inpekelen
werkwoord /ˈɪmpekələ(n)/Betekenis
- ter conserving in de pekel zetten
Hoe spreek je inpekelen uit?
/ˈɪmpekələn/
Inpekelen bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɪ | pit |
| m | maan |
| p | pak |
| e | veel |
| k | kat |
| ə | de |
| l | land |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van inpekelen
inpekelenhele werkwoord — pekelde inverleden tijd enkelvoud — pekelden inverleden tijd meervoud — ingepekeldvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | pekel in | pekelde in |
| jij | pekelt in | pekelde in |
| hij, zij, het | pekelt in | pekelde in |
| wij | pekelen in | pekelden in |
| jullie | pekelen in | pekelden in |
| zij | pekelen in | pekelden in |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben ingepekeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent ingepekeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is ingepekeld | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was ingepekeld | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd ingepekeld | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt ingepekeld | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal ingepekeld worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal ingepekeld zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou ingepekeld worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou ingepekeld zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had ingepekeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had ingepekeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had ingepekeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden ingepekeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden ingepekeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden ingepekeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt ingepekeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb ingepekeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ingepekeld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben ingepekeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ingepekeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben ingepekeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt ingepekeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ingepekeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ingepekeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| in te pekelen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| in te zullen pekelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| in zal pekelen | bijzin, toekomende tijd |
| in zou pekelen | bijzin, voorwaardelijk |
| in zouden pekelen | bijzin, voorwaardelijk |
| in zoudt pekelen | bijzin, voorwaardelijk |
| in zullen pekelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| in zullen pekelen | bijzin, toekomende tijd |
| in zult pekelen | bijzin, toekomende tijd |
| ingepekeld | verleden tijd, deelwoord |
| ingepekeld te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| ingepekeld te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| ingepekeld te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingepekeld te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingepekeld te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingepekeld worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| ingepekeld zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| ingepekeld zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ingepekeld zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ingepekeld zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| inpekel | bijzin, tegenwoordige tijd |
| inpekelde | bijzin, verleden tijd |
| inpekelden | bijzin, verleden tijd |
| inpekelend | onvoltooid, deelwoord |
| inpekelt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| is ingepekeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is ingepekeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| pekel in | gebiedende wijs |
| pekelde in | verleden tijd |
| te hebben ingepekeld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen inpekelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart ingepekeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ingepekeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren ingepekeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ingepekeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was ingepekeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was ingepekeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was ingepekeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd ingepekeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd ingepekeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd ingepekeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden ingepekeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden ingepekeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden ingepekeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt ingepekeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word ingepekeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden ingepekeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden ingepekeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden ingepekeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt ingepekeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt ingepekeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal ingepekeld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingepekeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal ingepekeld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal ingepekeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingepekeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal ingepekeld zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingepekeld zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal inpekelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal inpekelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal inpekelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal inpekelen | bijzin, toekomende tijd |
| zijn ingepekeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn ingepekeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn ingepekeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt ingepekeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou ingepekeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingepekeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingepekeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou ingepekeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingepekeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou ingepekeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingepekeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingepekeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingepekeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou inpekelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou inpekelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou inpekelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou inpekelen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) inpekelen in zou(dt) pekelen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden ingepekeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ingepekeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ingepekeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ingepekeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden ingepekeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden ingepekeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ingepekeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ingepekeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ingepekeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden inpekelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden inpekelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden inpekelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden inpekelen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt ingepekeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt ingepekeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt ingepekeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt inpekelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt inpekelen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen ingepekeld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ingepekeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ingepekeld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ingepekeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen ingepekeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen ingepekeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ingepekeld zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ingepekeld zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ingepekeld zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen inpekelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen inpekelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen inpekelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen inpekelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen inpekelen | bijzin, toekomende tijd |
| zult ingepekeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van in bw en pekelen ww
Woordfamilie van inpekelen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ingepekeld | voltooid deelwoord | inpekelen |
| ingepekelde | woordvorm | inpekelen |
| inpekel | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | inpekelen |
| inpekelde | subordinate-clause, verleden tijd | inpekelen |
| inpekelden | subordinate-clause, verleden tijd | inpekelen |
| inpekele | with-subordinate-clause | inpekelen |
| inpekelend | onvoltooid deelwoord | inpekelen |
| inpekelende | woordvorm | inpekelen |
| inpekelt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | inpekelen |
| pekel in | gebiedende wijs | inpekelen |
| pekelde in | verleden tijd | inpekelen |
| pekelden in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | inpekelen |
| pekele in | woordvorm | inpekelen |
| pekelen in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | inpekelen |
| pekelt in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | inpekelen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van inpekelen zijn vastgelegd.