Naar de inhoud

intreden

tot een kloostergemeenschap gaan behoren

intreden is meer dan één woord

intreden

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. tot een kloostergemeenschap gaan behoren
  2. zijn geldigheid aanvangen
  3. tweede betekenisomschrijving
  4. enz.

Vervoeging van intreden

intredenhele werkwoord — trad inverleden tijd enkelvoud — traden inverleden tijd meervoud — ingetredenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik treed in trad in
jij treedt in traadt in
hij, zij, het treedt in trad in
wij treden in traden in
jullie treden in traden in
zij treden in traden in
Alle 76 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ben ingetreden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent ingetreden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
ev. gebiedende wijs
in te treden actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
in te zullen treden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
in zal treden bijzin, toekomende tijd
in zou treden bijzin, voorwaardelijk
in zouden treden bijzin, voorwaardelijk
in zoudt treden bijzin, voorwaardelijk
in zullen treden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
in zullen treden bijzin, toekomende tijd
in zult treden bijzin, toekomende tijd
ingetreden verleden tijd, deelwoord
ingetreden te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingetreden zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
intraadt bijzin, verleden tijd
intrad bijzin, verleden tijd
intraden bijzin, verleden tijd
intredend onvoltooid, deelwoord
intreed bijzin, tegenwoordige tijd
intreedt bijzin, tegenwoordige tijd
is ingetreden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is ingetreden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te zijn ingetreden actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen intreden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
trad in verleden tijd
treed in gebiedende wijs
waart ingetreden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ingetreden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren ingetreden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ingetreden voltooid, verleden tijd, derde persoon
was ingetreden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was ingetreden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was ingetreden voltooid, verleden tijd, derde persoon
zal ingetreden zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingetreden zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ingetreden zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal intreden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal intreden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal intreden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal intreden bijzin, toekomende tijd
zijn ingetreden actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn ingetreden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn ingetreden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn ingetreden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt ingetreden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou ingetreden zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingetreden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingetreden zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou intreden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou intreden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou intreden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou intreden bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) intreden in zou(dt) treden bijzin, voorwaardelijk
zouden ingetreden zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ingetreden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ingetreden zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden intreden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden intreden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden intreden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden intreden bijzin, voorwaardelijk
zoudt ingetreden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt intreden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt intreden bijzin, voorwaardelijk
zullen ingetreden zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ingetreden zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ingetreden zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen intreden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen intreden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen intreden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen intreden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen intreden bijzin, toekomende tijd
zult ingetreden zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult intreden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult intreden bijzin, toekomende tijd
zult/zal intreden in zult/zal treden bijzin, toekomende tijd

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord intrede

Herkomst

samenstelling van in bw en treden ww

Woordfamilie van intreden

Woordvorm Relatie Afgeleid van
ingetreden voltooid deelwoord intreden
intraadt subordinate-clause, verleden tijd intreden
intrad subordinate-clause, verleden tijd intreden
intraden subordinate-clause, verleden tijd intreden
intredend onvoltooid deelwoord intreden
intredende woordvorm intreden
intreed subordinate-clause, tegenwoordige tijd intreden
intreedt subordinate-clause, tegenwoordige tijd intreden
traadt in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, enkelvoud, 2e persoon intreden
trad in verleden tijd intreden
traden in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon intreden
trede in woordvorm intreden
treden in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon intreden
treed in gebiedende wijs intreden
treedt in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon intreden

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van intreden zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over intreden

Wat betekent intreden?
Intreden is een werkwoord. Het woord betekent: tot een kloostergemeenschap gaan behoren. Deze pagina beschrijft 4 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je intreden?
Je vervoegt intreden als volgt: het voltooid deelwoord is ingetreden. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord intreden is 11 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. I 1
  2. N 1
  3. T 2
  4. R 2
  5. E 1
  6. D 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 11 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

intreden levert met Wordfeud minimaal 12 en maximaal 48 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. I 2
  2. N 1
  3. T 2
  4. R 2
  5. E 1
  6. D 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 12 zonder bonus
  10. 48 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (I) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

intreden in het kort

intreden is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Hierboven staan 4 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van intreden zijn 48 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort intreden bij een woordfamilie van 15 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

intreden: tot een kloostergemeenschap gaan behoren
Deel intreden — standaardnederlands.nl