instrument
zelfstandig naamwoordBetekenis
- werktuig
- hulpmiddel om te kunnen werken
- verkort voor muziekinstrument
zelfstandig naamwoord — neuter
- hulpmiddel om iets te kunnen realiseren figuratively
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| instrumenten | meervoud |
| instrumentje | verkleinwoord, enkelvoud |
| instrumentjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans of Latijn, in de betekenis van ‘gereedschap’ voor het eerst aangetroffen in 1285
Woordfamilie van instrument
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| instrumenten | meervoud | instrument |
| instrumentje | verkleinwoord | instrument |
| instrumentjes | verkleinwoord meervoud | instrument |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van instrument zijn vastgelegd.