Naar de inhoud

inslikken

iets door de keel de slokdarm in doen bewegen

inslikken

werkwoord

Betekenis

  1. iets door de keel de slokdarm in doen bewegen
  2. tweede betekenisomschrijving
  3. enz.

Vervoeging van inslikken

inslikkenhele werkwoord — slikte inverleden tijd enkelvoud — slikten inverleden tijd meervoud — ingesliktvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik slik in slikte in
jij slikt in slikte in
hij, zij, het slikt in slikte in
wij slikken in slikten in
jullie slikken in slikten in
zij slikken in slikten in
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben ingeslikt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent ingeslikt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is ingeslikt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was ingeslikt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd ingeslikt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt ingeslikt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal ingeslikt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal ingeslikt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou ingeslikt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou ingeslikt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had ingeslikt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had ingeslikt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had ingeslikt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden ingeslikt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden ingeslikt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden ingeslikt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt ingeslikt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb ingeslikt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingeslikt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben ingeslikt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingeslikt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben ingeslikt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt ingeslikt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingeslikt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingeslikt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
in te slikken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
in te zullen slikken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
in zal slikken bijzin, toekomende tijd
in zou slikken bijzin, voorwaardelijk
in zouden slikken bijzin, voorwaardelijk
in zoudt slikken bijzin, voorwaardelijk
in zullen slikken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
in zullen slikken bijzin, toekomende tijd
in zult slikken bijzin, toekomende tijd
ingeslikt verleden tijd, deelwoord
ingeslikt te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ingeslikt te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ingeslikt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingeslikt te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingeslikt te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingeslikt worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ingeslikt zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ingeslikt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ingeslikt zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
ingeslikt zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
inslik bijzin, tegenwoordige tijd
inslikkend onvoltooid, deelwoord
inslikt bijzin, tegenwoordige tijd
inslikte bijzin, verleden tijd
inslikten bijzin, verleden tijd
is ingeslikt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is ingeslikt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
slik in gebiedende wijs
slikte in verleden tijd
te hebben ingeslikt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen inslikken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart ingeslikt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ingeslikt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren ingeslikt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ingeslikt voltooid, verleden tijd, derde persoon
was ingeslikt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was ingeslikt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was ingeslikt voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd ingeslikt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd ingeslikt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd ingeslikt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden ingeslikt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden ingeslikt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden ingeslikt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt ingeslikt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word ingeslikt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden ingeslikt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden ingeslikt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden ingeslikt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt ingeslikt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt ingeslikt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal ingeslikt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingeslikt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ingeslikt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ingeslikt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingeslikt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal ingeslikt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingeslikt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal inslikken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal inslikken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal inslikken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal inslikken bijzin, toekomende tijd
zijn ingeslikt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn ingeslikt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn ingeslikt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt ingeslikt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou ingeslikt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingeslikt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingeslikt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ingeslikt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingeslikt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou ingeslikt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingeslikt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingeslikt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingeslikt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou inslikken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou inslikken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou inslikken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou inslikken bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) inslikken in zou(dt) slikken bijzin, voorwaardelijk
zouden ingeslikt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ingeslikt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ingeslikt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ingeslikt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ingeslikt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ingeslikt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ingeslikt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ingeslikt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ingeslikt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden inslikken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden inslikken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden inslikken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden inslikken bijzin, voorwaardelijk
zoudt ingeslikt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ingeslikt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ingeslikt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt inslikken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt inslikken bijzin, voorwaardelijk
zullen ingeslikt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ingeslikt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ingeslikt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ingeslikt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ingeslikt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ingeslikt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ingeslikt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ingeslikt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ingeslikt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen inslikken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen inslikken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen inslikken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen inslikken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen inslikken bijzin, toekomende tijd
zult ingeslikt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van in bw en slikken ww

Woordfamilie van inslikken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
ingeslikt voltooid deelwoord inslikken
ingeslikte woordvorm inslikken
inslik subordinate-clause, tegenwoordige tijd inslikken
inslikke with-subordinate-clause inslikken
inslikkend onvoltooid deelwoord inslikken
inslikkende woordvorm inslikken
inslikt subordinate-clause, tegenwoordige tijd inslikken
inslikte subordinate-clause, verleden tijd inslikken
inslikten subordinate-clause, verleden tijd inslikken
slik in gebiedende wijs inslikken
slikke in woordvorm inslikken
slikken in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon inslikken
slikt in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon inslikken
slikte in verleden tijd inslikken
slikten in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon inslikken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van inslikken zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over inslikken

Wat is de betekenis van inslikken?
Inslikken is een werkwoord. De betekenis is: iets door de keel de slokdarm in doen bewegen. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik inslikken?
Zo vervoeg je inslikken zo: het voltooid deelwoord is ingeslikt. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord inslikken is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. I 1
  2. N 1
  3. S 2
  4. L 3
  5. I 1
  6. K 3
  7. K 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

inslikken levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 72 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. I 2
  2. N 1
  3. S 2
  4. L 3
  5. I 2
  6. K 3
  7. K 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 18 zonder bonus
  11. 72 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (L) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

inslikken in het kort

inslikken staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van inslikken staan er 88 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort inslikken bij een woordfamilie van 15 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

inslikken: iets door de keel de slokdarm in doen bewegen
Deel inslikken — standaardnederlands.nl