Naar de inhoud

inslaan

met grote snelheid met een stilstaand voorwerp in botsing komen

inslaan

werkwoord ˈɪnslan

Betekenis

  1. met grote snelheid met een stilstaand voorwerp in botsing komen
  2. iets ~ met een slag iets naar binnen toe doen verbuigen of breken
  3. voorzien van benodigdheden
  4. gaan in een gekozen richting

Hoe spreek je inslaan uit?

/ˈɪnslan/

Inslaan bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈɪnslan/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
ɪ pit
n nek
s sok
l land
a maan
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van inslaan

inslaanhele werkwoord — sloeg inverleden tijd enkelvoud — sloegen inverleden tijd meervoud — ingeslagenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik sla in sloeg in
jij slaat in sloeg in
hij, zij, het slaat in sloeg in
wij slaan in sloegen in
jullie slaan in sloegen in
zij slaan in sloegen in
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben ingeslagen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent ingeslagen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is ingeslagen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was ingeslagen impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd ingeslagen impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt ingeslagen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal ingeslagen worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal ingeslagen zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou ingeslagen worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou ingeslagen zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had ingeslagen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had ingeslagen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had ingeslagen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden ingeslagen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden ingeslagen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden ingeslagen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt ingeslagen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb ingeslagen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingeslagen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben ingeslagen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingeslagen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben ingeslagen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt ingeslagen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingeslagen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingeslagen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
in te slaan actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
in te zullen slaan actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
in zal slaan bijzin, toekomende tijd
in zou slaan bijzin, voorwaardelijk
in zouden slaan bijzin, voorwaardelijk
in zoudt slaan bijzin, voorwaardelijk
in zullen slaan actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
in zullen slaan bijzin, toekomende tijd
in zult slaan bijzin, toekomende tijd
ingeslagen verleden tijd, deelwoord
ingeslagen te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ingeslagen te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ingeslagen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingeslagen te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingeslagen te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingeslagen worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ingeslagen zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ingeslagen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ingeslagen zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
ingeslagen zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
insla bijzin, tegenwoordige tijd
inslaand onvoltooid, deelwoord
inslaat bijzin, tegenwoordige tijd
insloeg bijzin, verleden tijd
insloegen bijzin, verleden tijd
is ingeslagen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is ingeslagen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
sla in gebiedende wijs
sloeg in verleden tijd
te hebben ingeslagen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen inslaan actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart ingeslagen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ingeslagen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren ingeslagen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ingeslagen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was ingeslagen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was ingeslagen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was ingeslagen voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd ingeslagen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd ingeslagen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd ingeslagen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden ingeslagen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden ingeslagen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden ingeslagen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt ingeslagen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word ingeslagen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden ingeslagen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden ingeslagen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden ingeslagen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt ingeslagen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt ingeslagen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal ingeslagen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingeslagen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ingeslagen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ingeslagen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingeslagen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal ingeslagen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingeslagen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal inslaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal inslaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal inslaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal inslaan bijzin, toekomende tijd
zijn ingeslagen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn ingeslagen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn ingeslagen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt ingeslagen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou ingeslagen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingeslagen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingeslagen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ingeslagen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingeslagen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou ingeslagen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingeslagen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingeslagen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingeslagen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou inslaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou inslaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou inslaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou inslaan bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) inslaan in zou(dt) slaan bijzin, voorwaardelijk
zouden ingeslagen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ingeslagen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ingeslagen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ingeslagen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ingeslagen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ingeslagen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ingeslagen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ingeslagen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ingeslagen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden inslaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden inslaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden inslaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden inslaan bijzin, voorwaardelijk
zoudt ingeslagen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ingeslagen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ingeslagen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt inslaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt inslaan bijzin, voorwaardelijk
zullen ingeslagen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ingeslagen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ingeslagen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ingeslagen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ingeslagen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ingeslagen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ingeslagen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ingeslagen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ingeslagen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen inslaan actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen inslaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen inslaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen inslaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen inslaan bijzin, toekomende tijd
zult ingeslagen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van in bw en slaan ww

Woordfamilie van inslaan

Woordvorm Relatie Afgeleid van
ingeslagen voltooid deelwoord inslaan
insla subordinate-clause, tegenwoordige tijd inslaan
inslaand onvoltooid deelwoord inslaan
inslaat subordinate-clause, tegenwoordige tijd inslaan
insloeg subordinate-clause, verleden tijd inslaan
insloegen subordinate-clause, verleden tijd inslaan
sla in gebiedende wijs inslaan
slaan in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon inslaan
slaat in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon inslaan
sloeg in verleden tijd inslaan
sloegen in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon inslaan

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van inslaan zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over inslaan

Hoe spreek ik inslaan uit?
Zo spreek je inslaan uit: /ˈɪnslan/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van inslaan?
Inslaan is een werkwoord. De betekenis is: met grote snelheid met een stilstaand voorwerp in botsing komen. In totaal staan er 4 betekenissen.
Hoe vervoeg ik inslaan?
Zo vervoeg je inslaan zo: het voltooid deelwoord is ingeslagen. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord inslaan is 10 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. I 1
  2. N 1
  3. S 2
  4. L 3
  5. A 1
  6. A 1
  7. N 1
  8. 10 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

inslaan levert met Wordfeud minimaal 11 en maximaal 91 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. I 2
  2. N 1
  3. S 2
  4. L 3
  5. A 1
  6. A 1
  7. N 1
  8. 11 zonder bonus
  9. 91 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (L) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

inslaan telt 7 letters, waarvan 5 verschillende, want 2 letters komen er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

inslaan in het kort

inslaan staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 4 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van inslaan staan er 88 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort inslaan bij een woordfamilie van 11 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

inslaan: met grote snelheid met een stilstaand voorwerp in botsing komen
Deel inslaan — standaardnederlands.nl