intrekken
werkwoordBetekenis
- een eerdere toezegging of regeling ongedaan maken
- naar binnen halen
- naar binnen gaan
werkwoord
- gaan inwonen (bij iemand)
Vervoeging van intrekken
intrekkenhele werkwoord — trok inverleden tijd enkelvoud — trokken inverleden tijd meervoud — ingetrokkenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | trek in | trok in |
| jij | trekt in | trok in |
| hij, zij, het | trekt in | trok in |
| wij | trekken in | trokken in |
| jullie | trekken in | trokken in |
| zij | trekken in | trokken in |
Alle 146 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben ingetrokken | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent ingetrokken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is ingetrokken | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was ingetrokken | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd ingetrokken | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt ingetrokken | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal ingetrokken worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal ingetrokken zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou ingetrokken worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou ingetrokken zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had ingetrokken | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had ingetrokken | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had ingetrokken | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden ingetrokken | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden ingetrokken | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden ingetrokken | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt ingetrokken | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb ingetrokken | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ingetrokken | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben ingetrokken | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ingetrokken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben ingetrokken | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt ingetrokken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ingetrokken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ingetrokken | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| in te trekken | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| in te zullen trekken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| in zal trekken | bijzin, toekomende tijd |
| in zou trekken | bijzin, voorwaardelijk |
| in zouden trekken | bijzin, voorwaardelijk |
| in zoudt trekken | bijzin, voorwaardelijk |
| in zullen trekken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| in zullen trekken | bijzin, toekomende tijd |
| in zult trekken | bijzin, toekomende tijd |
| ingetrokken | verleden tijd, deelwoord |
| ingetrokken te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| ingetrokken te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| ingetrokken te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingetrokken te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingetrokken te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingetrokken worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| ingetrokken zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| ingetrokken zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ingetrokken zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ingetrokken zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| intrek | bijzin, tegenwoordige tijd |
| intrekkend | onvoltooid, deelwoord |
| intrekt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| introk | bijzin, verleden tijd |
| introkken | bijzin, verleden tijd |
| introkt | bijzin, verleden tijd |
| is ingetrokken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is ingetrokken | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben ingetrokken | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen intrekken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| trek in | gebiedende wijs |
| trok in | verleden tijd |
| waart ingetrokken | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ingetrokken | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren ingetrokken | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ingetrokken | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was ingetrokken | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was ingetrokken | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was ingetrokken | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd ingetrokken | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd ingetrokken | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd ingetrokken | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden ingetrokken | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden ingetrokken | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden ingetrokken | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt ingetrokken | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word ingetrokken | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden ingetrokken | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden ingetrokken | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden ingetrokken | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt ingetrokken | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt ingetrokken | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal ingetrokken hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingetrokken hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal ingetrokken hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal ingetrokken worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingetrokken worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal ingetrokken zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingetrokken zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal intrekken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal intrekken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal intrekken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal intrekken | bijzin, toekomende tijd |
| zijn ingetrokken | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn ingetrokken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn ingetrokken | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt ingetrokken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou ingetrokken hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingetrokken hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingetrokken hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou ingetrokken worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingetrokken worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou ingetrokken worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingetrokken zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingetrokken zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingetrokken zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou intrekken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou intrekken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou intrekken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou intrekken | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) intrekken in zou(dt) trekken | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden ingetrokken hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ingetrokken hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ingetrokken hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ingetrokken worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden ingetrokken worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden ingetrokken worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ingetrokken zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ingetrokken zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ingetrokken zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden intrekken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden intrekken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden intrekken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden intrekken | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt ingetrokken hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt ingetrokken worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt ingetrokken zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt intrekken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt intrekken | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen ingetrokken hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ingetrokken hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ingetrokken hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ingetrokken worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen ingetrokken worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen ingetrokken worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ingetrokken zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ingetrokken zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ingetrokken zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen intrekken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen intrekken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen intrekken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen intrekken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen intrekken | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van in bw en trekken ww
Woordfamilie van intrekken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ingetrokken | voltooid deelwoord | intrekken |
| intrekke | with-subordinate-clause | intrekken |
| intrekkend | onvoltooid deelwoord | intrekken |
| intrekkende | woordvorm | intrekken |
| intrekt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | intrekken |
| introk | subordinate-clause, verleden tijd | intrekken |
| introkken | subordinate-clause, verleden tijd | intrekken |
| introkt | subordinate-clause, verleden tijd | intrekken |
| trek in | gebiedende wijs | intrekken |
| trekke in | woordvorm | intrekken |
| trekken in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | intrekken |
| trekt in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | intrekken |
| trok in | verleden tijd | intrekken |
| trokken in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | intrekken |
| trokt in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, enkelvoud, 2e persoon | intrekken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van intrekken zijn vastgelegd.