegen in vlogen in
zij vliegen in vlogen in
Alle 119 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben ingevlogen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent ingevlogen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is ingevlogen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was ingevlogen impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd ingevlogen impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt ingevlogen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal ingevlogen worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal ingevlogen zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou ingevlogen worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou ingevlogen zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
in te vliegen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
in te zullen vliegen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
in zal vliegen bijzin, toekomende tijd
in zou vliegen bijzin, voorwaardelijk
in zouden vliegen bijzin, voorwaardelijk
in zoudt vliegen bijzin, voorwaardelijk
in zullen vliegen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
in zullen vliegen bijzin, toekomende tijd
in zult vliegen bijzin, toekomende tijd
ingevlogen verleden tijd, deelwoord
ingevlogen te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ingevlogen te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ingevlogen te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingevlogen te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingevlogen te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingevlogen worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ingevlogen zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ingevlogen zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
ingevlogen zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ingevlogen zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
invlieg bijzin, tegenwoordige tijd
invliegend onvoltooid, deelwoord
invliegt bijzin, tegenwoordige tijd
invlogen bijzin, verleden tijd
invloog bijzin, verleden tijd
invloogt bijzin, verleden tijd
is ingevlogen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is ingevlogen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te zijn ingevlogen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen invliegen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
vlieg in gebiedende wijs
vloog in verleden tijd
waart ingevlogen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ingevlogen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren ingevlogen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ingevlogen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was ingevlogen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was ingevlogen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was ingevlogen voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd ingevlogen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd ingevlogen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd ingevlogen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden ingevlogen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden ingevlogen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden ingevlogen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt ingevlogen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word ingevlogen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden ingevlogen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden ingevlogen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden ingevlogen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt ingevlogen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt ingevlogen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal ingevlogen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingevlogen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal ingevlogen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingevlogen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ingevlogen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal invliegen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal invliegen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal invliegen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal invliegen bijzin, toekomende tijd
zijn ingevlogen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn ingevlogen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn ingevlogen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn ingevlogen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt ingevlogen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou ingevlogen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingevlogen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou ingevlogen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingevlogen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingevlogen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingevlogen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou invliegen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou invliegen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou invliegen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou invliegen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) invliegen in zou(dt) vliegen bijzin, voorwaardelijk
zouden ingevlogen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ingevlogen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ingevlogen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ingevlogen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ingevlogen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ingevlogen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden invliegen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden invliegen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden invliegen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden invliegen bijzin, voorwaardelijk
zoudt ingevlogen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ingevlogen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt invliegen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt invliegen bijzin, voorwaardelijk
zullen ingevlogen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ingevlogen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ingevlogen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ingevlogen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ingevlogen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ingevlogen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen invliegen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen invliegen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen invliegen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen invliegen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen invliegen bijzin, toekomende tijd
zult ingevlogen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult ingevlogen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult invliegen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult invliegen bijzin, toekomende tijd
zult/zal invliegen in zult/zal vliegen bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van in bw en vliegen ww

Woordfamilie van invliegen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
ingevlogen voltooid deelwoord invliegen
invlieg subordinate-clause, tegenwoordige tijd invliegen
invliege with-subordinate-clause invliegen
invliegend onvoltooid deelwoord invliegen
invliegende woordvorm invliegen
invliegt subordinate-clause, tegenwoordige tijd invliegen
invlogen subordinate-clause, verleden tijd invliegen
invloog subordinate-clause, verleden tijd invliegen
vlieg in gebiedende wijs invliegen
vliege in woordvorm invliegen
vliegen in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon invliegen
vliegt in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon invliegen
vlogen in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon invliegen
vloog in verleden tijd invliegen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van invliegen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over invliegen

Wat is de betekenis van invliegen?
Invliegen is een werkwoord. De betekenis is: vliegend binnengaan. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik invliegen?
Zo vervoeg je invliegen zo: het voltooid deelwoord is ingevlogen. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord invliegen is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. I 1
  2. N 1
  3. V 4
  4. L 3
  5. I 1
  6. E 1
  7. G 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

invliegen levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 78 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. I 2
  2. N 1
  3. V 4
  4. L 3
  5. I 2
  6. E 1
  7. G 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 18 zonder bonus
  11. 78 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

invliegen in het kort

invliegen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van invliegen staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort invliegen bij een woordfamilie van 14 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

invliegen: vliegend binnengaan
Deel invliegen — standaardnederlands.nl