Naar de inhoud

intrekken

een eerdere toezegging of regeling ongedaan maken

intrekken

werkwoord

Betekenis

  1. een eerdere toezegging of regeling ongedaan maken
  2. naar binnen halen
  3. naar binnen gaan

werkwoord

  1. gaan inwonen (bij iemand)

Vervoeging van intrekken

intrekkenhele werkwoord — trok inverleden tijd enkelvoud — trokken inverleden tijd meervoud — ingetrokkenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik trek in trok in
jij trekt in trok in
hij, zij, het trekt in trok in
wij trekken in trokken in
jullie trekken in trokken in
zij trekken in trokken in
Alle 146 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben ingetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent ingetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is ingetrokken impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was ingetrokken impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd ingetrokken impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt ingetrokken impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal ingetrokken worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal ingetrokken zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou ingetrokken worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou ingetrokken zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had ingetrokken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had ingetrokken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had ingetrokken voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden ingetrokken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden ingetrokken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden ingetrokken voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt ingetrokken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb ingetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingetrokken actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben ingetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben ingetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt ingetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
in te trekken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
in te zullen trekken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
in zal trekken bijzin, toekomende tijd
in zou trekken bijzin, voorwaardelijk
in zouden trekken bijzin, voorwaardelijk
in zoudt trekken bijzin, voorwaardelijk
in zullen trekken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
in zullen trekken bijzin, toekomende tijd
in zult trekken bijzin, toekomende tijd
ingetrokken verleden tijd, deelwoord
ingetrokken te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ingetrokken te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ingetrokken te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingetrokken te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingetrokken te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingetrokken worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ingetrokken zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ingetrokken zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ingetrokken zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
ingetrokken zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
intrek bijzin, tegenwoordige tijd
intrekkend onvoltooid, deelwoord
intrekt bijzin, tegenwoordige tijd
introk bijzin, verleden tijd
introkken bijzin, verleden tijd
introkt bijzin, verleden tijd
is ingetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is ingetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben ingetrokken actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen intrekken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
trek in gebiedende wijs
trok in verleden tijd
waart ingetrokken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ingetrokken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren ingetrokken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ingetrokken voltooid, verleden tijd, derde persoon
was ingetrokken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was ingetrokken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was ingetrokken voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd ingetrokken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd ingetrokken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd ingetrokken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden ingetrokken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden ingetrokken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden ingetrokken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt ingetrokken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word ingetrokken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden ingetrokken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden ingetrokken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden ingetrokken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt ingetrokken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt ingetrokken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal ingetrokken hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingetrokken hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ingetrokken hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ingetrokken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingetrokken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal ingetrokken zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingetrokken zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal intrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal intrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal intrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal intrekken bijzin, toekomende tijd
zijn ingetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn ingetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn ingetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt ingetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou ingetrokken hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingetrokken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingetrokken hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ingetrokken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingetrokken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou ingetrokken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingetrokken zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingetrokken zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingetrokken zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou intrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou intrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou intrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou intrekken bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) intrekken in zou(dt) trekken bijzin, voorwaardelijk
zouden ingetrokken hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ingetrokken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ingetrokken hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ingetrokken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ingetrokken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ingetrokken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ingetrokken zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ingetrokken zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ingetrokken zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden intrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden intrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden intrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden intrekken bijzin, voorwaardelijk
zoudt ingetrokken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ingetrokken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ingetrokken zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt intrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt intrekken bijzin, voorwaardelijk
zullen ingetrokken hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ingetrokken hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ingetrokken hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ingetrokken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ingetrokken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ingetrokken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ingetrokken zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ingetrokken zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ingetrokken zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen intrekken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen intrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen intrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen intrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen intrekken bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van in bw en trekken ww

Woordfamilie van intrekken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
ingetrokken voltooid deelwoord intrekken
intrekke with-subordinate-clause intrekken
intrekkend onvoltooid deelwoord intrekken
intrekkende woordvorm intrekken
intrekt subordinate-clause, tegenwoordige tijd intrekken
introk subordinate-clause, verleden tijd intrekken
introkken subordinate-clause, verleden tijd intrekken
introkt subordinate-clause, verleden tijd intrekken
trek in gebiedende wijs intrekken
trekke in woordvorm intrekken
trekken in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon intrekken
trekt in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon intrekken
trok in verleden tijd intrekken
trokken in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon intrekken
trokt in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, enkelvoud, 2e persoon intrekken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van intrekken zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over intrekken

Wat is de betekenis van intrekken?
Intrekken is een werkwoord. De betekenis is: een eerdere toezegging of regeling ongedaan maken. In totaal staan er 4 betekenissen.
Hoe vervoeg ik intrekken?
Zo vervoeg je intrekken zo: het voltooid deelwoord is ingetrokken. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord intrekken is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. I 1
  2. N 1
  3. T 2
  4. R 2
  5. E 1
  6. K 3
  7. K 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

intrekken levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 66 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. I 2
  2. N 1
  3. T 2
  4. R 2
  5. E 1
  6. K 3
  7. K 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 16 zonder bonus
  11. 66 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (K) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

intrekken in het kort

intrekken staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 4 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van intrekken staan er 90 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort intrekken bij een woordfamilie van 15 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

intrekken: een eerdere toezegging of regeling ongedaan maken
Deel intrekken — standaardnederlands.nl