internationaliseren
werkwoordBetekenis
- internationaal maken
Vervoeging van internationaliseren
internationaliserenhele werkwoord — internationaliseerdeverleden tijd enkelvoud — internationaliseerdenverleden tijd meervoud — geïnternationaliseerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | internationaliseer | internationaliseerde |
| jij | internationaliseert | internationaliseerde |
| hij, zij, het | internationaliseert | internationaliseerde |
| wij | internationaliseren | internationaliseerden |
| jullie | internationaliseren | internationaliseerden |
| zij | internationaliseren | internationaliseerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben geïnternationaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent geïnternationaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is geïnternationaliseerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geïnternationaliseerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geïnternationaliseerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geïnternationaliseerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geïnternationaliseerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geïnternationaliseerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geïnternationaliseerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geïnternationaliseerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geïnternationaliseerd | verleden tijd, deelwoord |
| geïnternationaliseerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geïnternationaliseerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geïnternationaliseerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geïnternationaliseerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geïnternationaliseerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geïnternationaliseerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geïnternationaliseerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geïnternationaliseerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geïnternationaliseerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geïnternationaliseerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geïnternationaliseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geïnternationaliseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geïnternationaliseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geïnternationaliseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geïnternationaliseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geïnternationaliseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geïnternationaliseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geïnternationaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geïnternationaliseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geïnternationaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geïnternationaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geïnternationaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geïnternationaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geïnternationaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geïnternationaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| internationaliseer | gebiedende wijs |
| internationaliseerde | verleden tijd |
| internationalisere | aanvoegende wijs |
| internationaliserend | onvoltooid, deelwoord |
| is geïnternationaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is geïnternationaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben geïnternationaliseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te internationaliseren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen internationaliseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart geïnternationaliseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geïnternationaliseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren geïnternationaliseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geïnternationaliseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geïnternationaliseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was geïnternationaliseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was geïnternationaliseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd geïnternationaliseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd geïnternationaliseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd geïnternationaliseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden geïnternationaliseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden geïnternationaliseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden geïnternationaliseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt geïnternationaliseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word geïnternationaliseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden geïnternationaliseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden geïnternationaliseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden geïnternationaliseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt geïnternationaliseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt geïnternationaliseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal geïnternationaliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geïnternationaliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geïnternationaliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geïnternationaliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geïnternationaliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geïnternationaliseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geïnternationaliseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal internationaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal internationaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal internationaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn geïnternationaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn geïnternationaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn geïnternationaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt geïnternationaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou geïnternationaliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geïnternationaliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geïnternationaliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geïnternationaliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geïnternationaliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou geïnternationaliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geïnternationaliseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geïnternationaliseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geïnternationaliseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou internationaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou internationaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou internationaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geïnternationaliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geïnternationaliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geïnternationaliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geïnternationaliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden geïnternationaliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden geïnternationaliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geïnternationaliseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geïnternationaliseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geïnternationaliseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden internationaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden internationaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden internationaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geïnternationaliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geïnternationaliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geïnternationaliseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt internationaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geïnternationaliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geïnternationaliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geïnternationaliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geïnternationaliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen geïnternationaliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen geïnternationaliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geïnternationaliseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geïnternationaliseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geïnternationaliseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen internationaliseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen internationaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen internationaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen internationaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geïnternationaliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geïnternationaliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geïnternationaliseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult internationaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van het Franse internationaliser (met het voorvoegsel inter- en met het achtervoegsel -iseren)
Woordfamilie van internationaliseren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geïnternationaliseerd | voltooid deelwoord | internationaliseren |
| geïnternationaliseerde | woordvorm | internationaliseren |
| internationaliseer | gebiedende wijs | internationaliseren |
| internationaliseerde | verleden tijd | internationaliseren |
| internationaliseerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | internationaliseren |
| internationaliseert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | internationaliseren |
| internationalisere | aanvoegende wijs | internationaliseren |
| internationaliserend | onvoltooid deelwoord | internationaliseren |
| internationaliserende | woordvorm | internationaliseren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van internationaliseren zijn vastgelegd.