Naar de inhoud

inpeperen

bestrooien van voedingsmiddelen met peper

inpeperen

werkwoord ˈɪmpepərə(n)

Betekenis

  1. bestrooien van voedingsmiddelen met peper
  2. (bij een discussie) iemand de les lezen.
  3. iemand ergens voor bestraffen

Hoe spreek je inpeperen uit?

/ˈɪmpepərən/

Inpeperen bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈɪmpepərən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
ɪ pit
m maan
p pak
e veel
ə de
r rood
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. iemand de les lezen.

Vervoeging van inpeperen

inpeperenhele werkwoord — peperde inverleden tijd enkelvoud — peperden inverleden tijd meervoud — ingepeperdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik peper in peperde in
jij pepert in peperde in
hij, zij, het pepert in peperde in
wij peperen in peperden in
jullie peperen in peperden in
zij peperen in peperden in
Alle 206 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben ingepeperd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent ingepeperd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is ingepeperd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was ingepeperd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd ingepeperd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt ingepeperd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal ingepeperd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal ingepeperd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou ingepeperd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou ingepeperd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had ingepeperd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had ingepeperd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had ingepeperd voltooid, verleden tijd, derde persoon
had ingepeperd gekregen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had ingepeperd gekregen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had ingepeperd gekregen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden ingepeperd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden ingepeperd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden ingepeperd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden ingepeperd gekregen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden ingepeperd gekregen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden ingepeperd gekregen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt ingepeperd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadt ingepeperd gekregen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb ingepeperd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
heb ingepeperd gekregen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingepeperd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben ingepeperd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingepeperd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben ingepeperd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebben ingepeperd gekregen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingepeperd gekregen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben ingepeperd gekregen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt ingepeperd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebt ingepeperd gekregen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingepeperd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingepeperd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
heeft ingepeperd gekregen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingepeperd gekregen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
in te peperen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
in te zullen peperen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
in zal peperen bijzin, toekomende tijd
in zou peperen bijzin, voorwaardelijk
in zouden peperen bijzin, voorwaardelijk
in zoudt peperen bijzin, voorwaardelijk
in zullen peperen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
in zullen peperen bijzin, toekomende tijd
in zult peperen bijzin, toekomende tijd
ingepeperd verleden tijd, deelwoord
ingepeperd gekregen hebben infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ingepeperd gekregen te hebben infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ingepeperd gekregen te zullen hebben infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingepeperd gekregen zullen hebben infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ingepeperd krijgen infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ingepeperd te krijgen infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ingepeperd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ingepeperd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ingepeperd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingepeperd te zullen krijgen infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingepeperd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingepeperd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingepeperd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ingepeperd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ingepeperd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ingepeperd zullen krijgen infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
ingepeperd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
ingepeperd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
inpeper bijzin, tegenwoordige tijd
inpeperde bijzin, verleden tijd
inpeperden bijzin, verleden tijd
inpeperend onvoltooid, deelwoord
inpepert bijzin, tegenwoordige tijd
is ingepeperd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is ingepeperd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
kreeg ingepeperd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
kreeg ingepeperd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
kreeg ingepeperd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
kreegt ingepeperd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
kregen ingepeperd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
kregen ingepeperd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
kregen ingepeperd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
krijg ingepeperd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
krijgen ingepeperd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
krijgen ingepeperd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
krijgen ingepeperd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
krijgt ingepeperd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
krijgt ingepeperd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
peper in gebiedende wijs
peperde in verleden tijd
te hebben ingepeperd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen inpeperen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart ingepeperd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ingepeperd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren ingepeperd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ingepeperd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was ingepeperd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was ingepeperd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was ingepeperd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd ingepeperd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd ingepeperd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd ingepeperd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden ingepeperd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden ingepeperd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden ingepeperd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt ingepeperd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word ingepeperd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden ingepeperd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden ingepeperd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden ingepeperd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt ingepeperd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt ingepeperd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal ingepeperd gekregen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingepeperd gekregen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ingepeperd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingepeperd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ingepeperd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ingepeperd krijgen enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingepeperd krijgen enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal ingepeperd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingepeperd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal ingepeperd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingepeperd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal inpeperen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal inpeperen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal inpeperen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal inpeperen bijzin, toekomende tijd
zijn ingepeperd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn ingepeperd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn ingepeperd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt ingepeperd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou ingepeperd gekregen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingepeperd gekregen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingepeperd gekregen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ingepeperd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingepeperd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingepeperd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ingepeperd krijgen enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingepeperd krijgen enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon

Herkomst

samenstelling van in bw en peperen ww of samenstellend afgeleid van in vz en peper zn met het achtervoegsel -en, in de betekenis van ‘betaald zetten’ voor het eerst aangetroffen in 1564

Woordfamilie van inpeperen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
ingepeperd voltooid deelwoord inpeperen
ingepeperde woordvorm inpeperen
inpeper subordinate-clause, tegenwoordige tijd inpeperen
inpeperde subordinate-clause, verleden tijd inpeperen
inpeperden subordinate-clause, verleden tijd inpeperen
inpepere with-subordinate-clause inpeperen
inpeperend onvoltooid deelwoord inpeperen
inpeperende woordvorm inpeperen
inpepert subordinate-clause, tegenwoordige tijd inpeperen
peper in gebiedende wijs inpeperen
peperde in verleden tijd inpeperen
peperden in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon inpeperen
pepere in woordvorm inpeperen
peperen in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon inpeperen
pepert in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon inpeperen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van inpeperen zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over inpeperen

Hoe spreek ik inpeperen uit?
Zo spreek je inpeperen uit: /ˈɪmpepərə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van inpeperen?
Inpeperen is een werkwoord. De betekenis is: bestrooien van voedingsmiddelen met peper. In totaal staan er 4 betekenissen.
Hoe vervoeg ik inpeperen?
Zo vervoeg je inpeperen zo: het voltooid deelwoord is ingepeperd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord inpeperen is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. I 1
  2. N 1
  3. P 3
  4. E 1
  5. P 3
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

inpeperen levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 75 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. I 2
  2. N 1
  3. P 4
  4. E 1
  5. P 4
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 17 zonder bonus
  11. 75 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

inpeperen in het kort

inpeperen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 4 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van inpeperen staan er 121 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort inpeperen bij een woordfamilie van 15 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

inpeperen: bestrooien van voedingsmiddelen met peper
Deel inpeperen — standaardnederlands.nl