Naar de inhoud

interpreteren

uitleggen of opvatten

interpreteren

werkwoord

Betekenis

  1. uitleggen of opvatten
  2. vertolken

werkwoord

  1. uitleggen, opvatten, begrijpen transitive

Vervoeging van interpreteren

interpreterenhele werkwoord — interpreteerdeverleden tijd enkelvoud — interpreteerdenverleden tijd meervoud — geïnterpreteerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik interpreteer interpreteerde
jij interpreteert interpreteerde
hij, zij, het interpreteert interpreteerde
wij interpreteren interpreteerden
jullie interpreteren interpreteerden
zij interpreteren interpreteerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben geïnterpreteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent geïnterpreteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is geïnterpreteerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geïnterpreteerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geïnterpreteerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geïnterpreteerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geïnterpreteerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geïnterpreteerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geïnterpreteerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geïnterpreteerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geïnterpreteerd verleden tijd, deelwoord
geïnterpreteerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geïnterpreteerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geïnterpreteerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geïnterpreteerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geïnterpreteerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geïnterpreteerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geïnterpreteerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geïnterpreteerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geïnterpreteerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geïnterpreteerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geïnterpreteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geïnterpreteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geïnterpreteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geïnterpreteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geïnterpreteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geïnterpreteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geïnterpreteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geïnterpreteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geïnterpreteerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geïnterpreteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geïnterpreteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geïnterpreteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geïnterpreteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geïnterpreteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geïnterpreteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
interpreteer gebiedende wijs
interpreteerde verleden tijd
interpretere aanvoegende wijs
interpreterend onvoltooid, deelwoord
is geïnterpreteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is geïnterpreteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben geïnterpreteerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te interpreteren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen interpreteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart geïnterpreteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geïnterpreteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren geïnterpreteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geïnterpreteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geïnterpreteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was geïnterpreteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was geïnterpreteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd geïnterpreteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd geïnterpreteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd geïnterpreteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden geïnterpreteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden geïnterpreteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden geïnterpreteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt geïnterpreteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word geïnterpreteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden geïnterpreteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden geïnterpreteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden geïnterpreteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geïnterpreteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt geïnterpreteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal geïnterpreteerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geïnterpreteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geïnterpreteerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geïnterpreteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geïnterpreteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geïnterpreteerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geïnterpreteerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal interpreteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal interpreteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal interpreteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn geïnterpreteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn geïnterpreteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn geïnterpreteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt geïnterpreteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou geïnterpreteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geïnterpreteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geïnterpreteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geïnterpreteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geïnterpreteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geïnterpreteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geïnterpreteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geïnterpreteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geïnterpreteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou interpreteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou interpreteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou interpreteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geïnterpreteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geïnterpreteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geïnterpreteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geïnterpreteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden geïnterpreteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden geïnterpreteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geïnterpreteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geïnterpreteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geïnterpreteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden interpreteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden interpreteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden interpreteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geïnterpreteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geïnterpreteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geïnterpreteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt interpreteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geïnterpreteerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geïnterpreteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geïnterpreteerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geïnterpreteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen geïnterpreteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen geïnterpreteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geïnterpreteerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geïnterpreteerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geïnterpreteerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen interpreteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen interpreteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen interpreteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen interpreteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geïnterpreteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geïnterpreteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geïnterpreteerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult interpreteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van het Franse interpréter (met het voorvoegsel inter- en met het achtervoegsel -eren)

Woordfamilie van interpreteren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geïnterpreteerd voltooid deelwoord interpreteren
geïnterpreteerde woordvorm interpreteren
interpreteer gebiedende wijs interpreteren
interpreteerde verleden tijd interpreteren
interpreteerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon interpreteren
interpreteert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon interpreteren
interpretere aanvoegende wijs interpreteren
interpreterend onvoltooid deelwoord interpreteren
interpreterende woordvorm interpreteren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van interpreteren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over interpreteren

Wat betekent interpreteren?
Interpreteren is een werkwoord. Het woord betekent: uitleggen of opvatten. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je interpreteren?
Je vervoegt interpreteren als volgt: de tegenwoordige tijd is interpreteer, de verleden tijd is interpreteerde en het voltooid deelwoord is geïnterpreteerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord interpreteren is 20 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. I 1
  2. N 1
  3. T 2
  4. E 1
  5. R 2
  6. P 3
  7. R 2
  8. E 1
  9. T 2
  10. E 1
  11. R 2
  12. E 1
  13. N 1
  14. 20 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

interpreteren levert met Wordfeud minimaal 22 en maximaal 90 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. I 2
  2. N 1
  3. T 2
  4. E 1
  5. R 2
  6. P 4
  7. R 2
  8. E 1
  9. T 2
  10. E 1
  11. R 2
  12. E 1
  13. N 1
  14. 22 zonder bonus
  15. 90 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

interpreteren in het kort

interpreteren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van interpreteren zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort interpreteren bij een woordfamilie van 9 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

interpreteren: uitleggen of opvatten
Deel interpreteren — standaardnederlands.nl