Naar de inhoud

inroesten

door roest ingevreten worden

inroesten

werkwoord

Betekenis

  1. door roest ingevreten worden
  2. door roesten vastklemmen

Vervoeging van inroesten

inroestenhele werkwoord — roestte inverleden tijd enkelvoud — roestten inverleden tijd meervoud — ingeroestvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik roest in roestte in
jij roest in roestte in
hij, zij, het roest in roestte in
wij roesten in roestten in
jullie roesten in roestten in
zij roesten in roestten in
Alle 74 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ben ingeroest voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent ingeroest voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
ev. gebiedende wijs
in te roesten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
in te zullen roesten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
in zal roesten bijzin, toekomende tijd
in zou roesten bijzin, voorwaardelijk
in zouden roesten bijzin, voorwaardelijk
in zoudt roesten bijzin, voorwaardelijk
in zullen roesten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
in zullen roesten bijzin, toekomende tijd
in zult roesten bijzin, toekomende tijd
ingeroest verleden tijd, deelwoord
ingeroest te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingeroest zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
inroest bijzin, tegenwoordige tijd
inroestend onvoltooid, deelwoord
inroestte bijzin, verleden tijd
inroestten bijzin, verleden tijd
is ingeroest voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is ingeroest voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
roest in gebiedende wijs
roestte in verleden tijd
te zijn ingeroest actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen inroesten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart ingeroest voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ingeroest voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren ingeroest voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ingeroest voltooid, verleden tijd, derde persoon
was ingeroest voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was ingeroest voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was ingeroest voltooid, verleden tijd, derde persoon
zal ingeroest zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingeroest zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ingeroest zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal inroesten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal inroesten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal inroesten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal inroesten bijzin, toekomende tijd
zijn ingeroest actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn ingeroest voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn ingeroest voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn ingeroest voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt ingeroest voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou ingeroest zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingeroest zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingeroest zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou inroesten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou inroesten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou inroesten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou inroesten bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) inroesten in zou(dt) roesten bijzin, voorwaardelijk
zouden ingeroest zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ingeroest zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ingeroest zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden inroesten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden inroesten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden inroesten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden inroesten bijzin, voorwaardelijk
zoudt ingeroest zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt inroesten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt inroesten bijzin, voorwaardelijk
zullen ingeroest zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ingeroest zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ingeroest zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen inroesten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen inroesten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen inroesten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen inroesten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen inroesten bijzin, toekomende tijd
zult ingeroest zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult inroesten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult inroesten bijzin, toekomende tijd
zult/zal inroesten in zult/zal roesten bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van in en roesten

Woordfamilie van inroesten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
inroest subordinate-clause, tegenwoordige tijd inroesten
inroeste with-subordinate-clause inroesten
inroestend onvoltooid deelwoord inroesten
inroestende woordvorm inroesten
inroestte subordinate-clause, verleden tijd inroesten
inroestten subordinate-clause, verleden tijd inroesten
roest in gebiedende wijs inroesten
roeste in woordvorm inroesten
roesten in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon inroesten
roestte in verleden tijd inroesten
roestten in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon inroesten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van inroesten zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over inroesten

Wat is de betekenis van inroesten?
Inroesten is een werkwoord. De betekenis is: door roest ingevreten worden. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik inroesten?
Zo vervoeg je inroesten zo: het voltooid deelwoord is ingeroest. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord inroesten is 12 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. I 1
  2. N 1
  3. R 2
  4. O 1
  5. E 1
  6. S 2
  7. T 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 12 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

inroesten levert met Wordfeud minimaal 13 en maximaal 51 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. I 2
  2. N 1
  3. R 2
  4. O 1
  5. E 1
  6. S 2
  7. T 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 13 zonder bonus
  11. 51 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (I) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

inroesten in het kort

inroesten staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van inroesten staan er 44 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort inroesten bij een woordfamilie van 11 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

inroesten: door roest ingevreten worden
Deel inroesten — standaardnederlands.nl