intermezzo
zelfstandig naamwoord ˌɪntərˈmɛdzoBetekenis
- een tijdelijke periode van onderbreking van een handeling
Hoe spreek je intermezzo uit?
/ˌɪntərˈmɛdzo/
Intermezzo bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɪ | pit |
| n | nek |
| t | tak |
| ə | de |
| r | rood |
| m | maan |
| ɛ | bed |
| d | dak |
| z | zon |
| o | boot |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — neuter
- kleine vertoning, zangspel of ballet tussen de bedrijven van een toneelstuk gegeven
- klein muziekstuk als overgang tussen twee grotere muziekstukken
- iets dat gezegd of gedaan wordt in afwijking, als afdwaling van het eigenlijke onderwerp figuratively
- periode tussen twee tijdperken figuratively
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| intermezzo's | meervoud |
| intermezzootje | verkleinwoord, enkelvoud |
| intermezzootjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
van Italiaans , in de betekenis van ‘tussenspel’ aangetroffen vanaf 1810
Woordfamilie van intermezzo
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| intermezzo's | meervoud | intermezzo |
| intermezzootje | verkleinwoord | intermezzo |
| intermezzootjes | verkleinwoord meervoud | intermezzo |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van intermezzo zijn vastgelegd.