inschatten
werkwoordBetekenis
- beoordelen, ramen
Vervoeging van inschatten
inschattenhele werkwoord — schatte inverleden tijd enkelvoud — schatten inverleden tijd meervoud — ingeschatvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | schat in | schatte in |
| jij | schat in | schatte in |
| hij, zij, het | schat in | schatte in |
| wij | schatten in | schatten in |
| jullie | schatten in | schatten in |
| zij | schatten in | schatten in |
Alle 143 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben ingeschat | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent ingeschat | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is ingeschat | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was ingeschat | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd ingeschat | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt ingeschat | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal ingeschat worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal ingeschat zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou ingeschat worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou ingeschat zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had ingeschat | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had ingeschat | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had ingeschat | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden ingeschat | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden ingeschat | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden ingeschat | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt ingeschat | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb ingeschat | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ingeschat | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben ingeschat | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ingeschat | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben ingeschat | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt ingeschat | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ingeschat | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ingeschat | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| in te schatten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| in te zullen schatten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| in zal schatten | bijzin, toekomende tijd |
| in zou schatten | bijzin, voorwaardelijk |
| in zouden schatten | bijzin, voorwaardelijk |
| in zoudt schatten | bijzin, voorwaardelijk |
| in zullen schatten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| in zullen schatten | bijzin, toekomende tijd |
| in zult schatten | bijzin, toekomende tijd |
| ingeschat | verleden tijd, deelwoord |
| ingeschat te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| ingeschat te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| ingeschat te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingeschat te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingeschat te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingeschat worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| ingeschat zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| ingeschat zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ingeschat zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ingeschat zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| inschat | bijzin, tegenwoordige tijd |
| inschatte | bijzin, verleden tijd |
| inschattend | onvoltooid, deelwoord |
| is ingeschat | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is ingeschat | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| schat in | gebiedende wijs |
| schatte in | verleden tijd |
| te hebben ingeschat | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen inschatten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart ingeschat | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ingeschat | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren ingeschat | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ingeschat | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was ingeschat | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was ingeschat | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was ingeschat | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd ingeschat | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd ingeschat | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd ingeschat | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden ingeschat | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden ingeschat | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden ingeschat | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt ingeschat | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word ingeschat | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden ingeschat | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden ingeschat | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden ingeschat | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt ingeschat | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt ingeschat | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal ingeschat hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingeschat hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal ingeschat hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal ingeschat worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingeschat worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal ingeschat zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingeschat zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal inschatten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal inschatten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal inschatten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal inschatten | bijzin, toekomende tijd |
| zijn ingeschat | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn ingeschat | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn ingeschat | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt ingeschat | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou ingeschat hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingeschat hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingeschat hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou ingeschat worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingeschat worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou ingeschat worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingeschat zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingeschat zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingeschat zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou inschatten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou inschatten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou inschatten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou inschatten | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) inschatten in zou(dt) schatten | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden ingeschat hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ingeschat hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ingeschat hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ingeschat worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden ingeschat worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden ingeschat worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ingeschat zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ingeschat zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ingeschat zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden inschatten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden inschatten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden inschatten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden inschatten | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt ingeschat hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt ingeschat worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt ingeschat zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt inschatten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt inschatten | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen ingeschat hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ingeschat hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ingeschat hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ingeschat worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen ingeschat worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen ingeschat worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ingeschat zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ingeschat zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ingeschat zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen inschatten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen inschatten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen inschatten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen inschatten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen inschatten | bijzin, toekomende tijd |
| zult ingeschat hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult ingeschat worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult ingeschat zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud verleden tijd van inschatten
Vervoeging van inschatten
inschattenhele werkwoord — schatte inverleden tijd enkelvoud — schatten inverleden tijd meervoud — ingeschatvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | schat in | schatte in |
| jij | schat in | schatte in |
| hij, zij, het | schat in | schatte in |
| wij | schatten in | schatten in |
| jullie | schatten in | schatten in |
| zij | schatten in | schatten in |
Alle 143 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben ingeschat | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent ingeschat | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is ingeschat | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was ingeschat | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd ingeschat | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt ingeschat | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal ingeschat worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal ingeschat zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou ingeschat worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou ingeschat zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had ingeschat | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had ingeschat | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had ingeschat | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden ingeschat | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden ingeschat | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden ingeschat | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt ingeschat | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb ingeschat | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ingeschat | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben ingeschat | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ingeschat | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben ingeschat | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt ingeschat | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ingeschat | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ingeschat | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| in te schatten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| in te zullen schatten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| in zal schatten | bijzin, toekomende tijd |
| in zou schatten | bijzin, voorwaardelijk |
| in zouden schatten | bijzin, voorwaardelijk |
| in zoudt schatten | bijzin, voorwaardelijk |
| in zullen schatten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| in zullen schatten | bijzin, toekomende tijd |
| in zult schatten | bijzin, toekomende tijd |
| ingeschat | verleden tijd, deelwoord |
| ingeschat te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| ingeschat te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| ingeschat te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingeschat te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingeschat te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingeschat worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| ingeschat zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| ingeschat zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ingeschat zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ingeschat zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| inschat | bijzin, tegenwoordige tijd |
| inschatte | bijzin, verleden tijd |
| inschattend | onvoltooid, deelwoord |
| is ingeschat | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is ingeschat | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| schat in | gebiedende wijs |
| schatte in | verleden tijd |
| te hebben ingeschat | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen inschatten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart ingeschat | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ingeschat | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren ingeschat | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ingeschat | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was ingeschat | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was ingeschat | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was ingeschat | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd ingeschat | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd ingeschat | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd ingeschat | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden ingeschat | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden ingeschat | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden ingeschat | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt ingeschat | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word ingeschat | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden ingeschat | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden ingeschat | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden ingeschat | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt ingeschat | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt ingeschat | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal ingeschat hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingeschat hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal ingeschat hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal ingeschat worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingeschat worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal ingeschat zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingeschat zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal inschatten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal inschatten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal inschatten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal inschatten | bijzin, toekomende tijd |
| zijn ingeschat | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn ingeschat | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn ingeschat | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt ingeschat | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou ingeschat hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingeschat hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingeschat hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou ingeschat worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingeschat worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou ingeschat worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingeschat zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingeschat zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingeschat zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou inschatten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou inschatten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou inschatten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou inschatten | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) inschatten in zou(dt) schatten | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden ingeschat hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ingeschat hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ingeschat hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ingeschat worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden ingeschat worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden ingeschat worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ingeschat zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ingeschat zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ingeschat zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden inschatten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden inschatten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden inschatten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden inschatten | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt ingeschat hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt ingeschat worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt ingeschat zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt inschatten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt inschatten | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen ingeschat hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ingeschat hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ingeschat hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ingeschat worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen ingeschat worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen ingeschat worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ingeschat zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ingeschat zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ingeschat zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen inschatten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen inschatten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen inschatten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen inschatten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen inschatten | bijzin, toekomende tijd |
| zult ingeschat hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult ingeschat worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult ingeschat zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van in en schatten
Woordfamilie van inschatten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ingeschat | voltooid deelwoord | inschatten |
| ingeschatte | woordvorm | inschatten |
| inschat | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | inschatten |
| inschatte | subordinate-clause, verleden tijd | inschatten |
| inschattend | onvoltooid deelwoord | inschatten |
| inschattende | woordvorm | inschatten |
| schat in | gebiedende wijs | inschatten |
| schatte in | verleden tijd | inschatten |
| schatten in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | inschatten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van inschatten zijn vastgelegd.