interpreteren
werkwoordBetekenis
- uitleggen of opvatten
- vertolken
werkwoord
- uitleggen, opvatten, begrijpen transitive
Vervoeging van interpreteren
interpreterenhele werkwoord — interpreteerdeverleden tijd enkelvoud — interpreteerdenverleden tijd meervoud — geïnterpreteerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | interpreteer | interpreteerde |
| jij | interpreteert | interpreteerde |
| hij, zij, het | interpreteert | interpreteerde |
| wij | interpreteren | interpreteerden |
| jullie | interpreteren | interpreteerden |
| zij | interpreteren | interpreteerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben geïnterpreteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent geïnterpreteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is geïnterpreteerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geïnterpreteerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geïnterpreteerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geïnterpreteerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geïnterpreteerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geïnterpreteerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geïnterpreteerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geïnterpreteerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geïnterpreteerd | verleden tijd, deelwoord |
| geïnterpreteerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geïnterpreteerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geïnterpreteerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geïnterpreteerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geïnterpreteerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geïnterpreteerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geïnterpreteerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geïnterpreteerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geïnterpreteerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geïnterpreteerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geïnterpreteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geïnterpreteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geïnterpreteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geïnterpreteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geïnterpreteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geïnterpreteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geïnterpreteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geïnterpreteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geïnterpreteerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geïnterpreteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geïnterpreteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geïnterpreteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geïnterpreteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geïnterpreteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geïnterpreteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| interpreteer | gebiedende wijs |
| interpreteerde | verleden tijd |
| interpretere | aanvoegende wijs |
| interpreterend | onvoltooid, deelwoord |
| is geïnterpreteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is geïnterpreteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben geïnterpreteerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te interpreteren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen interpreteren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart geïnterpreteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geïnterpreteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren geïnterpreteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geïnterpreteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geïnterpreteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was geïnterpreteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was geïnterpreteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd geïnterpreteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd geïnterpreteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd geïnterpreteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden geïnterpreteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden geïnterpreteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden geïnterpreteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt geïnterpreteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word geïnterpreteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden geïnterpreteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden geïnterpreteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden geïnterpreteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt geïnterpreteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt geïnterpreteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal geïnterpreteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geïnterpreteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geïnterpreteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geïnterpreteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geïnterpreteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geïnterpreteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geïnterpreteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal interpreteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal interpreteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal interpreteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn geïnterpreteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn geïnterpreteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn geïnterpreteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt geïnterpreteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou geïnterpreteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geïnterpreteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geïnterpreteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geïnterpreteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geïnterpreteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou geïnterpreteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geïnterpreteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geïnterpreteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geïnterpreteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou interpreteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou interpreteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou interpreteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geïnterpreteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geïnterpreteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geïnterpreteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geïnterpreteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden geïnterpreteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden geïnterpreteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geïnterpreteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geïnterpreteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geïnterpreteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden interpreteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden interpreteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden interpreteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geïnterpreteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geïnterpreteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geïnterpreteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt interpreteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geïnterpreteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geïnterpreteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geïnterpreteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geïnterpreteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen geïnterpreteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen geïnterpreteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geïnterpreteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geïnterpreteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geïnterpreteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen interpreteren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen interpreteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen interpreteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen interpreteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geïnterpreteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geïnterpreteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geïnterpreteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult interpreteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van het Franse interpréter (met het voorvoegsel inter- en met het achtervoegsel -eren)
Woordfamilie van interpreteren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geïnterpreteerd | voltooid deelwoord | interpreteren |
| geïnterpreteerde | woordvorm | interpreteren |
| interpreteer | gebiedende wijs | interpreteren |
| interpreteerde | verleden tijd | interpreteren |
| interpreteerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | interpreteren |
| interpreteert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | interpreteren |
| interpretere | aanvoegende wijs | interpreteren |
| interpreterend | onvoltooid deelwoord | interpreteren |
| interpreterende | woordvorm | interpreteren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van interpreteren zijn vastgelegd.