inrit
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een weg die van de straat naar een gebouw e.d. voert
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| inritje | verkleinwoord, enkelvoud |
| inritjes | verkleinwoord, meervoud |
| inritten | meervoud |
Herkomst
samenstelling van in en rit
Woordfamilie van inrit
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| inritje | verkleinwoord | inrit |
| inritjes | verkleinwoord meervoud | inrit |
| inritten | meervoud | inrit |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van inrit zijn vastgelegd.