Naar de inhoud

inschatten

beoordelen, ramen

inschatten

werkwoord

Betekenis

  1. beoordelen, ramen

Vervoeging van inschatten

inschattenhele werkwoord — schatte inverleden tijd enkelvoud — schatten inverleden tijd meervoud — ingeschatvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik schat in schatte in
jij schat in schatte in
hij, zij, het schat in schatte in
wij schatten in schatten in
jullie schatten in schatten in
zij schatten in schatten in
Alle 143 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben ingeschat voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent ingeschat voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is ingeschat impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was ingeschat impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd ingeschat impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt ingeschat impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal ingeschat worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal ingeschat zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou ingeschat worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou ingeschat zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had ingeschat voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had ingeschat voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had ingeschat voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden ingeschat voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden ingeschat voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden ingeschat voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt ingeschat voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb ingeschat voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingeschat actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben ingeschat voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingeschat voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben ingeschat voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt ingeschat voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingeschat voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingeschat voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
in te schatten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
in te zullen schatten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
in zal schatten bijzin, toekomende tijd
in zou schatten bijzin, voorwaardelijk
in zouden schatten bijzin, voorwaardelijk
in zoudt schatten bijzin, voorwaardelijk
in zullen schatten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
in zullen schatten bijzin, toekomende tijd
in zult schatten bijzin, toekomende tijd
ingeschat verleden tijd, deelwoord
ingeschat te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ingeschat te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ingeschat te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingeschat te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingeschat te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingeschat worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ingeschat zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ingeschat zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ingeschat zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
ingeschat zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
inschat bijzin, tegenwoordige tijd
inschatte bijzin, verleden tijd
inschattend onvoltooid, deelwoord
is ingeschat voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is ingeschat voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
schat in gebiedende wijs
schatte in verleden tijd
te hebben ingeschat actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen inschatten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart ingeschat voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ingeschat voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren ingeschat voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ingeschat voltooid, verleden tijd, derde persoon
was ingeschat voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was ingeschat voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was ingeschat voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd ingeschat enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd ingeschat enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd ingeschat enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden ingeschat enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden ingeschat enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden ingeschat enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt ingeschat enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word ingeschat enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden ingeschat enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden ingeschat enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden ingeschat enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt ingeschat enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt ingeschat enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal ingeschat hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingeschat hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ingeschat hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ingeschat worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingeschat worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal ingeschat zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingeschat zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal inschatten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal inschatten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal inschatten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal inschatten bijzin, toekomende tijd
zijn ingeschat voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn ingeschat voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn ingeschat voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt ingeschat voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou ingeschat hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingeschat hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingeschat hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ingeschat worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingeschat worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou ingeschat worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingeschat zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingeschat zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingeschat zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou inschatten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou inschatten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou inschatten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou inschatten bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) inschatten in zou(dt) schatten bijzin, voorwaardelijk
zouden ingeschat hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ingeschat hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ingeschat hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ingeschat worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ingeschat worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ingeschat worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ingeschat zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ingeschat zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ingeschat zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden inschatten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden inschatten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden inschatten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden inschatten bijzin, voorwaardelijk
zoudt ingeschat hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ingeschat worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ingeschat zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt inschatten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt inschatten bijzin, voorwaardelijk
zullen ingeschat hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ingeschat hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ingeschat hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ingeschat worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ingeschat worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ingeschat worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ingeschat zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ingeschat zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ingeschat zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen inschatten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen inschatten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen inschatten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen inschatten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen inschatten bijzin, toekomende tijd
zult ingeschat hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult ingeschat worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult ingeschat zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud verleden tijd van inschatten

Vervoeging van inschatten

inschattenhele werkwoord — schatte inverleden tijd enkelvoud — schatten inverleden tijd meervoud — ingeschatvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik schat in schatte in
jij schat in schatte in
hij, zij, het schat in schatte in
wij schatten in schatten in
jullie schatten in schatten in
zij schatten in schatten in
Alle 143 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben ingeschat voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent ingeschat voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is ingeschat impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was ingeschat impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd ingeschat impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt ingeschat impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal ingeschat worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal ingeschat zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou ingeschat worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou ingeschat zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had ingeschat voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had ingeschat voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had ingeschat voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden ingeschat voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden ingeschat voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden ingeschat voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt ingeschat voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb ingeschat voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingeschat actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben ingeschat voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingeschat voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben ingeschat voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt ingeschat voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingeschat voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingeschat voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
in te schatten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
in te zullen schatten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
in zal schatten bijzin, toekomende tijd
in zou schatten bijzin, voorwaardelijk
in zouden schatten bijzin, voorwaardelijk
in zoudt schatten bijzin, voorwaardelijk
in zullen schatten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
in zullen schatten bijzin, toekomende tijd
in zult schatten bijzin, toekomende tijd
ingeschat verleden tijd, deelwoord
ingeschat te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ingeschat te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ingeschat te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingeschat te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingeschat te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingeschat worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ingeschat zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ingeschat zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ingeschat zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
ingeschat zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
inschat bijzin, tegenwoordige tijd
inschatte bijzin, verleden tijd
inschattend onvoltooid, deelwoord
is ingeschat voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is ingeschat voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
schat in gebiedende wijs
schatte in verleden tijd
te hebben ingeschat actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen inschatten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart ingeschat voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ingeschat voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren ingeschat voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ingeschat voltooid, verleden tijd, derde persoon
was ingeschat voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was ingeschat voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was ingeschat voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd ingeschat enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd ingeschat enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd ingeschat enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden ingeschat enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden ingeschat enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden ingeschat enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt ingeschat enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word ingeschat enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden ingeschat enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden ingeschat enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden ingeschat enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt ingeschat enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt ingeschat enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal ingeschat hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingeschat hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ingeschat hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ingeschat worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingeschat worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal ingeschat zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingeschat zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal inschatten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal inschatten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal inschatten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal inschatten bijzin, toekomende tijd
zijn ingeschat voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn ingeschat voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn ingeschat voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt ingeschat voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou ingeschat hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingeschat hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingeschat hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ingeschat worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingeschat worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou ingeschat worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingeschat zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingeschat zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingeschat zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou inschatten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou inschatten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou inschatten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou inschatten bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) inschatten in zou(dt) schatten bijzin, voorwaardelijk
zouden ingeschat hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ingeschat hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ingeschat hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ingeschat worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ingeschat worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ingeschat worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ingeschat zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ingeschat zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ingeschat zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden inschatten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden inschatten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden inschatten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden inschatten bijzin, voorwaardelijk
zoudt ingeschat hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ingeschat worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ingeschat zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt inschatten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt inschatten bijzin, voorwaardelijk
zullen ingeschat hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ingeschat hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ingeschat hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ingeschat worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ingeschat worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ingeschat worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ingeschat zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ingeschat zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ingeschat zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen inschatten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen inschatten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen inschatten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen inschatten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen inschatten bijzin, toekomende tijd
zult ingeschat hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult ingeschat worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult ingeschat zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van in en schatten

Woordfamilie van inschatten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
ingeschat voltooid deelwoord inschatten
ingeschatte woordvorm inschatten
inschat subordinate-clause, tegenwoordige tijd inschatten
inschatte subordinate-clause, verleden tijd inschatten
inschattend onvoltooid deelwoord inschatten
inschattende woordvorm inschatten
schat in gebiedende wijs inschatten
schatte in verleden tijd inschatten
schatten in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon inschatten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van inschatten zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over inschatten

Wat betekent inschatten?
Inschatten is een werkwoord. Het woord betekent: beoordelen, ramen.
Hoe vervoeg je inschatten?
Je vervoegt inschatten als volgt: het voltooid deelwoord is ingeschat. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord inschatten is 20 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. I 1
  2. N 1
  3. S 2
  4. C 5
  5. H 4
  6. A 1
  7. T 2
  8. T 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 20 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

inschatten levert met Wordfeud minimaal 21 en maximaal 93 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. I 2
  2. N 1
  3. S 2
  4. C 5
  5. H 4
  6. A 1
  7. T 2
  8. T 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 21 zonder bonus
  12. 93 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

inschatten in het kort

inschatten staat in dit woordenboek als werkwoord. Van inschatten zijn 84 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort inschatten bij een woordfamilie van 9 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

inschatten: beoordelen, ramen
Deel inschatten — standaardnederlands.nl