innemen
werkwoord ˈɪnemə(n)Betekenis
- binnengaan en in bezit nemen
- fig.: iemand voor zich winnen
- uit circulatie halen
- kleding vernauwen
Hoe spreek je innemen uit?
/ˈɪnemən/
Innemen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɪ | pit |
| n | nek |
| e | veel |
| m | maan |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- gebruiken: een medicijn innemen transitive
Vervoeging van innemen
innemenhele werkwoord — nam inverleden tijd enkelvoud — namen inverleden tijd meervoud — ingenomenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | neem in | nam in |
| jij | neemt in | naamt in |
| hij, zij, het | neemt in | nam in |
| wij | nemen in | namen in |
| jullie | nemen in | namen in |
| zij | nemen in | namen in |
Alle 146 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben ingenomen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent ingenomen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is ingenomen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was ingenomen | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd ingenomen | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt ingenomen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal ingenomen worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal ingenomen zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou ingenomen worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou ingenomen zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had ingenomen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had ingenomen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had ingenomen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden ingenomen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden ingenomen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden ingenomen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt ingenomen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb ingenomen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ingenomen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben ingenomen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ingenomen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben ingenomen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt ingenomen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ingenomen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ingenomen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| in te nemen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| in te zullen nemen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| in zal nemen | bijzin, toekomende tijd |
| in zou nemen | bijzin, voorwaardelijk |
| in zouden nemen | bijzin, voorwaardelijk |
| in zoudt nemen | bijzin, voorwaardelijk |
| in zullen nemen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| in zullen nemen | bijzin, toekomende tijd |
| in zult nemen | bijzin, toekomende tijd |
| ingenomen | verleden tijd, deelwoord |
| ingenomen te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| ingenomen te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| ingenomen te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingenomen te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingenomen te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingenomen worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| ingenomen zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| ingenomen zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ingenomen zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ingenomen zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| innaamt | bijzin, verleden tijd |
| innam | bijzin, verleden tijd |
| innamen | bijzin, verleden tijd |
| inneem | bijzin, tegenwoordige tijd |
| inneemt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| innemend | onvoltooid, deelwoord |
| is ingenomen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is ingenomen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| nam in | verleden tijd |
| neem in | gebiedende wijs |
| te hebben ingenomen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen innemen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart ingenomen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ingenomen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren ingenomen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ingenomen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was ingenomen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was ingenomen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was ingenomen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd ingenomen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd ingenomen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd ingenomen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden ingenomen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden ingenomen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden ingenomen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt ingenomen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word ingenomen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden ingenomen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden ingenomen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden ingenomen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt ingenomen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt ingenomen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal ingenomen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingenomen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal ingenomen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal ingenomen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingenomen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal ingenomen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingenomen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal innemen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal innemen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal innemen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal innemen | bijzin, toekomende tijd |
| zijn ingenomen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn ingenomen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn ingenomen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt ingenomen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou ingenomen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingenomen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingenomen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou ingenomen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingenomen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou ingenomen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingenomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingenomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingenomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou innemen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou innemen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou innemen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou innemen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) innemen in zou(dt) nemen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden ingenomen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ingenomen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ingenomen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ingenomen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden ingenomen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden ingenomen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ingenomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ingenomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ingenomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden innemen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden innemen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden innemen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden innemen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt ingenomen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt ingenomen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt ingenomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt innemen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt innemen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen ingenomen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ingenomen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ingenomen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ingenomen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen ingenomen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen ingenomen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ingenomen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ingenomen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ingenomen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen innemen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen innemen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen innemen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen innemen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen innemen | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van in bw en nemen ww
Woordfamilie van innemen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ingenomen | voltooid deelwoord | innemen |
| innam | subordinate-clause, verleden tijd | innemen |
| inneem | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | innemen |
| inneemt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | innemen |
| inneme | with-subordinate-clause | innemen |
| naamt in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, enkelvoud, 2e persoon | innemen |
| nam in | verleden tijd | innemen |
| namen in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | innemen |
| neem in | gebiedende wijs | innemen |
| neemt in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | innemen |
| neme in | woordvorm | innemen |
| nemen in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | innemen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van innemen zijn vastgelegd.