Naar de inhoud

insemineren

bevruchten

insemineren

werkwoord

Betekenis

  1. bevruchten

Vervoeging van insemineren

inseminerenhele werkwoord — insemineerdeverleden tijd enkelvoud — insemineerdenverleden tijd meervoud — geïnsemineerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik insemineer insemineerde
jij insemineert insemineerde
hij, zij, het insemineert insemineerde
wij insemineren insemineerden
jullie insemineren insemineerden
zij insemineren insemineerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben geïnsemineerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent geïnsemineerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is geïnsemineerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geïnsemineerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geïnsemineerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geïnsemineerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geïnsemineerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geïnsemineerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geïnsemineerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geïnsemineerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geïnsemineerd verleden tijd, deelwoord
geïnsemineerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geïnsemineerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geïnsemineerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geïnsemineerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geïnsemineerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geïnsemineerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geïnsemineerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geïnsemineerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geïnsemineerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geïnsemineerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geïnsemineerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geïnsemineerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geïnsemineerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geïnsemineerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geïnsemineerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geïnsemineerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geïnsemineerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geïnsemineerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geïnsemineerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geïnsemineerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geïnsemineerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geïnsemineerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geïnsemineerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geïnsemineerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geïnsemineerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
insemineer gebiedende wijs
insemineerde verleden tijd
inseminere aanvoegende wijs
inseminerend onvoltooid, deelwoord
is geïnsemineerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is geïnsemineerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben geïnsemineerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te insemineren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen insemineren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart geïnsemineerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geïnsemineerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren geïnsemineerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geïnsemineerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geïnsemineerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was geïnsemineerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was geïnsemineerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd geïnsemineerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd geïnsemineerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd geïnsemineerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden geïnsemineerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden geïnsemineerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden geïnsemineerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt geïnsemineerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word geïnsemineerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden geïnsemineerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden geïnsemineerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden geïnsemineerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geïnsemineerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt geïnsemineerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal geïnsemineerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geïnsemineerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geïnsemineerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geïnsemineerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geïnsemineerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geïnsemineerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geïnsemineerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal insemineren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal insemineren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal insemineren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn geïnsemineerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn geïnsemineerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn geïnsemineerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt geïnsemineerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou geïnsemineerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geïnsemineerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geïnsemineerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geïnsemineerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geïnsemineerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geïnsemineerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geïnsemineerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geïnsemineerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geïnsemineerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou insemineren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou insemineren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou insemineren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geïnsemineerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geïnsemineerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geïnsemineerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geïnsemineerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden geïnsemineerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden geïnsemineerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geïnsemineerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geïnsemineerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geïnsemineerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden insemineren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden insemineren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden insemineren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geïnsemineerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geïnsemineerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geïnsemineerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt insemineren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geïnsemineerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geïnsemineerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geïnsemineerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geïnsemineerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen geïnsemineerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen geïnsemineerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geïnsemineerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geïnsemineerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geïnsemineerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen insemineren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen insemineren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen insemineren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen insemineren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geïnsemineerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geïnsemineerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geïnsemineerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult insemineren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van het Franse inséminer (met het achtervoegsel -eren)

Woordfamilie van insemineren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geïnsemineerd voltooid deelwoord insemineren
geïnsemineerde woordvorm insemineren
insemineer gebiedende wijs insemineren
insemineerde verleden tijd insemineren
insemineerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon insemineren
insemineert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon insemineren
inseminere aanvoegende wijs insemineren
inseminerend onvoltooid deelwoord insemineren
inseminerende woordvorm insemineren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van insemineren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over insemineren

Wat betekent insemineren?
Insemineren is een werkwoord. Het woord betekent: bevruchten.
Hoe vervoeg je insemineren?
Je vervoegt insemineren als volgt: de tegenwoordige tijd is insemineer, de verleden tijd is insemineerde en het voltooid deelwoord is geïnsemineerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord insemineren is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. I 1
  2. N 1
  3. S 2
  4. E 1
  5. M 3
  6. I 1
  7. N 1
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

insemineren levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 69 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. I 2
  2. N 1
  3. S 2
  4. E 1
  5. M 3
  6. I 2
  7. N 1
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 17 zonder bonus
  13. 69 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (M) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

insemineren in het kort

insemineren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van insemineren zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort insemineren bij een woordfamilie van 9 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

insemineren: bevruchten
Deel insemineren — standaardnederlands.nl