Naar de inhoud

intensiveren

intenser (heviger, krachtiger) maken

intensiveren

werkwoord

Betekenis

  1. intenser (heviger, krachtiger) maken

Vervoeging van intensiveren

intensiverenhele werkwoord — intensiveerdeverleden tijd enkelvoud — intensiveerdenverleden tijd meervoud — geïntensiveerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik intensiveer intensiveerde
jij intensiveert intensiveerde
hij, zij, het intensiveert intensiveerde
wij intensiveren intensiveerden
jullie intensiveren intensiveerden
zij intensiveren intensiveerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben geïntensiveerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent geïntensiveerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is geïntensiveerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geïntensiveerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geïntensiveerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geïntensiveerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geïntensiveerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geïntensiveerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geïntensiveerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geïntensiveerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geïntensiveerd verleden tijd, deelwoord
geïntensiveerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geïntensiveerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geïntensiveerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geïntensiveerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geïntensiveerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geïntensiveerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geïntensiveerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geïntensiveerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geïntensiveerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geïntensiveerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geïntensiveerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geïntensiveerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geïntensiveerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geïntensiveerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geïntensiveerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geïntensiveerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geïntensiveerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geïntensiveerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geïntensiveerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geïntensiveerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geïntensiveerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geïntensiveerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geïntensiveerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geïntensiveerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geïntensiveerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
intensiveer gebiedende wijs
intensiveerde verleden tijd
intensivere aanvoegende wijs
intensiverend onvoltooid, deelwoord
is geïntensiveerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is geïntensiveerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben geïntensiveerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te intensiveren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen intensiveren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart geïntensiveerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geïntensiveerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren geïntensiveerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geïntensiveerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geïntensiveerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was geïntensiveerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was geïntensiveerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd geïntensiveerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd geïntensiveerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd geïntensiveerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden geïntensiveerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden geïntensiveerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden geïntensiveerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt geïntensiveerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word geïntensiveerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden geïntensiveerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden geïntensiveerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden geïntensiveerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geïntensiveerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt geïntensiveerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal geïntensiveerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geïntensiveerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geïntensiveerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geïntensiveerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geïntensiveerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geïntensiveerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geïntensiveerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal intensiveren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal intensiveren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal intensiveren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn geïntensiveerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn geïntensiveerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn geïntensiveerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt geïntensiveerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou geïntensiveerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geïntensiveerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geïntensiveerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geïntensiveerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geïntensiveerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geïntensiveerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geïntensiveerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geïntensiveerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geïntensiveerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou intensiveren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou intensiveren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou intensiveren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geïntensiveerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geïntensiveerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geïntensiveerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geïntensiveerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden geïntensiveerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden geïntensiveerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geïntensiveerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geïntensiveerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geïntensiveerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden intensiveren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden intensiveren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden intensiveren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geïntensiveerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geïntensiveerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geïntensiveerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt intensiveren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geïntensiveerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geïntensiveerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geïntensiveerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geïntensiveerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen geïntensiveerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen geïntensiveerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geïntensiveerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geïntensiveerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geïntensiveerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen intensiveren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen intensiveren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen intensiveren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen intensiveren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geïntensiveerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geïntensiveerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geïntensiveerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult intensiveren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van het Franse intensifier (met het achtervoegsel -eren)

Woordfamilie van intensiveren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geïntensiveerd voltooid deelwoord intensiveren
geïntensiveerde woordvorm intensiveren
intensiveer gebiedende wijs intensiveren
intensiveerde verleden tijd intensiveren
intensiveerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon intensiveren
intensiveert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon intensiveren
intensivere aanvoegende wijs intensiveren
intensiverend onvoltooid deelwoord intensiveren
intensiverende woordvorm intensiveren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van intensiveren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over intensiveren

Wat is de betekenis van intensiveren?
Intensiveren is een werkwoord. De betekenis is: intenser (heviger, krachtiger) maken.
Hoe vervoeg ik intensiveren?
Zo vervoeg je intensiveren zo: de tegenwoordige tijd is intensiveer, de verleden tijd is intensiveerde en het voltooid deelwoord is geïntensiveerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord intensiveren is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. I 1
  2. N 1
  3. T 2
  4. E 1
  5. N 1
  6. S 2
  7. I 1
  8. V 4
  9. E 1
  10. R 2
  11. E 1
  12. N 1
  13. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

intensiveren levert met Wordfeud minimaal 20 en maximaal 84 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. I 2
  2. N 1
  3. T 2
  4. E 1
  5. N 1
  6. S 2
  7. I 2
  8. V 4
  9. E 1
  10. R 2
  11. E 1
  12. N 1
  13. 20 zonder bonus
  14. 84 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

intensiveren in het kort

intensiveren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van intensiveren staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort intensiveren bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

intensiveren: intenser (heviger, krachtiger) maken
Deel intensiveren — standaardnederlands.nl