Naar de inhoud

innemen

binnengaan en in bezit nemen

innemen

werkwoord ˈɪnemə(n)

Betekenis

  1. binnengaan en in bezit nemen
  2. fig.: iemand voor zich winnen
  3. uit circulatie halen
  4. kleding vernauwen

Hoe spreek je innemen uit?

/ˈɪnemən/

Innemen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈɪnemən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
ɪ pit
n nek
e veel
m maan
ə de
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. gebruiken: een medicijn innemen transitive

Vervoeging van innemen

innemenhele werkwoord — nam inverleden tijd enkelvoud — namen inverleden tijd meervoud — ingenomenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik neem in nam in
jij neemt in naamt in
hij, zij, het neemt in nam in
wij nemen in namen in
jullie nemen in namen in
zij nemen in namen in
Alle 146 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben ingenomen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent ingenomen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is ingenomen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was ingenomen impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd ingenomen impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt ingenomen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal ingenomen worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal ingenomen zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou ingenomen worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou ingenomen zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had ingenomen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had ingenomen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had ingenomen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden ingenomen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden ingenomen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden ingenomen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt ingenomen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb ingenomen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingenomen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben ingenomen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingenomen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben ingenomen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt ingenomen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingenomen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingenomen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
in te nemen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
in te zullen nemen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
in zal nemen bijzin, toekomende tijd
in zou nemen bijzin, voorwaardelijk
in zouden nemen bijzin, voorwaardelijk
in zoudt nemen bijzin, voorwaardelijk
in zullen nemen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
in zullen nemen bijzin, toekomende tijd
in zult nemen bijzin, toekomende tijd
ingenomen verleden tijd, deelwoord
ingenomen te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ingenomen te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ingenomen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingenomen te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingenomen te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingenomen worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ingenomen zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ingenomen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ingenomen zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
ingenomen zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
innaamt bijzin, verleden tijd
innam bijzin, verleden tijd
innamen bijzin, verleden tijd
inneem bijzin, tegenwoordige tijd
inneemt bijzin, tegenwoordige tijd
innemend onvoltooid, deelwoord
is ingenomen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is ingenomen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
nam in verleden tijd
neem in gebiedende wijs
te hebben ingenomen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen innemen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart ingenomen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ingenomen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren ingenomen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ingenomen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was ingenomen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was ingenomen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was ingenomen voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd ingenomen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd ingenomen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd ingenomen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden ingenomen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden ingenomen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden ingenomen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt ingenomen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word ingenomen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden ingenomen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden ingenomen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden ingenomen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt ingenomen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt ingenomen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal ingenomen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingenomen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ingenomen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ingenomen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingenomen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal ingenomen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingenomen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal innemen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal innemen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal innemen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal innemen bijzin, toekomende tijd
zijn ingenomen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn ingenomen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn ingenomen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt ingenomen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou ingenomen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingenomen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingenomen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ingenomen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingenomen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou ingenomen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingenomen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingenomen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingenomen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou innemen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou innemen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou innemen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou innemen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) innemen in zou(dt) nemen bijzin, voorwaardelijk
zouden ingenomen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ingenomen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ingenomen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ingenomen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ingenomen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ingenomen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ingenomen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ingenomen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ingenomen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden innemen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden innemen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden innemen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden innemen bijzin, voorwaardelijk
zoudt ingenomen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ingenomen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ingenomen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt innemen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt innemen bijzin, voorwaardelijk
zullen ingenomen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ingenomen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ingenomen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ingenomen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ingenomen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ingenomen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ingenomen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ingenomen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ingenomen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen innemen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen innemen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen innemen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen innemen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen innemen bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van in bw en nemen ww

Woordfamilie van innemen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
ingenomen voltooid deelwoord innemen
innam subordinate-clause, verleden tijd innemen
inneem subordinate-clause, tegenwoordige tijd innemen
inneemt subordinate-clause, tegenwoordige tijd innemen
inneme with-subordinate-clause innemen
naamt in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, enkelvoud, 2e persoon innemen
nam in verleden tijd innemen
namen in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon innemen
neem in gebiedende wijs innemen
neemt in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon innemen
neme in woordvorm innemen
nemen in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon innemen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van innemen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over innemen

Hoe spreek je innemen uit?
De uitspraak van innemen is: /ˈɪnemə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent innemen?
Innemen is een werkwoord. Het woord betekent: binnengaan en in bezit nemen. Deze pagina beschrijft 5 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je innemen?
Je vervoegt innemen als volgt: het voltooid deelwoord is ingenomen. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord innemen is 9 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. I 1
  2. N 1
  3. N 1
  4. E 1
  5. M 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 9 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

innemen levert met Wordfeud minimaal 10 en maximaal 88 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. I 2
  2. N 1
  3. N 1
  4. E 1
  5. M 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 10 zonder bonus
  9. 88 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (M) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

innemen telt 7 letters, waarvan 4 verschillende, want 3 letters komen er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

innemen in het kort

innemen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 5 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van innemen zijn 90 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort innemen bij een woordfamilie van 12 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

innemen: binnengaan en in bezit nemen
Deel innemen — standaardnederlands.nl