Naar de inhoud

inspuiten

door druk op een vloeistof uit te oefenen deze door een nauwe opening ergens in doen bewegen

inspuiten

werkwoord ˈɪnspœytə(n)

Betekenis

  1. door druk op een vloeistof uit te oefenen deze door een nauwe opening ergens in doen bewegen

Hoe spreek je inspuiten uit?

/ˈɪnspœytən/

Inspuiten bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈɪnspœytən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
ɪ pit
n nek
s sok
p pak
œy huis
t tak
ə de
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van inspuiten

inspuitenhele werkwoord — spoot inverleden tijd enkelvoud — spoten inverleden tijd meervoud — ingespotenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik spuit in spoot in
jij spuit in spoot in
hij, zij, het spuit in spoot in
wij spuiten in spoten in
jullie spuiten in spoten in
zij spuiten in spoten in
Alle 144 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben ingespoten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent ingespoten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is ingespoten impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was ingespoten impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd ingespoten impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt ingespoten impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal ingespoten worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal ingespoten zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou ingespoten worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou ingespoten zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had ingespoten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had ingespoten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had ingespoten voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden ingespoten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden ingespoten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden ingespoten voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt ingespoten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb ingespoten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingespoten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben ingespoten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingespoten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben ingespoten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt ingespoten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingespoten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingespoten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
in te spuiten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
in te zullen spuiten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
in zal spuiten bijzin, toekomende tijd
in zou spuiten bijzin, voorwaardelijk
in zouden spuiten bijzin, voorwaardelijk
in zoudt spuiten bijzin, voorwaardelijk
in zullen spuiten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
in zullen spuiten bijzin, toekomende tijd
in zult spuiten bijzin, toekomende tijd
ingespoten verleden tijd, deelwoord
ingespoten te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ingespoten te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ingespoten te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingespoten te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingespoten te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingespoten worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ingespoten zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ingespoten zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ingespoten zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
ingespoten zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
inspoot bijzin, verleden tijd
inspoten bijzin, verleden tijd
inspuit bijzin, tegenwoordige tijd
inspuitend onvoltooid, deelwoord
is ingespoten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is ingespoten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
spoot in verleden tijd
spuit in gebiedende wijs
te hebben ingespoten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen inspuiten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart ingespoten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ingespoten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren ingespoten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ingespoten voltooid, verleden tijd, derde persoon
was ingespoten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was ingespoten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was ingespoten voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd ingespoten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd ingespoten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd ingespoten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden ingespoten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden ingespoten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden ingespoten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt ingespoten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word ingespoten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden ingespoten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden ingespoten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden ingespoten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt ingespoten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt ingespoten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal ingespoten hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingespoten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ingespoten hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ingespoten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingespoten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal ingespoten zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingespoten zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal inspuiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal inspuiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal inspuiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal inspuiten bijzin, toekomende tijd
zijn ingespoten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn ingespoten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn ingespoten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt ingespoten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou ingespoten hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingespoten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingespoten hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ingespoten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingespoten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou ingespoten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingespoten zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingespoten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingespoten zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou inspuiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou inspuiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou inspuiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou inspuiten bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) inspuiten in zou(dt) spuiten bijzin, voorwaardelijk
zouden ingespoten hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ingespoten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ingespoten hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ingespoten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ingespoten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ingespoten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ingespoten zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ingespoten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ingespoten zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden inspuiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden inspuiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden inspuiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden inspuiten bijzin, voorwaardelijk
zoudt ingespoten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ingespoten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ingespoten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt inspuiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt inspuiten bijzin, voorwaardelijk
zullen ingespoten hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ingespoten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ingespoten hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ingespoten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ingespoten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ingespoten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ingespoten zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ingespoten zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ingespoten zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen inspuiten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen inspuiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen inspuiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen inspuiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen inspuiten bijzin, toekomende tijd
zult ingespoten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult ingespoten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van in bw en spuiten ww

Woordfamilie van inspuiten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
ingespoten voltooid deelwoord inspuiten
inspoot subordinate-clause, verleden tijd inspuiten
inspoten subordinate-clause, verleden tijd inspuiten
inspuit subordinate-clause, tegenwoordige tijd inspuiten
inspuite with-subordinate-clause inspuiten
inspuitend onvoltooid deelwoord inspuiten
inspuitende woordvorm inspuiten
spoot in verleden tijd inspuiten
spoten in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon inspuiten
spuit in gebiedende wijs inspuiten
spuite in woordvorm inspuiten
spuiten in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon inspuiten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van inspuiten zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over inspuiten

Hoe spreek je inspuiten uit?
De uitspraak van inspuiten is: /ˈɪnspœytə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent inspuiten?
Inspuiten is een werkwoord. Het woord betekent: door druk op een vloeistof uit te oefenen deze door een nauwe opening ergens in doen bewegen.
Hoe vervoeg je inspuiten?
Je vervoegt inspuiten als volgt: het voltooid deelwoord is ingespoten. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord inspuiten is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. I 1
  2. N 1
  3. S 2
  4. P 3
  5. U 4
  6. I 1
  7. T 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

inspuiten levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 75 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. I 2
  2. N 1
  3. S 2
  4. P 4
  5. U 2
  6. I 2
  7. T 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 17 zonder bonus
  11. 75 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

inspuiten in het kort

inspuiten staat in dit woordenboek als werkwoord. Van inspuiten zijn 86 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort inspuiten bij een woordfamilie van 12 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

inspuiten: door druk op een vloeistof uit te oefenen deze door een nauwe opening ergens in doen bewegen
Deel inspuiten — standaardnederlands.nl