Naar de inhoud

interpoleren

uit bekende termen van een reeks (een benadering van) daartussen gelegen termen berekenen

interpoleren

werkwoord

Betekenis

  1. uit bekende termen van een reeks (een benadering van) daartussen gelegen termen berekenen
  2. inlassen, tussenvoegen

Vervoeging van interpoleren

interpolerenhele werkwoord — interpoleerdeverleden tijd enkelvoud — interpoleerdenverleden tijd meervoud — geïnterpoleerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik interpoleer interpoleerde
jij interpoleert interpoleerde
hij, zij, het interpoleert interpoleerde
wij interpoleren interpoleerden
jullie interpoleren interpoleerden
zij interpoleren interpoleerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben geïnterpoleerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent geïnterpoleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is geïnterpoleerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geïnterpoleerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geïnterpoleerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geïnterpoleerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geïnterpoleerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geïnterpoleerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geïnterpoleerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geïnterpoleerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geïnterpoleerd verleden tijd, deelwoord
geïnterpoleerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geïnterpoleerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geïnterpoleerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geïnterpoleerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geïnterpoleerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geïnterpoleerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geïnterpoleerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geïnterpoleerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geïnterpoleerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geïnterpoleerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geïnterpoleerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geïnterpoleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geïnterpoleerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geïnterpoleerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geïnterpoleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geïnterpoleerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geïnterpoleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geïnterpoleerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geïnterpoleerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geïnterpoleerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geïnterpoleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geïnterpoleerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geïnterpoleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geïnterpoleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geïnterpoleerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
interpoleer gebiedende wijs
interpoleerde verleden tijd
interpolere aanvoegende wijs
interpolerend onvoltooid, deelwoord
is geïnterpoleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is geïnterpoleerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben geïnterpoleerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te interpoleren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen interpoleren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart geïnterpoleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geïnterpoleerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren geïnterpoleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geïnterpoleerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geïnterpoleerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was geïnterpoleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was geïnterpoleerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd geïnterpoleerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd geïnterpoleerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd geïnterpoleerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden geïnterpoleerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden geïnterpoleerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden geïnterpoleerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt geïnterpoleerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word geïnterpoleerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden geïnterpoleerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden geïnterpoleerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden geïnterpoleerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geïnterpoleerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt geïnterpoleerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal geïnterpoleerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geïnterpoleerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geïnterpoleerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geïnterpoleerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geïnterpoleerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geïnterpoleerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geïnterpoleerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal interpoleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal interpoleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal interpoleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn geïnterpoleerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn geïnterpoleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn geïnterpoleerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt geïnterpoleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou geïnterpoleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geïnterpoleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geïnterpoleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geïnterpoleerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geïnterpoleerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geïnterpoleerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geïnterpoleerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geïnterpoleerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geïnterpoleerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou interpoleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou interpoleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou interpoleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geïnterpoleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geïnterpoleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geïnterpoleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geïnterpoleerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden geïnterpoleerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden geïnterpoleerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geïnterpoleerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geïnterpoleerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geïnterpoleerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden interpoleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden interpoleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden interpoleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geïnterpoleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geïnterpoleerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geïnterpoleerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt interpoleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geïnterpoleerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geïnterpoleerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geïnterpoleerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geïnterpoleerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen geïnterpoleerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen geïnterpoleerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geïnterpoleerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geïnterpoleerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geïnterpoleerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen interpoleren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen interpoleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen interpoleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen interpoleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geïnterpoleerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geïnterpoleerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geïnterpoleerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult interpoleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van het Franse interpoler (met het voorvoegsel inter- en met het achtervoegsel -eren)

Woordfamilie van interpoleren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geïnterpoleerd voltooid deelwoord interpoleren
geïnterpoleerde woordvorm interpoleren
interpoleer gebiedende wijs interpoleren
interpoleerde verleden tijd interpoleren
interpoleerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon interpoleren
interpoleert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon interpoleren
interpolere aanvoegende wijs interpoleren
interpolerend onvoltooid deelwoord interpoleren
interpolerende woordvorm interpoleren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van interpoleren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over interpoleren

Wat is de betekenis van interpoleren?
Interpoleren is een werkwoord. De betekenis is: uit bekende termen van een reeks (een benadering van) daartussen gelegen termen berekenen. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik interpoleren?
Zo vervoeg je interpoleren zo: de tegenwoordige tijd is interpoleer, de verleden tijd is interpoleerde en het voltooid deelwoord is geïnterpoleerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord interpoleren is 19 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. I 1
  2. N 1
  3. T 2
  4. E 1
  5. R 2
  6. P 3
  7. O 1
  8. L 3
  9. E 1
  10. R 2
  11. E 1
  12. N 1
  13. 19 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

interpoleren levert met Wordfeud minimaal 21 en maximaal 87 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. I 2
  2. N 1
  3. T 2
  4. E 1
  5. R 2
  6. P 4
  7. O 1
  8. L 3
  9. E 1
  10. R 2
  11. E 1
  12. N 1
  13. 21 zonder bonus
  14. 87 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

interpoleren in het kort

interpoleren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van interpoleren staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort interpoleren bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

interpoleren: uit bekende termen van een reeks (een benadering van) daartussen gelegen termen berekenen
Deel interpoleren — standaardnederlands.nl